20 nov 2018

Het spanningsveld van de decentralisatie in de praktijk

Deel 1 blogreeks 'Toekomst van de Jeugdhulp'
Door Martine Abercrombie, senior adviseur

In de afgelopen maanden zijn er diverse nieuwsberichten verschenen over de tekorten op het gebied van jeugdhulp. Zo zijn er artikelen verschenen over de tekorten bij gemeenten. Het signaal dat zij naar het ministerie afgeven is dat er vanuit jeugdhulpwerkers en de FNV een roep is ontstaan om het ontvangen van extra geld voor zowel medewerkers als gemeenten. Ook zijn er berichten over gemeenten en aanbieders die in de inkoop vastlopen. Met andere woorden: de betaalbaarheid van de jeugdhulp is een hot item. Maar moeten we het gesprek voeren over de tekorten en betaalbaarheid of juist over de kwaliteit van de zorg? En waar ligt de sleutel voor de oplossing?

Binnen mijn opdrachten zie ik dat de betaalbaarheid van de jeugdhulp een steeds groter vraagstuk wordt. Met de decentralisatie Jeugd heeft het Rijk een taakstelling meegegeven, die zich heeft vertaald in bezuinigingen bij gemeenten en aanbieders. Tegelijkertijd is de zorgvraag de afgelopen jaren toegenomen en hebben andere inrichtingsvraagstukken rondom de decentralisatie ook extra lasten en kosten met zich meegebracht.

In de praktijk acteren gemeenten verschillend op dit knelpunt. Zo focust de ene gemeente juist op het beperken van de uitgaven door monitoring, sturing en grip. Deze gemeenten voeren gesprekken over het verwijsgedrag van partners en proberen de kosten te verlagen door te sturen op de duur van de zorg en de kosten van producten. Andere gemeenten focussen juist op de transformatie en kwaliteit van zorg en hiermee op een eerlijke prijs. Maar wat is nu de weg naar transformatie?

Bij een van mijn recente opdrachten zag ik een goed voorbeeld. De opdrachtgever had te kampen met een tekort op Jeugd, maar had ook een stevige visie: door te hard op de prijs te drukken gaat de kwaliteit achteruit, wordt de duur van de zorg verlengd en is de gemeente uiteindelijk duurder uit. Hoe je ook naar dit standpunt kijkt, het leverde een andere manier van samenwerking op. Door uit te dragen dat een eerlijke prijs bovenaan stond kwam er een ander gesprek op gang met aanbieders. Zij gaven inzicht en openheid in hun kosten en wilden in gesprek over de inhoud, kwaliteit en transformatie van hun werk. Door het creëren van een gezamenlijk belang zijn gemeenten en aanbieders gekomen tot reële prijzen, die ruimte laten voor de transformatie en ontwikkeling van de jeugdhulp.

Samen zijn we verantwoordelijk

Op de vraag hoe we omgaan met het spanningsveld tussen kwaliteit en het beperkte budget is mijn ervaring dat we moeten inzetten op samenwerking vanuit kwaliteit en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Door de gezamenlijkheid op te zoeken en een visie te hebben op kwaliteit wordt de zorg beter - en dit hoeft op lange termijn niet ‘duurder’ te betekenen.

Samenwerking is het sleutelwoord, want uiteindelijk ligt er niet alleen voor gemeenten en aanbieders een probleem, maar vooral voor het kind.

Daarnaast kun je als gemeenten je eigen data veel beter benutten en deze up-to-date houden. Geert Schipaanboord noemt in de publicatie ‘Transformatie op Jeugd’ ook hoe belangrijk de data zijn die gemeenten de afgelopen jaren hebben verzameld. Hier kunnen gemeenten van leren; ze kunnen grip houden en waar nodig bijsturen door het gesprek aan te gaan over de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Gemeenten hebben meer in handen dan ze zelf denken.

Download het blog

Meer informatie

Voor meer informatie en voor het maken van een (vrijblijvende) afspraak kunt u contact opnemen met Martine Abercrombie, senior adviseur, via telefoonnummer 06 - 30 34 50 65 of per e-mail naar martine.abercrombie@bmc.nl.

Gerelateerde artikelen

Contact

Wat zijn uw gegevens?
Waar zal het gesprek over gaan?