25 mei 2020

Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021

Op 25 mei zijn de regels voor subsidieverstrekking voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s om leerlingen en deelnemers extra ondersteuning te bieden vanwege leer- en ontwikkel achterstanden of studievertraging, veroorzaakt door de sluiting van scholen of instellingen als gevolg van de uitbraak van COVID-19 gepubliceerd in de Staatscourant (Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021). Dit artikel voorziet in een samenvatting van de inhoud van deze regeling. 

 

Enkele belangrijke onderdelen uit deze publicatie:

  • De programma's kunnen variëren in vorm, bijvoorbeeld door het aanbieden van een zomerschool, herfstschool, weekendschool of verlengde schooldagen. Het inhaal- en ondersteuningsprogramma kan ook vorm krijgen als extra onderwijs en ondersteuning buiten de reguliere lessen en het reguliere onderwijsprogramma om, zoals in het voortgezet onderwijs bijvoorbeeld in tussenuren. De gekozen interventie moet passen bij de doelgroep en het aangeboden inhaal- en ondersteuningsprogramma en is facultatief en buiten het reguliere onderwijsprogramma
  • De aanvraag geschiedt in 3 tijdvakken
  • De inhaal- en ondersteuningsprogramma’s waarvoor subsidie is aangevraagd  kunnen (afhankelijk van het aanvraagtijdvak) worden uitgevoerd van 1 oktober 2020 tot en met 31 augustus 2021. Er moet in het betreffende tijdvak een programma van ten minste 30 klokuren aangeboden worden.
  • Het subsidiebedrag wordt berekend door het aantal leerlingen of deelnemers dat volgens de prognose naar verwachting zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma, te vermenigvuldigen met € 900,–.
  • De maximumbedragen per school en instelling variëren, zo gaat het voor het primair onderwijs om ten hoogste 10% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven op de school subsidie worden aangevraagd. Indien die school een positieve achterstandsscore heeft in het kader van de bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding, geldt een percentage voor ten hoogste 20% van het aantal bekostigde leerlingen dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven. Voor het voortgezet onderwijs worden gelijke percentages gehanteerd, voor het mbo gaat het om ten hoogste 8% van het aantal bekostigde deelnemers dat op 1 oktober 2019 stond ingeschreven aan de instelling.
  • Voor deelname aan een inhaal- en ondersteuningsprogramma mag aan de deelnemende leerlingen, deelnemers of ouders of verzorgers geen vergoeding worden gevraagd.
  • De regeling mag met een derde partij (zoals bij lente- en zomerscholen in het VO gebruikelijk) worden uitgevoerd.
  • Deelname van de leerling is vrijwillig, maar voorwaardelijk.

 

Doelgroep van de subsidieregeling

Leerlingen en studenten in een kwetsbare positie met een onderwijsachterstand, een vergroot risico op leer- en ontwikkelachterstanden, of een (vergroot risico op) studievertraging veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van onderwijsinstellingen (PO, VO, mbo en volwassenonderwijs), als gevolg van de uitbraak van COVID-19. 

 

Begripsbepaling inhaal- en ondersteuningsprogramma

Een inhaal- en ondersteuningsprogramma is een voorziening waar leerlingen of studenten onder verantwoordelijkheid van de eigen school buiten het reguliere opleidingsprogramma facultatief extra onderwijs kunnen volgen of extra begeleiding kunnen krijgen, bijvoorbeeld begeleiding bij de beroepspraktijkvorming buiten reguliere schooltijden. Leerlingen en studenten kunnen op grond van de wet- en regelgeving niet worden verplicht een inhaal- of ondersteuningsprogramma te volgen buiten de reguliere schooltijd.

 

Doel

A: Extra tijd om te leren

Enerzijds is de regeling bedoeld voor scholen en instellingen die extra onderwijs en ondersteuning willen organiseren voor leerlingen in een kwetsbare positie om leer- en ontwikkelachterstanden en studievertraging als gevolg van de coronacrisis in te halen. Dat kan bijvoorbeeld door het aanbieden van een zomerschool, herfstschool, weekendschool, verlengde schooldagen. Het inhaal- en ondersteuningsprogramma kan ook vorm krijgen als extra onderwijs en ondersteuning buiten de reguliere lessen en het reguliere onderwijsprogramma om, zoals in het voortgezet onderwijs bijvoorbeeld in

tussenuren. De gekozen interventie moet passen bij de doelgroep en het aangeboden inhaal- en ondersteuningsprogramma en is facultatief en buiten het reguliere onderwijsprogramma. 

Het bevoegd gezag kan naar eigen professioneel oordeel bepalen welke leerlingen en studenten in aanmerking komen voor deelname aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma. Het inhaal- en ondersteuningsprogramma moet gericht zijn op leerlingen en studenten die zich thuis niet goed hebben kunnen ontwikkelen tijdens de sluiting van de scholen, bijvoorbeeld omdat zij niet over benodigde apparatuur, een internetaansluiting of rustige werkplek beschikten, omdat zij thuis niet de ondersteuning kregen die ze nodig hadden of omdat zij thuis geen veilige basis hebben. Factoren die hierbij een rol spelen zijn bijvoorbeeld de (onrustige) thuissituatie, de achtergrond en beschikbaarheid van ouders, een taalbarrière, persoonlijke problematiek of doordat beroepsgerichte vakken op afstand niet goed gegeven konden worden. 

B: Extra ondersteuning of begeleiding bij de beroepspraktijkvorming 

In het vmbo en mbo kunnen instellingen ook extra activiteiten, begeleiding of vervangende opdrachten ontwikkelen of aanbieden om het wegvallen van mogelijkheden om praktijkervaring op te doen, te ondervangen. Het kan bijvoorbeeld gaan om inzet van de instelling om een vervangend stagebedrijf te vinden, extra praktijkbegeleiding in de vakanties of vervangende schoolopdrachten. Uitgangspunt is dat, in elk geval in het mbo, beroepspraktijkvorming zoveel mogelijk in de beroepspraktijk plaatsvindt, bij erkende leerwerkbedrijven. Dit kan ook buiten de reguliere werk- of onderwijstijden, bijvoorbeeld in de weekenden, na schooltijd en ’s avonds of tijdens vakanties. Mbo-instellingen kunnen hierbij gebruik maken van ondersteuning vanuit SBB.

 

Subsidieaanvraag

Scholen kunnen subsidie aanvragen in drie tijdvakken; 

  1. van 2 juni 2020 tot en met 21 juni 2020;
  2. van 18 augustus 2020 tot en met 18 september 2020; of
  3. indien na het aanvraagtijdvak bedoeld onder b, het subsidieplafond nog niet is bereikt, van 19 oktober 2020 tot en met 1 november 2020.

Het inhaal- en ondersteuningsprogramma dat georganiseerd wordt met subsidie uit het eerste tijdvak moet worden aangeboden in de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020. Het inhaal- en ondersteuningsprogramma dat georganiseerd wordt met subsidie uit het tweede tijdvak moet aangeboden worden in de periode van 1 oktober 2020 tot 31 augustus 2021. Indien het derde tijdvak wordt opengesteld, moet dat inhaal- en ondersteuningsprogramma worden aangeboden in de periode van 1 december 2020 tot en met 31 augustus 2021. 

Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is te vinden op de website www.dus-i.nl.

 

Subsidiebedrag

Het subsidiebedrag wordt berekend door het aantal leerlingen of deelnemers dat volgens de prognose naar verwachting zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma, te vermenigvuldigen met € 900,–.

Maximum bedrag per school en instelling 

Het bevoegd gezag kan voor elk van zijn bekostigde scholen in het primair en voortgezet onderwijs of instellingen in het middelbaar beroepsonderwijs subsidie aanvragen. Omdat de maatregelen voor sommige leerlingen en studenten een groter effect heeft gehad dan voor anderen, wordt bij de bepaling van het maximaal aan te vragen subsidiebedrag per school of instelling rekening gehouden met de populatie van die school of instelling. Voor het berekenen van het maximale subsidiebedrag per aanvrager wordt gerekend met de leerling- en studentenaantallen per 1 oktober 2019. Scholen in het primair en voortgezet onderwijs kunnen subsidie aanvragen voor maximaal 10% van het aantal leerlingen en studenten op de school of instelling. Indien een school in het primair onderwijs een positieve achterstandsscore heeft in kader van Onderwijs Achterstanden Beleidsmiddelen (OAB) of een school in het voortgezet onderwijs in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging uit de Regeling leerplusarrangement vo, kan die school in totaal voor 20% van het aantal leerlingen subsidie aanvragen. Het maakt hierbij niet uit wat de hoogte van de aanvullende bekostiging is die scholen ontvangen. Scholen kunnen op de website van DUS-i controleren of zij tot deze groep behoren.

Een school die in het eerste aanvraagtijdvak voor het maximale aantal leerlingen subsidie aanvraagt en krijgt toegekend, kan in het tweede aanvraagtijdvak geen aanvraag meer toegewezen krijgen. In het mbo kunnen instellingen met een hoger percentage studenten uit een armoedeprobleemcumulatiegebied (apcg) voor meer studenten subsidie aanvragen dan instellingen met een lager percentage studenten uit een apcg. In het mbo mogen instellingen subsidie aanvragen voor maximaal 8% van de studenten plus het aantal studenten uit een armoedeprobleemcumulatiegebied (apcg). Gemiddeld is 23% van de mbo-studenten afkomstig uit een apcg. Een instelling met 10.000 studenten, waarvan 2.300 (23%) uit een apcg, mag derhalve subsidie aanvragen voor 8% van het totaal aantal studenten (800) plus de 2.300 studenten uit een apcg (23% van het totaal) = 3.100 studenten in totaal. De genoemde plafonds betreffen de plafonds voor beide tijdvakken opgeteld. Een instelling mag in het eerste tijdvak echter voor slechts 50% van dit aantal studenten subsidie aanvragen. Een school of instelling kan er wel voor kiezen om méér leerlingen of studenten te laten deelnemen aan de activiteiten dan het aantal waarvoor subsidie is aangevraagd, maar het totale subsidiebedrag wordt dan niet hoger (en het gemiddelde bedrag per leerling of student in de praktijk dus lager).

 

Samenhang Regeling lente- en zomerscholen VO

In het voortgezet onderwijs kunnen scholen sinds 2015 op grond van deze regeling subsidie aanvragen voor een lente- of zomerschool tegen onnodig zittenblijven. Ook dit jaar hebben veel vo-scholen hiervoor subsidie aangevraagd en toegekend gekregen. Bij deze zomerschoolprogramma’s is sprake van een andere doelgroep en een beperktere reikwijdte dan bij onderhavige regeling inzake inhaal- en ondersteuningsprogramma’s het geval is. Het gaat daar in de regel om één of twee vakken waarop leerlingen nét tekort komen voor een voldoende; na het volgen van een zomerschoolprogramma tegen onnodig zittenblijven zijn de meeste deelnemende leerlingen voldoende bijgespijkerd om alsnog een voldoende te halen en zodoende over te kunnen gaan naar het volgende leerjaar. De problematiek die de aanleiding vormt voor de inhaal- en ondersteuningsprogramma’s waarvoor op grond van déze regeling subsidie aangevraagd kan worden is aanzienlijk complexer. Daarom mogen ook scholen die op grond van de regeling lente- en zomerscholen vo 2020 in aanmerking komen voor subsidie voor een lente- of zomerschool tegen onnodig zittenblijven desgewenst op grond van deze regeling voor andere leerlingen subsidie aanvragen voor een inhaal- en ondersteuningsprogramma. Aangezien de te leveren inspanning voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s aanzienlijk groter is dan die voor (lente- en) zomerscholen tegen onnodig zittenblijven en er daarom ook een hogere subsidie voor kan worden aangevraagd, kan financiering van die laatstgenoemde programma’s tegen onnodig zittenblijven op grond van deze regeling niet aan de orde zijn.

 

Subsidieverplichtingen 

Gezien de beschikbare subsidie per leerling of student en de benodigde inhoud van het inhaal- en ondersteuningsprogramma dient het programma een voldoende substantiële omvang te hebben. Daarom worden in beginsel alleen aanvragen voor een programma met een omvang van tenminste 30 klokuren in behandeling genomen. Overigens ziet dit aantal uren op de omvang van het programma waar leerlingen en studenten die dit programma volgen aanspraak op kunnen maken en niet op het aantal uren dat alle leerlingen het programma daadwerkelijk volgen. Daar is maatwerk voor mogelijk, indien dat in het belang van de deelnemer is en de deelnemer een reëel perspectief heeft op het wegwerken dan wel inhalen van de opgelopen onderwijsachterstanden, leer- en ontwikkelachterstanden dan wel studievertraging. 
Aanvragers mogen geen vergoeding van de leerling, student of ouder/verzorger vragen voor deelname aan dit extra aanbod. Ook kunnen leraren ingevolge de cao niet worden verplicht om buiten de reguliere schooltijden een inhaal- en ondersteuningsprogramma uit te voeren. Indien zij hier wel toe bereid zijn en zij daarvoor een passende financiële vergoeding ontvangen, zijn dat op grond van deze regeling subsidiabele kosten. 

De aanvrager moet desgevraagd inzichtelijk kunnen maken wat de inhoud van het inhaal- en ondersteuningsprogramma is, en dat de ontvangen subsidie daadwerkelijk is of wordt besteed aan het programma waarvoor subsidie is aangevraagd. Er zijn geen vormvoorschriften ten aanzien van het leveren van de gevraagde informatie, maar het registreren van deelname kan plaatsvinden door het bijhouden van presentielijsten.

Lees de volledige subsidieregeling via: Staatscourant 25 mei 2020 Subsidieregeling Covid-19.

 

BMC helpt u graag

BMC helpt u graag met de vertaling van een subsidieaanvraag naar een passend programma voor elke school of instelling. Vanuit de reeds bestaande organisatie van de lente- en zomerscholen kunnen onze onderwijskundigen, intern begeleiders en beleidsadviseurs u helpen met zowel de vormgeving als de uitvoering van het inhaal- en ondersteuningsprogramma. Neem hiervoor contact op met Chantal Dekker.

BEROEPSONDERWIJS PRIMAIR ONDERWIJS VOORTGEZET ONDERWIJS NIEUWS

Contact

Chantal Dekker Beroepsonderwijs, Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs senior accountmanager 06 - 11 39 86 60

Gerelateerde berichten