28 sep 2018

Participatie als kracht: 5 sleutels voor een arbeidsmarktoffensief

Werk is een cruciale factor voor het welzijn van inwoners. Werk geeft betekenis, een inkomen en zelfstandigheid. Werkgevers staan te springen om goede medewerkers. Toch zitten er nog veel mensen in de bijstand. De opgave voor gemeenten is om de match te maken tussen werkzoekenden en werk. Dat dient het belang van de inwoners, van werkgevers en van de gemeenten.

Niet zo gek dus dat participatie in vrijwel ieder coalitieakkoord als ambitie staat opgenomen. Wat zijn de sleutels voor de portefeuillehouder die deze ambitie wil waarmaken?

Waar staat de gemeente?  

Sinds de decentralisaties in het sociaal domein staan gemeenten voor de opgave om meer mensen te ondersteunen met minder middelen. Veel gemeenten hebben gekozen voor een samenhangende aanpak in het sociaal domein. Ze hebben geïnvesteerd in vernieuwing van de toegang (vaak via sociale wijkteams, gebiedsteams). Vanuit een integrale benadering van inwoners wordt niet alleen naar de problemen, maar ook naar de draagkracht van inwoners gekeken.

Met de Participatiewet zijn er ook nieuwe instrumenten beschikbaar gekomen. Gemeenten hebben beleidsvrijheid en kunnen een doorlopende lijn organiseren van dagbesteding tot regulier werk (met of zonder ondersteuning).

Tegelijkertijd staan gemeenten onder druk. Veel gemeenten kampen met financiële tekorten in het sociaal domein. Daarnaast vraagt het inrichten van de organisatie op de nieuwe opdracht (van ‘transformatie in het sociaal domein’) tijd en inzet.  Het is niet eenvoudig om de vele historisch gegroeide organisaties en werkpatronen te veranderen.

Een uitgelezen kans: de krappe arbeidsmarkt

De banen zijn er en ook de bereidheid bij partners om te investeren in toekomstige medewerkers ontbreekt niet. Toch is het voor een grote groep mensen lastig om vanuit de bijstand aansluiting met de arbeidsmarkt te krijgen. Er is een mismatch. Daarmee is de opgave voor gemeenten duidelijk: verbeteren van de aansluiting  tussen de vraag in de markt en de werkzoekende inwoners. Dat vraagt een gerichte inzet. Maar die inzet kan zich dubbel en dwars terugbetalen, zowel maatschappelijk als financieel. En er zijn een aantal sleutels die de kans op succes vergroten.

Vijf sleutels voor een offensief arbeidsmarktbeleid

1. ‘Het bestand op orde’: mensen kennen en gericht benaderen

Veel gemeenten kennen hun bijstandsbestand niet goed genoeg. De verleiding is dan groot om in een korte klap de registratie van mensen te verversen, zodat het grootboek op orde is en de numerieke verdeling van mensen op de Participatieladder bekend is.

De sleutel is: investeren in het kennen van de motivatie, draagkracht (competenties, netwerk) en draaglast (bijv. schulden, taalachterstand) van werkzoekenden. Daarvoor is een benadering nodig die begint bij de mogelijkheden en de plannen van de inwoner, bij een perspectief op de toekomst. Een aanpak, die vervolgens in de geest van de wet de ruimte zoekt om deze zo effectief mogelijk te realiseren (de ‘omgekeerde toets’). Mogelijk is er per categorie inwoners een verschillende benadering nodig.*

2. Organisatie op maat

De tweede sleutel is dat de  gemeentelijke organisatie de eigen rol in de toeleiding naar werk kan vervullen. De organisatie moet over slagkracht beschikken en in staat zijn om flexibel te opereren, om partnerschap in te vullen met inwoners en met werkgevers. Twee functies zijn van daarbij van belang:

Ten eerste moet de gemeente in staat zijn om de rol van opdrachtgever te vervullen voor partijen die een rol hebben in de re-integratie, voor de eigen organisatie en voor opdrachtnemers in het (taal)onderwijs.

Ten tweede is het belangrijk dat de eigen uitvoeringsorganisatie goed werkt. Sociale diensten zijn experts in het begeleiden en bemiddelen van mensen naar werk. Sociale wijkteams en gebiedsteams hebben veel ervaring opgedaan met integraal werken, aansluiten bij het perspectief en de motivatie van inwoners. Beide perspectieven zijn belangrijk voor maatwerk. De uitvoeringsorganisatie zou zo moeten worden ingericht dat er aan gezamenlijke doelen wordt gewerkt en dat instrumenten uit ieders ‘koffer’ (activering, aanvullend inkomen, schuldhulpverlening, coaching, maatschappelijk werk) doelgericht worden ingezet. Er is veel te winnen door van elkaar te leren.

3. Passend werk: van dagbesteding tot voltijdbaan

Niet alle banen zijn meteen passend voor mensen die nu nog in de bijstand zitten. Soms past deeltijdwerk beter of zijn de eisen die aan competenties worden gesteld simpelweg te hoog. Dit speelt zeker voor de groep die vroeger bij een sociale werkplaats terecht kon. De gemeente kan deze impasse doorbreken door de beschikbare instrumenten ook echt te gebruiken:

  • deeltijdwerk vergemakkelijken, door de administratieve lasten voor inwoners te verminderen;

  • creëren van aanvullende banen (bijv. door jobcarving of functiecreatie) in samenwerking met werkgevers; hierbij kunnen businesscases worden ontwikkeld waarbij aanvullende werkgelegenheid in de vorm van ‘buurtdiensten’ wordt gecreëerd (hulp in het huishouden/dienstencheques, onderhoud van groen, klussendiensten, inzet bij sportverenigingen);

  • ontwikkelen van het aanbod beschut werken in nauwe relatie met de inzet op dagbesteding (vloeiende lijn).

4. Doelgericht partnerschap aangaan

Er is een veelheid aan partijen actief in het veld van onderwijs en arbeidsmarkt. Het risico is dat er uiteindelijk een spaghetti van doelstellingen en maatregelen ontstaat, waarin niemand zijn weg kan vinden. De sleutel: het doelgericht invullen van deze partnerschappen. Het is belangrijk om samen met partners een aanpak te ontwikkelen. Dat verleidt partners om mee te doen. Zo’n aanpak kan georganiseerd worden in een programma. De gemeente is bij uitstek in de positie om een programma te initiëren waarbij iedere partner vanuit de eigen toegevoegde waarde een bijdrage kan leveren. Dat zal ook betekenen dat taken en verantwoordelijkheden juist bij partners worden ondergebracht.  

5. De randvoorwaarden invullen: organisatie en financiering

Tot slot vraagt zo’n ambitieuze aanpak om snelheid en slagkracht. En het is nodig dat gemeenten ruimte te maken om te ‘ondernemen’, samen met partners. Daarbij gaat het om het benutten van de ruimte die wet- en regelgeving biedt (‘ja, tenzij’) en om mandaten voor de uitvoering; om ruimte voor de professionals.

Dit vraagt om een passende invulling van de randvoorwaarden. Juist in deze fase zijn er wellicht mogelijkheden om initiatieven op een andere manier te financieren. Instrumenten als social impact bonds maken het mogelijk om vastgeroeste financieringssystemen te doorbreken, snelheid te maken en op resultaat te contracteren.

Tot slot …

We geven een aantal aangrijpingspunten voor een offensief arbeidsmarktbeleid voor de groep mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We gaan graag in gesprek met een aantal gemeenten die voor deze uitdagende opgave staan. Zijn de beschreven sleutels herkenbaar? Wat is er nodig om echt meer mensen aan het werk te krijgen?  

Geïnteresseerd? Neem dan contact met op met onze senior adviseurs:

Wiebrand Top (wiebrand.top@bmc.nl | 06 - 25 04 66 50)

Gilles Gerth (gilles.gerth@bmc.nl | 06 - 12 44 27 15)

Jeroen Jonker (jeroen.jonker@bmc.nl | 06 - 30 77 62 95)

 

*Collega Peter Donders schrijft op 12-09 dat het gaat om focus op het bestand, samenwerking met het onderwijs en individueel maatwerk.

Gerelateerde artikelen

Contact

Wat zijn uw gegevens?
Waar zal het gesprek over gaan?