12 sep 2018

Beweging in het bijstandsbestand

Het gaat goed met Nederland. De economie groeit. Mensen vinden weer werk en er ontstaat zelfs in bepaalde sectoren krapte op de arbeidsmarkt. Toch is dit succesverhaal niet voor iedereen weggelegd. Er zijn nog steeds veel mensen die geen werk vinden. In combinatie met de gesignaleerde krapte en de economische groei is dat natuurlijk zeer onbevredigend.

In de Divosa-jaarrapportage van 2017 geeft de belangenvereniging voor sociale diensten aan dat het aantal mensen in de bijstand gedaald is met 3.500 oftewel 1,4% ten opzichte van het jaar ervoor. Goed nieuws, zou je zeggen, maar helaas is dit niet het hele verhaal. Gezien de economie en de arbeidsmarkt zou de daling forser moeten zijn. Zeker aangezien de werkloosheid weer snel kan oplopen als het economisch tegenzit. Bovendien is een aantal sectoren, zoals de financiële sector en de retail, nog steeds fors aan het reorganiseren en herstructureren, waardoor er hele beroepsgroepen verdwijnen en mensen moeilijk aan de slag komen.

Samenstelling van de huidige bijstandspopulatie

Kijken we naar de samenstelling van de huidige bijstandspopulatie bij veel gemeenten, dan kunnen we grofweg de volgende groepen onderscheiden:

  • alleenstaande ouders, vaak met een migratieachtergrond;

  • statushouders;

  • kwetsbare jongeren die te laag zijn opgeleid, hun (vervolg)opleiding niet hebben afgemaakt en geen startkwalificatie of beroepskwalificatie hebben;

  • 50-plussers die het echte slachtoffer zijn van de laatste financieel-economische crisis. Deze groep heeft lang bij één werkgever of in eenzelfde beroep gewerkt en komt niet of zeer moeilijk nog aan het werk;

  • werkzoekende arbeidsbeperkten die voorheen bij een sociale werkplaats terecht konden en sinds de invoering van de Participatiewet minder kans maken op een baan.

Daarnaast is er nog het zogenoemde granieten bestand, bestaande uit mensen die al lang tot heel lang in de bijstand zitten, vaak kampend met zogeheten multiproblemen waardoor ze niet of moeilijk aan het werk komen.

De cijfers van Divosa geven aan dat er vooral uitstroom is onder mensen die nog niet zo lang in de bijstand zitten en de bovengenoemde groepen lopen nu juist een groot risico op lange uitkeringsafhankelijkheid of zitten al (te) lang in een uitkeringssituatie. De focus en de beschikbare participatiemiddelen van de sociale diensten zullen dus met name moeten worden (in)gezet op bovenstaande groepen. De geconstateerde uitstroom betreft waarschijnlijk vooral de groep die toch al zou zijn uitgestroomd vanwege de aantrekkende economie.

Hoe kan de uitstroom uit de bijstand worden verhoogd?

De vraag is hoe gemeenten het bijstandsbestand verder omlaag kunnen krijgen en kunnen voldoen aan de toenemende vraag van werkgevers. Het is namelijk niet gemakkelijk om de genoemde groepen aan het werk te krijgen. Twee mogelijkheden wil ik noemen waarmee gemeenten succesvol kunnen zijn om de uitstroom uit de bijstand verder te verhogen:

  1. Door focus aan te brengen in het bestand wordt er meer maatwerk op individueel niveau mogelijk. De inzet van gemeenten is te vaak versnipperd, zeker als het bijstandsbestand groot is. Het is belangrijk om keuzes te maken waardoor de caseload van klantmanagers wordt verlaagd, zodat er beter met de klant kan worden gewerkt aan zijn of haar re-integratie naar werk. Belangrijk hierbij is dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om trajecten in te zetten zoals scholing, leer-werktrajecten, tijdelijke plaatsingssubsidies, werkfit maken et cetera.

  2. Gemeenten kunnen beter gebruikmaken van opleidings- en onderwijsmogelijkheden dan nu het geval is. Investeren in onderwijs loont. De ervaring leert dat mensen die zijn om- of bijgeschoold meer kans maken om duurzaam uit de bijstand te komen. Voor statushouders is het belangrijk dat er veel meer rekening wordt gehouden met datgene wat aan opleiding of werkervaring is opgedaan in het land van herkomst dan nu het geval is. Het wordt tijd dat gemeenten en onderwijsinstellingen echt afspraken gaan maken over het ‘opnieuw’ opleiden en scholen van mensen uit de bijstand. Dit zal ook van onderwijsinstellingen de nodige flexibiliteit vragen, omdat zij nu vooral gericht zijn op jongeren en niet op volwassenenonderwijs. Toch zijn er in de praktijk reeds succesvolle ervaringen opgedaan met diverse mbo-opleidingen, waardoor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en langdurige uitkeringsafhankelijkheid weer perspectief kregen en succesvol aan het werk konden.

Individueel maatwerk en investeren in de klant leidt tot substantiële uitstroom uit de bijstand. En dat biedt perspectief, zowel voor de gemeente, die te maken krijgt met een daling van het bestand en daarmee gepaard gaande kosten, als voor de bijstandsklant, die weer duurzaam aan het werk komt. Een route naar succes voor zowel de klant als de gemeente.

Meer informatie

Voor meer informatie of een vrijblijvend gesprek neem u contact op met senior adviseur Peter Donders, via telefoonnummer 06 - 54 90 14 77 of per e-mail naar peter.donders@bmc.nl.