9 aug 2021

De sociale basis als ecosysteem

Over inwoners en hun leefomgeving als een dynamisch geheel

Inwoners en hun sociale leefomgeving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor het verstevigen van de sociale basis, waar zo veel gemeenten mee worstelen, moet beleid daarom gericht zijn op de dynamiek tussen inwoners en hun leefomgeving als geheel. Het verstevigen van de sociale basis begint daarom bij het benaderen van de sociale basis als een ecosysteem. In dit artikel leest u hoe BMC dit voor zich ziet en hoe wij dit vertalen in een concrete aanpak.

Hoge verwachtingen, tegenvallende resultaten

De eigen kracht en het sociaal netwerk van inwoners centraal, meer zelfredzaamheid en een samenleving die voor elkaar zorgt. Dat was de onderliggende gedachte toen gemeenten in 2015 de verantwoordelijkheid kregen over de Wmo, de jeugdzorg en de Participatiewet. Gemeenten werden niet alleen verantwoordelijk voor de inkoop en indicering van zorg, maar zouden door hun positie dicht bij de inwoner ook voor de beoogde zorgzame samenleving en eigen kracht kunnen zorgen.

Vanuit die transformatiegedachte ontstond bij gemeenten aandacht voor de ‘sociale basis’. Om uit te gaan van de eigen kracht en het sociaal netwerk van inwoners, is er een stevig sociaal fundament nodig, zo realiseerden gemeenten zich. Een fundament dat bestaat uit inwoners die elkaar kennen, zich verantwoordelijk voelen voor elkaars welzijn en in gesprek gaan over gedeelde grieven. Met andere woorden: actieve, zelfredzame sociale netwerken, die zich organiseren rond de vraagstukken in hun gemeenschap en zich betrokken voelen bij gemeentelijk beleid. Movisie (2018) beschrijft de sociale basis als ‘het cement in de samenleving’ en een ‘weefsel van verbindingen’. De gedachte is: hoe steviger de sociale basis, hoe meer inwoners naar elkaar omkijken en elkaar helpen. De noodzaak tot zwaardere zorg wordt daarmee minder.

Vijf jaar na de invoering van de decentralisaties blijkt van de hoge verwachtingen weinig terechtgekomen, zo concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het rapport ‘Sociaal domein op koers?’ (2020). Zo is de participatie van kwetsbare burgers niet toegenomen, lijkt de samenleving niet zorgzamer geworden (het aantal potentiële mantelzorgers neemt zelfs af) en is het stelsel door een woud van actoren, regels en voorzieningen allesbehalve eenvoudiger geworden. Gemeenten kampen bovenal met structurele financiële tekorten in het sociaal domein.

Ook de sociale basis, die zo veel moet gaan opvangen als het aan de gemeentelijke beleidsplannen ligt, heeft haar belofte nog niet waar kunnen maken. Veel inwoners voelen zich niet verbonden met hun wijkgenoten, ervaren geen tijd, ruimte of energie om zich in te zetten voor hun omgeving of voelen zich niet geroepen iets in te brengen bij de ontwikkeling van lokaal beleid. Gemeenten worstelen dan ook met de vraag hoe de sociale basis gestimuleerd, versterkt of opgebouwd kan worden.

Maar hoe doe je dat dan als gemeente, de sociale basis versterken? BMC gelooft in een benadering waarbij de maatschappelijk opgave centraal staat. Aansluitend hierop benaderen we de sociale basis in dit artikel als een ecosysteem. Want door te beoordelen hoe gezond het ecosysteem van de sociale basis is, kun je als gemeente inzicht krijgen in hoe het versterkt kan worden.

Het ecosysteem van de sociale basis

Voor het versterken van de sociale basis kunnen we leren van de natuur. Lange tijd hebben ecologen gedacht dat dieren en hun omgeving zich min of meer los van elkaar ontwikkelen. Pas in 1935 introduceerde de Britse ecoloog Arthur Tansley het begrip ‘ecosysteem’. Hij ontdekte dat dieren, planten, schimmels en organismen samen een geïntegreerd geheel vormen met hun leefomgeving, dat elkaar in een dynamisch evenwicht houdt, samenwerkt en verstoringen gezamenlijk opvangt. De wetenschap van de ecologie werd vanaf dat moment de wetenschap van de ecosystemen (Schowalter, 2011).

Op eenzelfde manier kunnen we ook naar de sociale basis kijken. Inwoners van steden, wijken of dorpen interacteren met elkaar en hun leefomgeving. Mensen bezoeken lokale winkels en horeca, zijn actief in verenigingen en ondernemen activiteiten. Het welzijn en welbevinden van inwoners kan niet los worden gezien van de sociale omgeving waarin ze zich bevinden; ze vormen een samenhangend geheel. Met andere woorden: inwoners en hun leefomgeving vormen met elkaar een sociaal ecosysteem.

Het idee om het biologische concept van het ecosysteem te vertalen naar de sociale wetenschap is niet nieuw; het is al eerder gedaan op het gebied van de regionale economie. Zo ontwikkelden de bedrijfskundigen Stam & Spigel (2016) het entrepreneural ecosystem, wat inhoudt dat ondernemers een ecosysteem vormen met hun economische omgeving. Ook onderzocht het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het onderzoek ‘Stedelijke regio’s als motoren van economische groei: Wat kan beleid doen?’ (2017) via welke omgevingsfactoren overheden economische groei beleidsmatig kunnen stimuleren. Dit alles vormt de basis voor ons model van de sociale basis als ecosysteem.

Het ecosysteem van de sociale basis kan worden gezien als een geheel van raderen die elkaar aanzwengelen en versterken, wat leidt tot een sterkere gemeenschap, leefbare buurten, preventie en besparing. Van binnenuit wordt het tandwiel van de sociale basis aangedreven door kleine tandwielen met beleidsmatige elementen en aan de buitenkant vormt het een verbinding met het nationaal welzijn. Dit betekent dat de kleine raderen de aandrijving kunnen vormen voor de grotere raderen, maar andersom ook dat de beleidselementen kunnen worden aangezwengeld door een goed functionerende sociale basis. Op basis van het onderzoek van het PBL onderscheiden we acht beleidselementen in het ecosysteem van de sociale basis:

  1. Samenwerking. De partijen die de sociale basis vormen werken met elkaar samen. Daardoor zorgen ze dat alle signalen gehoord worden en er een samenhangend aanbod is.
  2. Initiatief, eigenaarschap & ondernemerschap. Alle inwoners in een gebied worden gestimuleerd om actief te zijn in hun omgeving. Waar mogelijk worden initiatieven ondersteund om uit te groeien en mogelijk een sociale onderneming te worden.
  3. Menselijk kapitaal. Het zicht op, het verbinden van en het benutten van mensen en hun talenten. Mensen moeten zich verantwoordelijk voelen voor zichzelf, hun huishouden en hun omgeving. Hier wordt ook op gestuurd.
  4. Kennisinfrastructuur. Inwoners en partijen in de sociale basis hebben toegang tot relevante kennis en informatie voor het starten en uitbreiden van initiatieven. Voorbeelden zijn kennisbanken, cursussen en ondersteuning. Inwoners en partijen in de sociale basis worden door kennisdeling gemobiliseerd om actief te zijn in hun omgeving.
  5. Fysieke infrastructuur. Er is een fysieke infrastructuur van plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar kunnen samenwerken, zoals buurtcentra en sportverenigingen.
  6. Netwerken. Inwoners en partijen in de sociale basis kennen relevante personen en organisaties en benutten deze om initiatieven op te starten.
  7. Financiering. Partijen in de sociale basis beschikken over de competentie om financieel rond te komen. De gemeente en andere belanghebbenden brengen hen hiervoor in stelling door in deze partijen te investeren.
  8. Stakeholderdialoog. Partijen in de sociale basis en belanghebbenden praten gezamenlijk over hoe de sociale basis zich ontwikkelt en versterkt kan worden.

Om de sociale basis te versterken, kunnen gemeenten zich richten op het faciliteren van deze acht elementen. Hoe hoger de mate waarin deze elementen aanwezig zijn, hoe steviger de sociale basis. Voorbeelden van gemeentelijk beleid zijn het faciliteren van een digitaal platform dat inwonersinitiatieven en maatschappelijke organisaties met elkaar verbindt (samenwerking), het bieden van ondersteuning aan inwoners die een sociaal initiatief willen opzetten (ondernemerschap) en het opzetten van een kennisbank voor vrijwilligerswerk (kennisinfrastructuur).

Van metafoor naar concrete aanpak

Zoals de Waddenzee niet hetzelfde functioneert als de Amazone of de Saharawoestijn, is ook de sociale basis in elke stad, wijk of dorp anders. Voor het verstevigen van het ecosysteem van de sociale basis bestaat daarom ook niet één beproefd recept, maar is maatwerk geboden.

Een passende aanpak hiervoor vinden we in de ‘PACT-benadering’, ontwikkeld door BMC in samenwerking met bureau HHM. Deze benadering kenmerkt zich door een focus op een gezamenlijk overeengekomen opgave, waarbij partners door intensieve, inhoudelijke samenwerking nieuwe resultaten bereiken voor inwoners, vanuit een eigen verantwoordelijkheid, maar met wederzijdse afhankelijkheden.

In het ‘pact’ dat de partners met elkaar sluiten, gaat het om veel meer dan alleen samenwerking. De opgave voor een sterke sociale basis kan gezien worden als een ‘wicked-problem’. De noodzaak voor stakeholders om gezamenlijk te zoeken naar passende oplossingen en een passende aanpak is groot. De diverse betrokkenen en belanghebbenden zijn wederzijds afhankelijk van elkaar om tot resultaten te komen. Voor het vormen van het pact is van groot belang om een sterke en structurele verbinding met elkaar aan te gaan, met daarbij heldere en realistische voorwaarden/condities. In het verlengde hiervan zorgt het pact voor passende onderlinge contractering (met financiële aspecten).

Meer weten?

Bekijk ook de opname van het webinar ‘Versterken van de sociale basis: wat werkt in de praktijk’ voor best practices ter inspiratie. 

Neem voor meer informatie over de mogelijkheden binnen uw gemeente of organisatie contact op met Rob van Hilten of Bas van der Heijden via onderstaande contactgegevens.

Auteurs

Rob van Hilten, Bas van der Heijden en Aan-Age Dijkstra.

 

Bronvermelding

Rob van Hilten Bestuur & Organisatie, Ruimtelijke Ontwikkeling, Sociaal Domein managing consultant 06 83 25 01 96 Bekijk profiel
Bas van der Heijden managing consultant 06 - 13 58 80 97 Bekijk profiel
SOCIAAL DOMEIN PUBLICATIE