15 nov 2017

Blog: Transformatie: Historische vergissing of nieuw gewenst perspectief?

door Frans Vos, partner BMC

Met de gemeentelijke verkiezingen in maart 2018 in het vizier is het voor menig raadslid en bestuurder tijd om de balans op te maken. Wat heeft die gigantische decentralisatie in 2015 in het sociaal domein opgeleverd?

Nog scherp in het geheugen staan  de uitvoeringsproblemen van het persoonsgebonden budget (PGB). Ook de problematiek van de toegenomen administratieve lastendruk behoort nog tot het dagelijkse nieuws. Toch kunnen we stellen dat de invoering van de nieuwe Jeugdwet, Wmo en Participatiewet vrij goed verlopen is. De continuïteit van zorg en dienstverlening is goed geborgd. Deze  conclusie over de transitie zien we ook terug in de verschillende evaluaties.

Maar geldt dit ook voor de beoogde vernieuwing?

In dezelfde evaluaties wordt ook gesteld dat de beoogde vernieuwing nog onvoldoende van de grond komt. Dat roept natuurlijk de vraag op of die hele heisa wel de moeite waard was. Of moeten we nu juist doorpakken?

Het uitgangspunt ‘eigen kracht’ ligt aan de basis van de vernieuwing in het sociaal domein. Minder overheid, meer samenleving. Zorg en dienstverlening moeten aansluiten op de eigen kracht. Mensen zijn eerst zelf aan zet voordat professionele ondersteuning in beeld kan komen. Dat zijn zo de noties in het sociaal domein.

Voor de één is dat een heleboel kretologie, waarvan de achtergrond niets anders is dan bezuinigingen. Voor de ander is het een waardevol perspectief, waarbij mensen weer zelf aan het roer kunnen staan en waarbij de overregulering van de professionele zorg en dienstverlening doorbroken kan worden.

Onderzoek naar eigen kracht

Begin 2014 namen de Universiteit Twente en BMC het initiatief voor een onderzoek dat het begrip eigen kracht handen en voeten zou moeten gaan geven.

Dat initiatief had ook als doel dat de discussie over de vernieuwing in het sociaal domein geen eenzijdig debat zou zijn over de zin en onzin van eigen kracht van mensen.

Vanuit die achtergrond hebben wij het begrip eigen kracht geherdefinieerd in de balans tussen de draaglast en draagkracht van mensen. Daarbij vormt de draaglast de tegenslagen waarmee mensen te maken hebben en de draagkracht het oplossend vermogen van mensen. Dat oplossend vermogen is opgedeeld in de delen: eigen competenties en kracht van de omgeving (netwerk en ondersteunende condities).

In de praktijk van 8 gemeenten wordt onder ruim 200 inwoners onderzocht of  de draagkracht van inwoners door de gekozen aanpak wordt benut en versterkt. De achterliggende gedachte is de hypothese dat de vernieuwing in het sociaal domein gezocht moet worden in de vergroting en versterking van de draagkracht van inwoners en van de samenleving.

Het onderzoek in de uitvoeringspraktijk loopt inmiddels anderhalf jaar en de eerste metingen en tussenresultaten zijn bekend. Een van de belangrijkste tussenresultaten is dat ten eerste het begrip draagkracht door middel van indicatoren, die verwerkt zijn in vragenlijsten, goed te objectiveren is. En ten tweede komt eruit naar voren dat zowel inwoners zelf als betrokken professionals aangeven dat er bij twee derde van de gevallen draagkracht is. Ten derde zien we dat inwoners in de onderzoeksperiode zelf ervaren dat hun draagkracht is toegenomen.

Met andere woorden: er is een duidelijke bron voor vernieuwing en daarmee een bron voor een meer zelfstandig bestaan van inwoners.

Voorwaar een ambitie die vraagt om continuïteit van de gekozen weg in het sociaal domein. Dus geen historische vergissing, maar een wenkend perspectief!