27 jun 2017

Zijn kinderen in de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang een ondergeschoven kindje?

In Nederland verblijven momenteel 7.000 kinderen in de maatschappelijke opvang of de vrouwenopvang. Deze kinderen verblijven vaak lange tijd buiten hun eigen vertrouwde omgeving en groeien op in omstandigheden met aanzienlijke risico’s voor hun ontwikkeling. Men zou verwachten dat dit een groep is waarvoor hulp en preventie wordt ingezet. Dit is echter onvoldoende het geval: van de 4.000 kinderen in de reguliere opvang voor dak- en thuislozen krijgt slechts een kwart een intakegesprek en vaak ontbreekt een eigen veiligheidsplan.

In de vrouwenopvang – waar vrouwen worden ondergebracht die slachtoffer zijn van geweld – is meer aandacht voor kinderen, maar ook daar ontbreekt soms de financiering, de expertise en/of het beleid om kinderen voldoende zorg te bieden. Daarbij ontbreekt het in veel opvanglocaties aan ruimtes met voldoende privacy of voorzieningen om schoolwerk te maken.

Programma Veilige Toekomst

Dankzij het programma Veilige Toekomst van Stichting Kinderpostzegels kregen opvanginstellingen in 2015 en 2016 de mogelijkheid om de situatie van kinderen te verbeteren. Instellingen konden financiële middelen aanvragen voor het opknappen van de locatie, het invoeren van gespecialiseerde begeleidingsprogramma’s en het initiëren van projecten gericht op dier en natuur. Daarnaast maakten een jongerenpanel en een gezamenlijke lobby van NGO’s richting gemeenten en Rijk deel uit van het programma.

BMC heeft het programma Veilige Toekomst in opdracht van Stichting Kinderpostzegels geëvalueerd. Tijdens interviews leerden we dat instellingen steeds meer oog en zorg hebben voor de kinderen op hun opvanglocatie, maar dat het vaak aan financiële middelen en structureel beleid ontbreekt om de kinderen te bieden wat nodig is. Eén van de knelpunten is dat er binnen de Wmo alleen een beschikking wordt afgegeven voor de ouder, meestal de moeder, die zich bij de opvanglocatie meldt. Het kind wordt vaak gezien als ‘bagage’ die meekomt. We zagen echter ook een voorbeeld waarbij  de Wmo-indicatie voor de moeder wordt verhoogd wanneer deze zich meldt bij de opvang en kinderen bij zich heeft. Met zo’n uitgangspunt en door opgebouwde vertrouwens- en samenwerkingsrelaties tussen de gemeente, de opvanginstelling en het jeugdhulpveld wordt onderkend dat het kind ook iets nodig heeft.

Ook bij opvanginstellingen zelf kwamen we vooruitstrevende ontwikkelingen tegen. Een van de bezochte instellingen heeft een kleine kinderboerderij opgezet voor de opvangcliënten en voor meer verbinding met de buurt. Andere instellingen werken systeemgericht, waarbij er aandacht is voor de geweldpleger en ook de meegebrachte huisdieren deel uitmaken van de begeleiding. Toch ziet de sector in de praktijk nog veel verbeterruimte.

Structurele verschuivingen en goede voorbeelden

Inmiddels lijken er, mede dankzij de lobby die onderdeel was van het programma Veilige Toekomst, meer structurele verschuivingen en goede voorbeelden te ontstaan. In de Tweede Kamer werd in het Algemeen Overleg Jeugdhulp van 23 februari 2017 een motie van D66-kamerlid Vera Bergkamp aangenomen. Deze motie roept de staatssecretaris van VWS op om nadrukkelijk de positie van het kind in de vrouwen- en maatschappelijke opvang te waarborgen. Tevens vraagt de motie om de benodigde financiële ondersteuning hierbij. De staatssecretaris heeft de burgemeester van Leiden gevraagd aanjager te zijn van dit proces.

Naast structurele veranderingen vanuit de gemeentelijke overheid en het Rijk, zal ook een betere verbinding tussen opvanginstellingen, het onderwijs en de jeugdhulpsector bijdragen aan verbetering van de positie van kinderen in de opvang. Jongeren die wij gesproken hebben zeggen zelf dat zij zo gewoon mogelijk willen doorgaan met school, maar dat ze daar meer afstemming en steun bij nodig hebben. Het past bij de transformatiegedachte om als betrokken partners gezamenlijk aan te sluiten bij de wens van jongeren en structureel oog te hebben voor het perspectief van kinderen in de opvang. Het verbindende doel binnen het sociaal domein is: herstel van hun bedreigde ontwikkelingskansen en een zo gewoon mogelijk en veilig dagelijks leven tijdens en na de periode in de opvang.

Meer informatie

Voor meer informatie of een vrijblijvende afspraak kunt u contact opnemen met senior adviseur Channa Al, via telefoonnummer 06 - 10 42 58 92 of per e-mail naar channa.al@bmc.nl, of met senior adviseur Hinke Stallen, via telefoonnummer 06 - 20 70 22 23 of per e-mail naar hinke.stallen@bmc.nl