BMC-zelfdiagnose

Waar staat mijn gemeente met betrekking tot samenwerking sociaal domein in de regio? Antwoord met de BMC-zelfdiagnose: ‘Doorontwikkeling samenwerking sociaal domein in de regio’

Grootse opgave sociaal domein vergt optimale samenwerkingsorganisatie

Sinds 1 januari 2015 heeft u samen met buurgemeenten in de regio de implementatie van de 3 decentralisaties voorbereid en tot uitvoering gebracht. Een grootse opgave waarmee gemeenten ervoor zorgen dat burgers maatschappelijke ondersteuning op maat ontvangen en mee kunnen doen in de samenleving en dat de jeugd opgroeit in een veilige omgeving waarin jongeren hun talenten kunnen ontwikkelen. Een ambitieuze opgave die een adequate organisatie vergt.

Eerste vereiste: ‘inzicht, overzicht en doorzicht’ huidige organisatie

Uw gemeente heeft maar weinig tijd gehad om de organisatie van de nieuwe taken in het sociaal domein goed in te richten. De komende tijd is het daarom van belang om de organisatie samen met andere gemeenten in de regio verder te optimaliseren. Daarbij gaat het vooral om de wijze waarop uw gemeente de uitvoering, sturing, controle en verantwoording van de nieuwe gedecentraliseerde taken heeft georganiseerd.

Om de optimale organisatie te kunnen bepalen is in eerste instantie ‘inzicht, overzicht en doorzicht’ noodzakelijk wat betreft de organisatie van de taken in het sociaal domein. Vervolgens kan dan de vraag worden gesteld of deze organisatie optimaal is. Daarvoor heeft BMC een zelfdiagnosetool ontwikkeld die aangeeft waar uw gemeente op dit moment staat.

BMC-zelfdiagnose: ‘Doorontwikkeling samenwerking sociaal domein in de regio’

BMC heeft de implementatieopgave van de transitie en transformatie opgedeeld in vijf opgaven en onderscheidt in de samenwerkingsorganisaties globaal vijf varianten. In onderstaande afbeelding is dit visueel weergegeven.

De vijf opgaven omvatten het volgende:

  1. Beleidskaders: de gemeentelijke ambities, kaders en uitgangspunten waarbinnen het sociaal domein wordt doorontwikkeld;

  2. Toegang: de wijze waarop de toegang tot zorg- en dienstverlening wordt georganiseerd;

  3. Arrangementen: het aanbod van zorg en dienstverleningen de wijze waarop dit wordt aangeboden;

  4. Contracteren: de wijze waarop het contracteren van aanbieders wordt toegepast;

  5. Monitoren & verantwoorden: de wijze waarop sturing op gewenst effect en verantwoording over resultaat wordt georganiseerd.

De vijf samenwerkingsvarianten kunnen als volgt kort worden omschreven:

  1. Zelf doen: uw gemeente voert de betreffende taken zelfstandig uit.

  2. Overleggen met de regio: uw gemeente overlegt met gemeenten in uw regio over de ontwikkeling van één of meerdere taken. Dit is de meest lichte variant van samenwerking, waarbij vooral ervaringen en ideeën uitgewisseld worden.

  3. Ontwikkelen met de regio: samen met gemeenten in uw regio ontwikkelt uw gemeente mogelijkheden voor de uitvoering van één of meerdere taken.

  4. Uitvoeren met de regio: uw gemeente voert bepaalde taken samen met gemeenten in uw regio uit. De samenwerking vindt plaats op basis van gezamenlijke afspraken dan wel vanuit een gezamenlijke organisatie, zoals de shared service organisatie (SSO).

  5. Uitbesteden: een externe partij voert bepaalde taken uit. De uitbesteding vindt plaats vanuit uw gemeente of in opdracht van enkele gezamenlijke gemeenten.

Werkwijze zelfdiagnose

De zelfdiagnose is met name bedoeld voor degene die eindverantwoordelijk is voor de organisatie van het sociaal domein; ambtelijk bijvoorbeeld een secretaris/directielid of bestuurlijk de portefeuillehouder(s). U kunt zelf of samen met bijvoorbeeld de gezamenlijke secretarissen/ portefeuillehouders in de regio aangeven hoe u het nu heeft georganiseerd. Daarna kunt u de vraag beantwoorden of deze organisatie wel de meest logische, consistente en optimale is voor uw gemeente en/of de regio. Waar nodig kunt u zich ook laten ondersteunen door BMC adviseurs, die door middel van een korte interviewronde of in workshopverband de diagnose met u uitvoeren.

De diagnose bestaat globaal uit de volgende stappen:

  1. Bepaal per opgave aan de hand van de geformuleerde stellingen welke stelling van één van de vijf samen- werkingsvarianten het beste past bij de huidige organisatie van uw gemeente.

  2. Geef deze stelling een waarderingscijfer naar de mate waarop u denkt dat de betreffende samenwerkingsvorm in de praktijk werkt/gaat werken (0 = niet optimaal tot 10 = optimaal).

  3. Tel de scores per opgave op en bepaal het gemiddelde.

  4. Beoordeel uw score aan de hand van de volgende vragen:

    a. In hoeverre zijn de Wmo, Jeugdzorg en Participatie afzonderlijk georganiseerd?
    b. Is de samenwerkingsvorm over alle implementatiekernen hetzelfde georganiseerd (verticale lijn van scoren)?
    c. Als u naar uw waardering in cijfers kijkt, waar ligt dan de doorontwikkeling? Ligt deze binnen de huidige samenwerkingsvorm of daarbuiten?
    d. In welke richting zou de doorontwikkeling moeten plaatsvinden om de transformatie effectief te laten zijn?
    e. In welke richting zou de doorontwikkeling moeten plaatsvinden om de transformatie efficiënt te laten zijn?

Download de leaflet Zelfdiagnose

Meer informatie

Voor meer informatie en voor het maken van een (vrijblijvende) afspraak kunt u contact opnemen met Machteld Koelewijn, partner Sociaal Domein, via telefoonnummer 06-27253266 of per e-mail naar machteld.koelewijn@bmc.nl, of met Roel Wever, partner bij BMC, via telefoonnummer 06 – 11 30 02 70 of per e-mail naar roel.wever@bmc.nl. U kunt ook gebruik maken van onderstaand contactformulier.

Contact

Wat zijn uw gegevens?
Waar zal het gesprek over gaan?