27 sep 2016

Verschuiving van maatwerk geen doel op zich

door Frans Vos, partner BMC

Vrijwel iedere transformatieagenda kent de doelstelling dat maatwerk en specialistische voorzieningen afgebouwd moeten worden ten gunste van algemene voorzieningen. Motief: algemene voorzieningen zijn toegankelijk voor meerdere doelgroepen en minder duur. Dat klinkt heel plausibel, maar is het ook zo?

Begin februari was ik in het kader van de Nationale Voorleesdagen bij een feestelijke bijeenkomst waar ernstig meervoudig gehandicapte kinderen werden voorgelezen. Die ochtend werd me verteld dat de verbinding tussen cliënten en samenleving op meerdere manieren versterkt wordt. Zo zijn er dagactiviteiten geïntroduceerd voor cliënten bij bedrijven en instellingen, onder andere in de buurt van Katwijk aan den Rijn.

Bij deze zorgaanbieder komt de financiering bij elkaar van de Jeugdwet, de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wmo. Kinderen die het kinderdagcentrum bezoeken vallen onder de Jeugdwet, tenzij er sprake is van zeer ernstige meervoudige beperkingen. Dan kan voor kinderen vanaf 5 jaar een Wlz-indicatie aangevraagd worden. Vanuit de Wlz wordt het Wonen in intramurale voorzieningen bekostigd. Vanuit de Wmo de dagbesteding en begeleiding.

Wat betekent nu in de praktijk het verschil tussen een algemene en een specialistische of maatwerkvoorziening?

De desbetreffende zorgaanbieder heeft als slogan ‘Gewoon leven’.  Daarom worden ouders er veelvuldig bij betrokken. Daarom wonen cliënten zo veel mogelijk thuis of  in een begeleide woonvorm. Daarom vinden er dagactiviteiten plaats bij bedrijven en instellingen in de buurt. Daarom worden diensten door cliënten voor de buurt geruild met tegendiensten van diezelfde buurt. Daarom worden er activiteiten georganiseerd voor mensen met beperkingen in (algemene) voorzieningen waar anderen bij kunnen aanhaken. Daarom wordt er veel met vrijwilligers gewerkt (op ongeveer 800 cliënten 500 vrijwilligers in alle soorten en maten). Daarom coachen professionele medewerkers  de vrijwilligers bij hun omgang met mensen met beperkingen.

Wat we dankzij deze activiteiten van ‘gewoon leven’ zien is dat de vorm en inhoud van de zorg zodanig wordt ingericht dat de verbinding en participatie in de leefomgeving van cliënten optimaal wordt benut.  Dat daarbij zo mogelijk ook algemene voorzieningen een rol spelen is prachtig. Maar dat een verschuiving van maatwerk naar algemeen daarvoor zaligmakend is, is onzin.

Het is maar de vraag of algemene voorzieningen per definitie goedkoper zijn en het is ook de vraag of het de inclusiviteit altijd ten goede komt. Sommige doelgroepen vinden geen aansluiting of worden niet geaccepteerd door andere bewoners of vragen om een specifieke bejegening. Dat mag niet betekenen dat de doelstelling van inclusiviteit dan losgelaten moet worden. Het betekent wel dat die dan een andere vorm moet krijgen.

Ook specialistische voorzieningen zien de voordelen van participatie in de leefomgeving voor hun cliënten. Daar komt bij dat aanbieders van specialistische voorzieningen door de budgetkortingen gestimuleerd worden om verbindingen met die buitenwereld en algemene voorzieningen aan te gaan.

De les is dat iedere zorg dusdanig vorm moet worden gegeven dat deze maximaal de participatie en ondersteuningsmogelijkheden in de eigen omgeving benut. De opgave is om de zorg weer te laten aansluiten bij de mogelijkheden van zelforganisatie van cliënten. Dat is bevorderlijk voor het ‘meedoen’ en dat is uiteindelijk ook de kern van de transformatie.