26 aug 2020

Verplichte cliëntondersteuning, voor wie eigenlijk?

Vanuit de Wmo zijn alle gemeenten verplicht cliëntondersteuning aan te bieden. Een cliëntondersteuner is een onafhankelijk persoon die de cliënt kan begeleiden bij het vinden van de juiste ondersteuning. De bekendheid van de cliëntondersteuning is echter laag, zo blijkt uit de cliëntervaringsonderzoeken die BMC jaarlijks voor meer dan 80 gemeenten uitvoert *. Dit roept vragen op over het gebruik van cliëntondersteuning en de mate waarin hier behoefte aan is.

Waarom cliëntondersteuning?

Binnen de Wmo speelt het keukentafelgesprek een cruciale rol. In de wet is het zwaartepunt verschoven van het recht op een oplossing naar het recht op een gedegen keukentafelgesprek. Dit gesprek, dat plaatsvindt tussen gemeente en cliënt, kan leiden tot verschillende soorten oplossingen. Dit kan een maatwerkvoorziening zijn, maar ook een eigen kracht oplossing of een algemene voorziening zoals een boodschappenservice, wasservice of ondersteuning vanuit een vrijwilligersorganisatie. Er bestaat een breed pallet aan oplossingen waar de cliënt van tevoren vaak weinig zicht op heeft. Vanuit die hoedanigheid is er in de Wmo vastgelegd dat een cliënt ondersteuning kan krijgen bij het keukentafelgesprek. 

Ondersteuning bij het keukentafelgesprek wordt ook geboden omdat een groot deel van de Wmo-cliënten zich in een kwetsbare positie bevindt. Uit de cliëntervaringsonderzoeken van BMC blijkt bijvoorbeeld dat een aanzienlijk deel van de cliënten kampt met beperkingen die het voeren van een keukentafelgesprek in de weg kunnen staan. 23% van de cliënten heeft geheugen- en oriëntatieproblemen, 15% heeft problemen met het psychisch functioneren en 6% heeft een verstandelijke beperking. Ondersteuning bij het gesprek, in welke vorm dan ook, is bij een deel van de cliënten eerder noodzakelijk dan wenselijk.

Behoefte aan cliëntondersteuning

De cijfers van BMC (uit ruim 80 gemeenten) roepen de vraag op hoe groot behoefte aan cliëntondersteuning nu echt is. Uit de analyse van BMC van de afgelopen vier jaar blijkt dat de meerderheid (52%) een bekende of familielid meeneemt naar het gesprek met de gemeente. Er zijn ook cliënten die het gesprek (bewust) alleen hebben gevoerd en aangeven geen ondersteuning nodig te hebben (29%). Daarna volgen cliënten die ondersteuning hebben gehad bij het gesprek in de vorm van een zorg- of hulpverlener (16%). Slechts een klein deel maakt gebruik van een onafhankelijke cliëntondersteuner (11%). Dit percentage is door de jaren heen (2016 t/m 2019) min of meer gelijk gebleven. BMC heeft op basis van signalen uit de cliëntervaringsonderzoeken in diverse gemeenten aanvullend kwalitatief onderzoek gedaan, waarbij we door middel van interviews ook dieper zijn ingegaan op de behoefte van en de bekendheid cliëntondersteuning. 

Bekendheid

Uit dit kwalitatieve onderzoek kwam naar voren dat  de behoefte aan een vertrouwd persoon, zoals partner of mantelzorger, in de praktijk de voorkeur blijkt te genieten. Tevens bleek dat het begrip cliëntondersteuning verwarrend is. Wanneer gevraagd wordt of mensen bekend zijn met cliëntondersteuning, antwoordt doorgaans de helft dat dit niet zo is. Wanneer echter de naam van de cliëntondersteunende organisaties of de ondersteuners zelf wordt genoemd, blijken respondenten toch regelmatig met een cliëntondersteuner erbij het keukentafelgesprek te hebben gevoerd. Daarnaast merkt BMC dat gemeenten er in de praktijk van alles aan doen om de bekendheid te vergroten, door flyers aan te bieden, advertenties in lokale media, maar ook door het bij de intake te melden, enzovoorts. Desondanks neemt de bekendheid amper toe: van 26% bekendheid bij respondenten in 2016 tot 33% in 2019, waarbij er zelfs gemeenten zijn waar de bekendheid is teruggelopen de afgelopen jaren. De vraag is dan ook in hoeverre er op dit vlak nog geïnvesteerd moet worden? 

Alternatieve informele invulling van de onafhankelijke cliëntondersteuner

Er zijn inmiddels een aantal gemeenten die andere vormen van ‘informele cliëntondersteuning’ hebben georganiseerd, bijvoorbeeld een welzijnsorganisatie, ouderenbonden, ouderenadviseurs en cliëntondersteuning voor specifieke doelgroepen. Uit gesprekken met consulenten blijkt dat hier in de praktijk vaker gebruik van wordt gemaakt. Deze informele ondersteuners zijn bekend binnen de sociale structuren van de gemeenschap en zodoende vaak een bekend gezicht voor cliënten. 
Het werken met informele cliëntondersteuners heeft volgens de geïnterviewden verschillende voordelen. Zo worden deze personen eerder vertrouwd, zijn ze vaak betrokken bij het gehele proces en zijn zij in veel gevallen goed bekend met voorzieningen en organisaties. In een aantal gevallen is er ook een samenwerkingsrelatie met de gemeente zodat werkwijze, visie en bevindingen kunnen worden afgestemd en uitgewisseld. Nadelen zijn er echter ook. Zo zijn lang niet alle informele cliëntondersteuners op de hoogte van de laatste wet- en regelgeving.  Ook loopt de rol van ‘belangenbehartiger’ en van ‘gespreksondersteuner’ soms in elkaar over. Desalniettemin wordt informele cliëntondersteuning wel als een meerwaarde gezien door zowel de consulenten als de respondenten. Het zou daarom goed zijn om gemeenten de ruimte te bieden of zelfs te stimuleren de cliëntondersteuning te herzien en de mogelijkheden voor  informele ondersteuning eens breder te verkennen. 

 

* Gemeenten zijn verplicht om ieder jaar ervaringen van hun Wmo-cliënten in kaart te brengen. De VNG heeft hiervoor, in samenwerking met andere partijen, een vragenlijst bestaande uit tien vragen opgesteld, die sinds 2016 onder Wmo-cliënten wordt uitgezet. De data uit deze onderzoeken worden gepubliceerd op waarstaatjegemeente.nl, zodat gemeenten de resultaten met elkaar kunnen vergelijken.

SOCIAAL DOMEIN BLOG

Auteurs

Tamara Bakker Cultuur & Erfgoed senior adviseur 06 – 83 00 21 15 Bekijk profiel
Tom Plat Sociaal Domein senior adviseur 06 - 53 36 40 87 Bekijk profiel