8 nov 2016

Ontwikkelingen in de jeugdhulp in 2016

In 2015 is de Jeugdwet van kracht geworden. Sinds die tijd monitort BMC in opdracht van de Kinderombudsman de toegang tot en kwaliteit van de jeugdhulp. Deze zomer heeft BMC de vierde meting uitgevoerd en daarmee de ontwikkelingen in de jeugdhulp in 2016 in kaart gebracht.

Uit de monitor blijkt dat jongeren en ouders het moeilijk vinden om de toegang tot jeugdhulp te vinden en soms lang moeten wachten. Als de jeugdhulp eenmaal van start is, blijken zij over het algemeen tevreden te zijn over deze hulp en de hulpverlener. De vriendelijkheid van de hulpverlener, de tijd die de hulpverlener voor de cliënt neemt en het inlevingsvermogen worden hoog gewaardeerd. Minder tevreden zijn zij over de manier waarop hulpverleners met elkaar samenwerken en de duidelijkheid over wat men kan verwachten van de hulp.

Jongeren en ouders zijn tevreden over de hulpverleners en voelen zij zich door hen serieus genomen (zie tabel 23). Tegelijkertijd lijkt de jeugdhulp bij een derde minder effectief: slechts 64% van de respondenten geeft aan dat de hulp hen goed helpt. 16% van de respondenten is (heel) ontevreden over het effect en ongeveer 20% geeft aan dat de hulp niet voldoet aan hun wensen en behoeften.

Ouders en jongeren worden steeds meer betrokken door gemeenten bij het bepalen van welke hulp het beste past. Dit vinden zij positief. Ook wordt er gekeken naar de eigen kracht van gezinnen en hun omgeving. Jongeren en ouders vinden dit positief, maar geven ook aan dat zij juist naar de gemeente komen omdat zij het niet zelf kunnen oplossen. Het zoeken naar wanneer eigen kracht nog mogelijk is en wanneer niet meer is een zoektocht voor gemeenten en er zijn signalen dat er soms te lang wordt ingezet op de eigen kracht van gezinnen.

Net als in voorgaande metingen geven ouders, jongeren en jeugdhulpaanbieders aan dat er in sommige gevallen te lang te lichte hulp wordt geboden. Met de Jeugdwet is ook beoogd lichtere zorg te geven in die gevallen waarin dat mogelijk is. Uit het onderzoek komt naar voren dat dit proces niet altijd goed verloopt en dat problemen in gezinnen daardoor soms toenemen. In het ergste geval leidt dit tot een crisisplaatsing in de gesloten jeugdzorg; de zwaarste vorm van zorg die bestaat. De Kinderombudsman vindt daarom dat gemeenten moeten zorgen dat kinderen sneller passende hulp krijgen.

Kinderen hebben recht op privacy. Het mag daarom niet gebeuren dat persoonlijke informatie terechtkomt bij iemand die niets van de problemen hoeft te weten. Dit gebeurt soms wel. Voor gemeenten en hulpverleners is het niet altijd duidelijk welke informatie over een kind ze volgens de Jeugdwet mogen delen met anderen, opslaan of bewaren.

Bekijk hier het rapport 'Mijn belang voorop?'

Bekijk hier het bericht 'Kinderen stuiten nog op te veel knelpunten in de jeugdhulp' op de website van de Kinderombudsman.

Meer informatie

Voor meer informatie over het onderzoek en voor het maken van een (vrijblijvende) afspraak kunt u contact opnemen met Machteld Koelewijn, partner Sociaal Domein, via telefoonnummer 06-27253266 of per e-mail naar machteld.koelewijn@bmc.nl.