7 mei 2016

Gemeente hoeft ongericht verzoek om inzage persoonsgegevens niet te honoreren

Gemeenten worden de laatste weken geconfronteerd met nogal ruim gestelde verzoeken om inzage in de gegevens die de gemeente in haar administraties verwerkt. Het verzoek is gebaseerd op artikel 35 Wbp.

Op grond van artikel 43, sub e, Wbp kan de gemeente artikel 35 Wbp buiten toepassing laten in het belang van de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen. Onder de rechten van anderen vallen namelijk ook de rechten van de gemeenten. Dat kan onder meer worden afgeleid uit de memorie van toelichting (MvT) op de Wbp (Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 892, nr. 3):

Pagina 143 MvT:

“De vraag rijst hoe nauwkeurig een verzoek om inlichtingen omtrent gegevensverwerking moet zijn. Een onbestemde vraag naar een opgave van alle gegevensverwerkingen van een verantwoordelijke kan voor de beantwoording daarvan van deze verantwoordelijke een onevenredige inspanning vergen. Hij kan in dergelijke gevallen – alvorens het verzoek in behandeling te nemen – eerst van de verzoeker verlangen zijn vraag te preciseren. Voldoet deze laatste daaraan niet, dan kan in voorkomend geval de verantwoordelijke de vraag terzijde leggen als zijnde een vorm van misbruik van recht.

De verantwoordelijke kan zich dan beroepen op artikel 43, onderdeel e, van dit wetsvoorstel: een gewichtig belang aan zijn kant staat aan inwilliging van het verzoek in de weg. De inspanning die de verantwoordelijke zou moeten leveren om de vraag te beantwoorden, kan hiertoe aanleiding geven, maar niet de aard van de gegevensverwerking”.

Ook in de toelichting op artikel 35 maakt de MvT al gewag van het feit dat verzoeken om kennisneming niet ongericht mogen zijn en dat dit onder omstandigheden kan neerkomen op misbruik van recht. (pag. 44).

Meer informatie

Voor meer informatie of een vrijblijvende afspraak kunt u contact opnemen met senior adviseur Willem de Vries via telefoonnummer 06-51629780 of per e-mail naar willem.de.vries@bmc.nl