5 feb 2026

Coalitieakkoord: Lastige opgaves voor gemeenten na 18 maart

Het op 30 januari 2026 gepresenteerde coalitieakkoord biedt gemeenten weinig soelaas bij het oplossen van hun financiële problemen. Dit blijkt uit een analyse van BMC’er Erwin Ormel. Anders dan bij de kabinetten Rutte III (kort voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018) en Rutte IV (kort voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2022) is er namelijk weinig perspectief op nieuwe middelen. Lokale bestuurders zullen bij het opstellen van nieuwe collegeprogramma’s na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart dan ook vooral aangewezen zijn op hun eigen begroting.

Een deel van de financiële problemen van gemeenten komt voort uit het feit dat er sinds twee jaar sprake is van een nieuwe normeringssystematiek. Daarvóór groeide het gemeentefonds mee met de omvang van de rijksuitgaven. Dit leidde ertoe dat het gemeentefonds automatisch meeprofiteerde als er extra uitgaven werden opgenomen in een regeerakkoord. Zo berekende BMC in 2022 dat een gemiddelde gemeente van 40.000 inwoners dankzij het toenmalige regeerakkoord over een periode van vier jaar een slordige € 14 miljoen extra kon inzetten voor de coalitieonderhandelingen op lokaal niveau. Dit effect blijft nu achterwege, omdat het gemeentefonds niet langer meegroeit met de omvang van de rijksuitgaven, maar met de omvang van de economie. Dit laatste effect is al in de gemeentebegroting verwerkt. Gevolg is dat de lokale besprekingen na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart onder een heel ander financieel gesternte zullen plaatsvinden.

Beperkte extra middelen, extra uitgaven en bezuinigingen

Onze analyse van het regeerakkoord laat zien dat het op onderdelen extra middelen bevat. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat hier extra uitgaven tegenover staan. Ook is er sprake van extra bezuinigingen die voor een deel worden gecompenseerd door lagere uitgaven of hogere eigen bijdragen. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste financiële gevolgen van het coalitieakkoord voor gemeenten. 

Gemeenschapsfonds

In het regeerakkoord is incidenteel € 200 miljoen opgenomen voor het instellen van een gemeenschapsfonds. Het gaat hierbij om € 50 miljoen gedurende vier  jaar. Het gemeenschapsfonds is bedoeld voor het versterken van onder meer het verenigingswerk, initiatieven voor zorgzame wijken en dorpen en sociale cohesie. De minister van Binnenlandse Zaken gaat hiervoor een regeling uitwerken. Als de middelen evenredig worden verdeeld, betekent dit voor een gemiddelde gemeente van 40.000 inwoners ongeveer € 100.000 extra per jaar. Na het einde van de periode van vier jaar is er geen geld meer gereserveerd voor dit fonds. 

Korting op de huishoudelijke hulp

Mensen die dit kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Dit betekent dat de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo met ingang van 1 januari 2029 wordt geschrapt. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. De partijen wijzen er wel op dat de ingeboekte besparing van € 435 miljoen structureel als taakstelling overeind blijft.

Aanpak armoede en schulden

Voor de bestrijding van armoede en het verder brengen van een effectieve aanpak en preventie van problematische schulden wordt in het coalitieakkoord structureel € 150 miljoen gereserveerd.

Bouwen van betaalbare woningen

Van 2029 tot en met 2035 wordt er jaarlijks € 1 miljard vrijgemaakt voor het stimuleren van het bouwen van betaalbare woningen.

Klimaatgelden worden gecontinueerd

Voor de capaciteitsinzet voor het klimaat- en milieubeleid ontvangen de gemeenten tot en met 2030 al extra middelen. Voor 2026 gaat het om een bedrag van € 666 miljoen. In het coalitieakkoord staat dat de partijen deze regeling tien jaar langer willen laten duren, tot 2040. Tussen 2031 en 2040 wordt jaarlijks € 800 miljoen uitgetrokken voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid door de mede-overheden.

Uitwerking in een startnota

Net als bij eerdere formaties wordt het coalitieakkoord financieel-technisch uitgewerkt in een startnota. Daarin zijn de consequenties meer in detail doorgerekend.

Geen oplossing voor de financiële problematiek in de jeugdzorg

Het coalitieakkoord biedt geen oplossing voor de financiële problematiek in de jeugdzorg. In de voorjaarsnota van 2025 heeft het kabinet voor de periode 2025-2029 ongeveer € 3,5 miljard aan extra middelen beschikbaar gesteld. Afgelopen zomer bleek uit een analyse van BMC dat het financieel perspectief van gemeenten weliswaar is verbeterd, maar dat zij in hun begrotingen ook weer te maken kregen met nieuwe tegenvallers. Hierdoor moesten gemeenten een deel van de extra middelen van het Rijk en hun eigen bezuinigingen gebruiken om nieuwe tegenvallers op te vangen. Hetzelfde beeld komt naar voren in de recent gepubliceerde cijfers van BDO over de gemeentebegrotingen. Een door BMC uitgevoerde analyse van de jaarrekeningen laat daarnaast zien dat de kosten voor de jeugdzorg en de wijkteams veel harder stijgen dan de compensatie die de gemeenten krijgen voor de inflatie. Dit geldt ook voor de kosten van de eigen organisatie.

Zet deze trend zich de komende jaren door?

De komende maanden wordt in veel gemeenten duidelijk of deze trend zich doorzet. Mocht er opnieuw sprake zijn van een boveninflatoire kostenstijging (bijvoorbeeld in het sociaal domein en de eigen organisatie) die structureel doorwerkt in de meerjarenbegroting, dan gaat het perspectief nog verder verslechteren. Alleen is er nu geen zicht op extra financiële compensatie van het Rijk. Blijkt dit de komende maanden inderdaad zo te zijn, dan hebben de lokale onderhandelaars nog een flinke puzzel te leggen. 

Politieke partijen: eigen wensen en prioriteiten

Daarnaast hebben de politieke partijen in de lokale verkiezingscampagnes nog hun eigen wensen en prioriteiten die ze aan de onderhandelingstafel willen realiseren. Het is maar de vraag of er ruimte is om hier wat van te honoreren. Dit kan leiden tot moeizame gesprekken om de geringe financiële ruimte in te vullen.

Grote uitdagingen in het fysieke domein

Uit een door BMC uitgevoerde verkenning in het voorjaar van 2025 bleek dat deskundigen ook in het ruimtelijk domein ontwikkelingen voorzien die in de toekomst kostenverhogend zullen werken. Denk aan de revitalisering van naoorlogse wijken, de noodzakelijke vervanging van civiele infrastructuur, de problematiek rondom de netcongestie en de stikstofproblematiek. Bovendien leidt de woningbouwopgave, naast de inzet van co-financiering, tot nieuwe structurele lasten voor gemeenten die onvoldoende gecompenseerd worden. 

Complicerende factor: onderlinge samenhang

Beleidsdossiers staan al lang niet meer op zichzelf. Neem de woningbouwopgave die bij gemeenten ligt. Hier komt veel problematiek samen: niet alleen schaarse grond, netcongestie en beperkte arbeidskracht om te bouwen, maar ook de betaalbaarheid van wonen en de toekomstige tekorten in de zorg vanwege de vergrijzing. Dit is een complexe puzzel, die vraagt om vergaande samenwerking in de uitvoering. Binnen gemeenten, tussen gemeenten en met partners als projectontwikkelaars, woningcorporaties en zorg- en welzijnspartijen, met ieder een andere aansturing en deels andere belangen. Meer weten over de gevolgen van het coalitieakkoord voor woningcorporaties? Lees dan de analyse van Luiten Plekker, partner toekomstbestendige woningcorporaties bij BMC.

Eigen vermogen gemeenten was nog nooit zo hoog

Het eigen vermogen van de Nederlandse gemeenten bedraagt op dit moment ruim € 43 miljard. Eind 2019 bedroeg het eigen vermogen nog ongeveer € 29 miljard. In vijf jaar tijd is het eigen vermogen van gemeenten dus met € 14 miljard gestegen. Dat gemeenten een buffer nodig hebben om risico’s op te vangen is evident. Bovendien is het eigen vermogen ongelijk over de gemeenten verdeeld. Afhankelijk van de financiële situatie in individuele gemeenten liggen er kansen om dit vermogen maatschappelijk meerjarig te laten renderen, door een deel in te zetten als dekking voor investeringen met een meerjarig nut. Dit kan alleen als de exploitatie meerjarig structureel sluitend is. En die opgave lijkt weer groter te worden.

Zeven handreikingen voor de periode na 18 maart

In de periode na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart staan gemeenten voor de complexe opgave om richting te geven aan het beleid voor de komende vier jaar. De volgende handreikingen kunnen gemeenten hierbij helpen. 

Handreiking 1: zorg voor een actueel financieel perspectief

De ontwikkelingen op basis van de jaarrekening 2025, die op dit moment wordt opgesteld, zijn medio maart wel duidelijk. Het is belangrijk dat de structurele consequenties hiervan op tijd bij de lokale onderhandelaars op tafel liggen.

Handreiking 2: breng de maatschappelijke opgaven reëel in beeld

Het is zaak om reëel te zijn over de financiële opgaven die eraan zitten te komen. Beperk je niet tot een periode van vier jaar, maar breng de opgaven voor de langere termijn in beeld.

Handreiking 3: maak afspraken over een ‘slechtweerscenario’ vanaf 2028

Gemeenten doen er goed aan om tijdens de onderhandelingen afspraken met elkaar te maken over een ‘slechtweerscenario’, zeker als de onzekerheid op financieel gebied voortduurt. Op zijn minst gaat het om afspraken over het te doorlopen proces als de financiële situatie noopt tot verdere bezuinigingen. Ook heeft het de voorkeur om vooraf al afspraken te maken over de richting van de bezuinigingen.

Handreiking 4: begin op tijd

Het proces van bezuinigen is weerbarstig en draait om ingewikkelde keuzes maken binnen een samenstel van onderling conflicterende belangen. Belangrijk is dan ook om hiermee op tijd te beginnen. Zorg voor een heldere inkadering, duidelijke opdrachten en een heldere processtructuur.

Handreiking 5: benut financieel-technische maatregelen om tijd te kopen 

Soms kunnen financieel-technische maatregelen, al dan niet tijdelijk, soelaas bieden. Bijvoorbeeld om de echte keuzes nog even uit te stellen of om te voorkomen dat er te snel pijnlijke maatregelen worden genomen die achteraf het liefst teruggedraaid zouden worden. Benut de tijd die deze maatregelen opleveren om met elkaar het fundamentele gesprek te voeren. 

Handreiking 6: zet reserves verstandig in

Kijk goed of een deel van de reserves kan worden ingezet voor een investeringsstrategie die een langjarig maatschappelijk rendement oplevert. Gemeenten zijn geen bankinstellingen. Ze hebben belastinggeld van hun inwoners gekregen om hier maatschappelijk nuttige dingen mee te doen.

Handreiking 7: stuur op evenwicht in beleid, organisatie en middelen

Door de krapte op de arbeidsmarkt staat de uitvoeringskracht binnen gemeenten onder druk. Daarom is het van belang om te blijven sturen op een evenwicht tussen beleid, organisatie en middelen. Om maatschappelijke opgaven te realiseren, is het zaak dat deze drie onderdelen met elkaar in evenwicht zijn.

Meer informatie 

Wilt u meer weten over deze analyse of informatie over hoe wij gemeenten begeleiden bij hun financiële strategie? Neem voor meer informatie of een vrijblijvend gesprek contact op met Erwin Ormel.

PUBLICATIE FINANCIEN-EN-BEDRIJFSVOERING

Meer weten?

Neem contact met mij op

Erwin Ormel managing consultant 06 - 10 63 16 53