6 mei 2026

De gesloten jeugdzorg: Hoe afbouw zonder opbouw opnieuw tot systeemfalen leidt

Tot 13 april 2026 was het mogelijk om deel te nemen aan de internetconsultatie voor de wet Reikwijdte Jeugdwet. De storm aan reacties van experts, organisaties, gemeenten en bezorgde burgers heeft één ding duidelijk gemaakt: het wetsvoorstel is geen gelopen race. Tot er meer duidelijkheid is, willen we gemeenten met dit overzichtsartikel inzicht bieden in het wetsvoorstel. Waarom is deze wet überhaupt in gang gezet? Wat zijn de belangrijkste onduidelijkheden en kritiekpunten? Waar is consensus over en kunt u mee aan de slag? En waar kunt u als gemeente beter mee wachten? 

De rijksoverheid wil met het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet een aantal noodzakelijke maatregelen doorvoeren, zodat jeugdhulp zo passend mogelijk wordt ingezet: licht als het kan, zwaar als het moet. In de memorie van toelichting op de consultatieversie van de wet staat dat de doelen van de Jeugdwet uit 2015 een fundamenteel andere manier van denken en doen vragen, die er op dit moment – tien jaar na de inwerkingtreding van de wet – onvoldoende is. Als oplossing kiest de overheid voor wettelijke kaders die tot duidelijkheid en grip moeten leiden. Het voorstel is enerzijds gericht op het terugdringen van het jeugdhulpgebruik. Anderzijds is het doel van het voorstel  dat kinderen en gezinnen die jeugdhulp het hardste nodig hebben deze ook zonder vertraging krijgen.

 

Reacties op de internetconsultatie

De reacties op het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet zijn kritisch. Ze leggen onduidelijkheden in de consultatieversie bloot. Er blijft bijvoorbeeld onduidelijkheid over de scheidslijn tussen basishulp en aanvullende hulp. De inhoudelijke bezwaren verschillen enorm; de standpunten staan soms zelfs lijnrecht tegenover elkaar. De consultatie legt cruciale verschillen in zienswijzen bloot, bijvoorbeeld over de bevoegdheden van lokale teams ten opzichte van huisartsen, over het wel of niet stellen van kwaliteitseisen aan lokale teams en over nut en noodzaak van indicaties voor aanvullende hulp, geboden door het lokale team. 

Critici vinden dat de voorgestelde wet niet leidt tot een fundamentele verandering. Ze typeren het voorstel als een voortzetting van de huidige systeemwereld en vinden dat de focus te veel ligt op beheersbaarheid. Belangrijke adviesorganen en uitvoerders, waaronder het G40-stedennetwerk, de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) en de Kinderombudsman, achten de risico’s zo groot dat ze pleiten voor een fundamentele herbezinning of zelfs voor het annuleren van de wet. 

 

Waar is consensus over en kunt u als gemeente dus al mee aan de slag? 

De kritiek op het wetsvoorstel richt zich niet zozeer op de richting van de wet; de uitgangspunten worden namelijk breed gesteund. Partijen zijn het grotendeels eens over het doel: normalisering van hulpvragen, integrale basishulp dichtbij en directe toegang tot specialistische (integrale) hulp voor kinderen en gezinnen waarvoor dit noodzakelijk is. Dit zijn bewegingen waar gemeenten vaak al jaren aan werken.

  • Stevige lokale teams: er is geen discussie meer óf gemeenten met lokale teams werken. Vrijwel alle partijen die hebben gereageerd op het wetsvoorstel zijn doordrongen van de noodzaak om hulpverlening dichter bij het gezin te organiseren. De visie dat de hulp idealiter wordt geboden in de omgeving van het kind (thuis, wijk, school) door een team dat integraal naar het gezin kijkt, wordt breed gesteund. Dit is inmiddels ook terug te zien in het Richtinggevend kader: toegang, lokale teams en integrale dienstverlening (2024) en het recent vastgestelde Convenant stevige lokale teams (2026). Gemeenten kunnen dan ook verder gaan met het versterken van de lokale teams volgens de uitgangspunten in de genoemde kaders.

  • Normalisering via vakmanschap: het wetsvoorstel wil een grens trekken tussen ‘normale opvoedvragen’ (waar basishulp kan helpen) en aanvullende hulp. Er is brede waardering voor het streven om medicalisering tegen te gaan en voor het uitgangspunt dat niet elke opvoedvraag een label of behandeltraject behoeft. Het idee om aanvullende jeugdhulp te reserveren voor wie dit écht nodig heeft, wordt breed gedragen. Het vereist vakmanschap om ouders en jongeren te motiveren voor een andere vorm van hulp of ondersteuning dan zij in eerste instantie zelf voor ogen hadden. Gemeenten, aanbieders en cliëntorganisaties waarschuwen tegelijkertijd dat de lokale teams op dit moment de expertise en capaciteit missen om zware zorgvragen zo te filteren dat kinderen en gezinnen direct noodzakelijke (specialistische) hulp krijgen. Of het nu om normaliseren of juist om tijdige doorverwijzing gaat, de sleutel ligt bij vakbekwame professionals die voldoende tijd en ruimte kunnen nemen om met het gezin te ontdekken wat ze zelf kunnen dragen en waar ze (tijdelijk) ondersteuning of direct (specialistische) hulp bij nodig hebben.

  • Integraal werken: bijna alle indieners van reacties ondersteunen de ambitie om domeinoverstijgend te werken. Er is brede steun voor het idee dat jeugdhulp niet op een eiland mag staan. U kunt als gemeente verder met het versterken van de informele lijnen tussen de lokale teams en huisartsen, scholen, sociaal werk, partners in het veiligheidsdomein, etc. Tegelijkertijd zien we ook de weerbarstigheid van integraal werken. Heb daarom als gemeente oog voor belemmeringen die medewerkers van de lokale teams en partners ervaren om domeinoverstijgende samenwerking verder vorm te geven.

En dan is er nog een onderwerp waarmee u als gemeente – ondanks de onduidelijkheid van het wetsvoorstel over basishulp en aanvullende hulp – het beste nu al mee aan de slag kunt. Dat heeft te maken met de inwerkingtreding van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp begin 2026. Als gevolg hiervan maakt u afspraken over welke aanvullende jeugdhulp regionaal wordt ingekocht. Wat betekenen de keuzes binnen de regio over de inkoop van aanvullende jeugdhulp voor uw gemeente? Wat koopt u lokaal in, hoe voorkomt u dat er een gat valt en wat bieden de lokale teams binnen uw gemeente aan basishulp? Hoe kunt u uw lokale teams qua capaciteit en deskundigheid zo inrichten dat zij deze basishulp kunnen bieden?

 

Waar kunt u als gemeente beter mee wachten?

Gezien de stevige kritiek op de consultatieversie van de wet Reikwijdte Jeugdwet kunnen gemeenten beter wachten met de volgende wijzigingen in hoe zij de jeugdhulp inrichten:

  • Het juridisch dichttimmeren van de ‘eigen kracht’: het afwegingskader zet in het wetsvoorstel sterk in op het toetsen van de eigen kracht van ouders. Dit is juridisch kwetsbaar. Er is grote kritiek op de vaagheid van deze norm. De Kinderombudsman vindt bijvoorbeeld dat vage termen als ‘normale ontwikkeling’ en ‘eigen kracht’ de wettelijke filters zijn die gemeenten moeten invullen. U loopt als gemeente een risico als u een zeer nauwe definitie van ‘eigen kracht’ vastlegt in de lokale verordening. Bij een bezwaarprocedure is er een kans dat de rechter dit vernietigt omdat het in strijd is met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK; kinderrechtenverdrag). Zet als gemeente dus zeker in op vakbekwame medewerkers in het lokale team die met gezinnen de eigen kracht ontdekken, maar niet op een (bureaucratische) toets hiervan.

  • Het inperken van de verwijsmogelijkheden van huisartsen: een groot pijnpunt voor medische beroepsgroepen is de voorgestelde beperking van de verwijsmogelijkheden van de huisarts. In het wetsvoorstel staat dat huisartsen stap voor stap minder mogen verwijzen naar aanvullende jeugdhulp. Dit zou meer via de lokale teams moeten verlopen. Medische beroepsgroepen hebben zorgen dat dit leidt tot extra bureaucratische schakels, vertraging bij acute psychische problematiek en een aantasting van het medisch beroepsgeheim. De laatste zorg wordt gedeeld door de RSJ en de Autoriteit Persoonsgegevens. Als gemeente doet u er goed aan de samenwerking en het wederzijdse vertrouwen in elkaars deskundigheid tussen lokale teams en huisartsen te bevorderen, maar de verwijsmogelijkheden niet formeel in te perken. 

  • Het publiceren van een eigen ‘beter laten’-lijst: het wetsvoorstel introduceert een lijst van hulpvormen die niet langer vergoed worden. Tegelijkertijd zijn de landelijke criteria voor deze lijst nog niet definitief. Er is nog geen wetenschappelijke consensus over welke hulpvormen als ‘schadelijk’ of ‘niet-effectief’ worden aangemerkt. Als gemeenten nu al bepaalde therapieën of interventies uitsluiten van financiering op basis van een voorlopige lijst, ontstaat er rechtsongelijkheid tussen gemeenten. Dit leidt tot een toename van juridische geschillen over de ‘gepaste hulp’-norm. Wilt u als gemeente zekerheid over de werkzaamheid van interventies? Dan kunt u terecht bij het Nederlands Jeugdinstituut: www.nji.nl/databanken/interventies.

 

Wat betekent de internetconsultatie voor uw gemeente?

Als gemeente hoeft u niet te wachten tot de wet Reikwijdte Jeugdwet is ingevoerd. In 2015 was de bedoeling van de Jeugdwet al: meer normaliseren, een brede blik en analyse en een beweging naar voren. Zodat de inzet van aanvullende (specialistische) jeugdhulp minder nodig is óf zodat direct duidelijk is dat deze inzet juist wel nodig is. Ook moet de brede blik van de Jeugdwet zorgen voor inzet van integrale ondersteuning en hulp, bijvoorbeeld gericht op bestaanszekerheid en schulden(stress). 

Laten we vanuit deze bedoeling verder werken aan stevige lokale teams, met vakbekwame professionals, die in nauwe afstemming met ouders, jongeren en kinderen kunnen beoordelen of en zo ja, welke hulp en ondersteuning nodig is, voor het kind of voor de ouders. Verder is het belangrijk dat de lokale teams deze hulp ook echt kunnen bieden, tenzij dit hun expertise overstijgt. En dat ze laagdrempelig kunnen samenwerken met anderen. 

De internetconsultatie maakt duidelijk dat de invoering van het huidige wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet de ontwikkeling naar deze stevige lokale teams niet zal helpen en mogelijk zelfs frustreert. Dit komt doordat de wetgeving zich te veel richt op de systeemwereld. Daarmee leidt het voorstel tot een toename van bureaucratie. Dit perkt in de uitvoering de ruimte in om de ingezette ontwikkeling en transformatie door te zetten.

Wij hopen en verwachten dat de reacties op het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet leiden tot aanpassingen. BMC beschikt over veel ervaring met het aanpassen van afwegingskaders, verordeningen en beleidsregels; daarin kunnen we gemeenten ook ondersteunen. Maar we geloven juist ook in het samen leren, anders kijken en handelen bij vragen van gezinnen én we ondersteunen organisaties hierbij. De komende periode vertellen we in een aantal vervolgartikelen graag meer over hoe we bij opdrachtgevers bijdragen aan de doorontwikkeling van stevige lokale teams.

 

Meer informatie?

Meer weten over onze dienstverlening op het gebied van jeugdhulp en stevige lokale teams? Neem voor meer informatie of een vrijblijvend gesprek contact op met Nanja Willemsen of Hèlen Heskes.

contactperson Image
Hèlen Heskes Partner Jeugd 06-21348741
Nanja Willemsen Jeugdhulp, Sociaal Domein managing consultant 06 - 57 57 29 70 Bekijk profiel
BLOG JEUGD-EN-ONDERWIJS TOEGANG-JEUGDHULP JEUGDBESCHERMING-EN-VEILIG-THUIS PREVENTIE VEILIG-THUIS JEUGDHULP