11 mei 2017

Blog: Tien mogelijkheden voor kostenreductie bij theaters

door adviseur Paul van Oort en Cor Wijn, voormalig senior adviseur bij BMC

Theaters hebben het moeilijk. Onder de kop ‘Crisis in het middelgrote theater’ schreef De Volkskrant op 30 april jl over de overlevingsstrategieën van podia. Oorzaak van de crisis: bezuinigingen van gemeenten. Jammer dat de krant zo tekort schoot, zowel qua diagnose als qua oplossingsrichtingen (“mixen, switchen, doorzetten of sneuvelen”). Ten eerste omdat er meer aan de hand is dan alleen gemeentelijke bezuinigingen, ten tweede omdat de journalist ten onrechte de zalen met 200 stoelen typeert als ‘middelgroot’ (en daarmee de problematiek vertekent) en ten derde omdat de krant bij de oplossingen alleen oog heeft voor de programmering, terwijl er ook aan de knop van de bedrijfsvoering kan worden gedraaid.

Bij middelgrote theaters (500-750 stoelen) zien wij momenteel de volgende knelpunten:

  1. Het ontbreekt aan doelstellingen, een strategisch plan en financiële reserves;

  2. De (geslonken) subsidie is vaak net voldoende voor het dekken van de gebouwgebonden kosten;

  3. Gemeenten willen dat de culturele organisaties lokaal meer gaan samenwerken en soms opgaan in één bedrijf;

  4. Er is minder hoogwaardig gesubsidieerd (lees: goedkoop) aanbod;

  5. De toegangsprijzen voor het culturele aanbod worden (te) hoog.

Als we naar de bedrijfsvoering kijken, dan zijn handelingsperspectieven (in oplopende mate van ingrijpendheid voor het publiek) de volgende:

  1. Versterk de financiële en organisatorische slagkracht op bestuurs- en directieniveau;

  2. Kijk naar de manier van afschrijven van het gebouw. Afschrijvingen pakken lager uit als ze gebeuren over een langere periode (bijvoorbeeld 40 in plaats van 30 jaar). Ook kan de afschrijving plaatsvinden op basis van restwaarde in plaats van naar nul. Een andere optie is de boekwaarde van het gebouw naar beneden bij te stellen. Een combinatie van deze opties is natuurlijk ook mogelijk;

  3. Vervang vaste betaalde krachten door freelancers en vrijwilligers. Met name aan de inzet van vrijwilligers kunnen theaters meer doen. Zie het voorbeeld van de poppodia;

  4. Pas de programmering aan. Laat publieksgroepen zelf programmeren en bezoekers werven (zie het voorbeeld van de Deventer);

  5. Koop gemeenschappelijk in. Ervaringen van theaters die gemeenschappelijk inkopen laten zien dat dit kostenbesparing oplevert;

  6. Besteed de programmering uit, bijvoorbeeld aan een impresariaat of een theater uit de regio. Voordeel: het gebouw blijft in gebruik. Er worden geen onomkeerbare stappen gezet. Nadeel: alleen de programmering wordt uitbesteed; de meeste andere kosten blijven bestaan;

  7. Besteed de volledige exploitatie uit aan een andere (culturele) exploitant. Voordelen: de benodigde expertise is onmiddellijk beschikbaar en de kosten zijn nauwkeurig te calculeren. De uitbesteding kan desgewenst plaatsvinden op tijdelijke basis;

  8. Ga over tot beperkte sluiting: een aantal avonden in de week en/of een aantal weken eerder in het seizoen. Voordeel: dit is een omkeerbaar besluit: als de gemeente weer beter bij kas is, kan er weer ruimer worden opengesteld;

  9. Als er voorlopig geen exploitatiebudget is: sluit in afwachting van betere tijden. Voordelen: tijdelijk geld besparen/reserveren om plannen te kunnen maken en later een goede doorstart te kunnen maken. Nadeel: de ‘loop’ gaat eruit;

  10. Als er geen exploitatiebudget is en sluiting politiek niet acceptabel is: oriënteer op hoog-commerciële activiteiten. Dat betekent dat er geen culturele voorstellingen (professioneel danwel amateur) zullen plaatsvinden omdat deze geen rendement opleveren. In hoeverre commerciële activiteiten voldoende rendabel zijn, moet worden afgewacht: de twee schouwburgen die het Van de Valk-concern eind jaren ’80 van de vorige eeuw aankocht (Roermond en Almelo) waren moeilijk kostendekkend te krijgen. Theaters laten zich lastig winstgevend maken.

Meer informatie

Voor meer informatie of een (vrijblijvende afspraak) kunt u contact met ons opnemen via telefoonnummer (033) 496 52 00.

> Ga terug naar werkveld Cultuur en Erfgoed