Quickscan meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

I.o.v. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

In opdracht van het Ministerie van VWS heeft BMC onderzocht of de meldcode voor professionals bevordert dat adequaat omgegaan wordt met, en tijdig actie ondernomen wordt bij, vermoedens en signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling. Op 12 januari 2016 is de rapportage van de quickscan naar de werking van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling aangeboden aan de Tweede Kamer.

De quickscan bestaat uit drie deelonderzoeken: een onderzoek onder professionals die werkzaam zijn in de sectoren waarop de meldcode van toepassing is (gezondheidszorg, onderwijs, jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning, kinderopvang en justitie), een onderzoek onder toezichthouders en een onderzoek onder Veilig Thuis organisaties.

Bij het onderzoek onder professionals zijn eerst de ervaringen van artsen in beeld gebracht. De resultaten van dit onderzoek onder artsen zijn in juni 2015 al bekend gemaakt. Bij dit onderzoek is gebruikgemaakt van een panel van KNMG-leden. Met behulp van de KNMG is het onderzoek uitgezet onder ruim 3.000 praktiserende artsen met diverse specialismen. Uiteindelijk hebben 1.069 panelleden de vragenlijst ingevuld. Aanvullend zijn er voor nadere duiding en verdieping groepsinterviews gehouden.

In de zomer en het najaar van 2015 heeft BMC Onderzoek met medewerking van brancheorganisaties een online enquête uitgezet onder de andere professionals. In totaal hebben er 1.978 professionals meegewerkt aan het onderzoek. Aanvullend op dit kwantitatieve onderzoek hebben we per sector groepsinterviews gehouden waarin we nadere duiding en verdieping willen aanbrengen in de onderzoeksresultaten. Daarnaast is via een dossierstudie en interviews het perspectief van de Veilig Thuis organisaties en de Inspecties in beeld gebracht.

Uitkomsten van het onderzoek

Uit het onderzoek onder professionals komt naar voren dat de bekendheid van professionals in deze sectoren met de meldcode over het algemeen (zeer) goed is. De meldcode biedt ondersteuning en houvast bij het handelen. Het voeren van een gesprek met het kind en/of de ouders wordt in de praktijk als lastig ervaren. De ondervraagde professionals hebben aangegeven dat ze behoefte hebben aan gesprekstechnieken, waarbij ook aandacht wordt besteed aan het voeren van gesprekken met jonge kinderen en kinderen of volwassenen met een beperkt verstandelijk vermogen. Daarnaast geven professionals aan dat de benodigde hulp niet altijd beschikbaar is vanwege wachtlijsten, achterstanden, versobering van de mogelijkheden om hulp in te schakelen en omdat de gemeente deze zorg of ondersteuning niet heeft ingekocht. De bekendheid en het gebruik van de kindcheck is nog onvoldoende.

Veilig Thuis organisaties geven aan dat de rol van sociale wijkteams bij het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling, gelet op hun integrale benadering, groot zou moeten zijn. Zij hebben ook de mogelijkheid om tijdig ondersteuning in te schakelen. In de praktijk blijkt dat de invulling van deze rol van sociale wijkteams nog uitgewerkt moet worden. Door de verbetering in de toepassing van de meldcode door professionals en door de grotere bekendheid met Veilig Thuis is er sprake van een toename van het aantal contactmomenten, adviesvragen en meldingen. Omdat meldingen altijd voorrang hebben, komt de behandeling van adviesvragen, ondersteuning en preventie soms door capaciteitsproblemen onder druk te staan. Daarbij moet in aanmerking genomen worden dat de rol die Veilig Thuis kan spelen bij zaken als voorlichting, preventie en vroegsignalering per gemeente kan verschillen, omdat deze afhankelijk is van de prioriteiten die gemeenten stellen en van de financiering van gemeenten.

Uit het deelonderzoek onder toezichthouders kan geconcludeerd worden dat de inspecties een goed overzicht hebben van de implementatie van de meldcode. Zij hebben geen zicht op het gebruik van de meldcode en op de kwaliteit hiervan. Gemeenten zijn zich niet altijd bewust van hun toezichthoudende rol met betrekking tot de meldcode.

Download de rapportage

In de eerste helft van 2015 is de quickscan al uitgevoerd onder artsen.

Downloaden het rapport

Meer informatie

Voor meer informatie of een vrijblijvende afspraak kunt u contact opnemen met senior adviseur Angid Pons via telefoonnummer 06-27047914 of per e-mail naar angid.pons@bmc.nl. U kunt ook gebruik maken van onderstaand contactformulier.

Contact

Wat zijn uw gegevens?
Waar zal het gesprek over gaan?