17 sep. 2026
Weinig extra middelen voor gemeenten in septembercirculaire 2026
Op Prinsjesdag presenteert het ministerie van BZK traditiegetrouw de septembercirculaire. Naast een vergoeding voor de gestegen inflatie bevat de septembercirculaire voor gemeenten weinig nieuws, zo blijkt uit een analyse van BMC-adviseur Erwin Ormel. Voor gemeenten die naarstig op zoek zijn naar extra financiële middelen om hun begroting voor 2027 en verder sluitend te krijgen, biedt de septembercirculaire helaas weinig soelaas.
In de septembercirculaire geeft het ministerie van BZK inzicht in de ontwikkelingen rondom de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De septembercirculaire 2026 laat zien dat de uitkering uit het gemeentefonds ongeveer € 50 miljard bedraagt. Daarmee is deze uitkering verantwoordelijk voor meer dan de helft van de inkomsten op de gezamenlijke gemeentebegrotingen.
Overall beeld algemene uitkering
De onderstaande tabel geeft een beeld van het verloop van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Accres gemeentefonds
De jaarlijkse groei van het gemeentefonds, het zogenaamde accres, is gekoppeld aan de ontwikkeling van de economie (het bruto binnenlands product oftewel het bbp). Groeit de economie, dan stijgt ook het accres. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Het volumedeel wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van het bbp. Hetprijsdeel is gebaseerd op de prijsontwikkeling (inflatie) van het bbp van het lopende jaar. Grofweg betekent dit dat gemeenten het volumedeel kunnen gebruiken om de hogere kosten op te vangen die samenhangen met de groei van de bevolking, kwaliteitsverbeteringen en beleidsintensiveringen. Het prijsdeel kan dienen om de kosten van loon- en prijsstijgingen op te vangen.
Op dit moment doet zich de situatie voor dat de prijsontwikkeling van het bbp achterloopt bij de gemiddelde inflatie waar gemeenten mee worden geconfronteerd. Het gevolg is dat gemeenten het volumedeel moeten aanwenden om de inflatie te bekostigen óf dat ze aanvullend moeten bezuinigen.
Hogere inflatievergoeding in 2027
In de septembercirculaire zijn de accrescijfers geactualiseerd op basis van de recentste cijfers van het Centraal Planbureau (augustus 2026). De inflatie voor 2027 valt iets hoger uit dan werd voorzien in de voorjaarsnota van afgelopen april. Dit leidt tot een (beperkte) hogere inflatievergoeding voor gemeenten, zo laat onderstaande tabel zien.

Het accres stijgt als gevolg hiervan met ongeveer € 300 miljoen (zie de tabel hieronder). Een gemiddelde gemeente van ongeveer 40.000 inwoners zal hierdoor zo'n € 600.000 extra accres ontvangen. De kans is groot dat gemeenten deze middelen nodig hebben om de hogere inflatie te bekostigen en dat ze maar zeer beperkt worden ingezet om nieuwe ambities te realiseren.

De reeks met nieuwe cijfers wordt daarmee als volgt:

Risico van een te lage inflatievergoeding
Gemeenten die de prijsindex gebruiken om toekomstige prijsstijgingen te bekostigen, komen mogelijk bedrogen uit. De prijsindex is gebaseerd op de verwachte prijsstijging van het bbp. De verwachte prijsstijging bij de overheid komt mogelijk hoger uit dan dit percentage. Als we uitgaan van de verwachte loonontwikkeling bij de overheid, de verwachte prijsstijgingen voor de investeringen en de verwachte prijsstijgingen voor de overige materiële uitgaven in de verhouding 60-20-20, ontstaat het volgende beeld:

De werkelijke prijsstijgingen vallen jaarlijks ongeveer 0,5 procent hoger uit dan de compensatie in het gemeentefonds. Dit betekent dat gemeenten van het volumeaccres, dat circa 1,5 procent bedraagt, naar verwachting ongeveer een derde deel moeten inzetten om de inflatie te dekken. Dit geld kan dus niet worden ingezet om de groei van de gemeente of andere autonome ontwikkelingen te bekostigen. Het gevolg is dat de reële koopkracht van de gemeentebegroting onder druk staat, ondanks het feit dat het accres nominaal stijgt. Dit verklaart de paradox waar veel gemeenten momenteel mee worstelen: ze 'groeien arm'. De papieren stijging van het gemeentefonds verdwijnt in de praktijk direct om de achterblijvende loon- en prijsstijgingen te compenseren.
Niet gedeclareerde btw
Gemeenten kunnen de btw die ze moeten betalen, declareren bij het Rijk (het zogenoemde Btw-compensatiefonds). Dit fonds kent echter een plafond. Declareren de gezamenlijke gemeenten méér dan er in het Btw-compensatiefonds beschikbaar is, dan past het gemeentefonds bij. Blijft er geld over, dan vloeit dit terug naar het gemeentefonds. In de meicirculaire kwam naar voren dat er in 2025 voor € 215 miljoen minder is gedeclareerd dan er beschikbaar is.
Van de provinciale toezichthouders mogen gemeenten het laatst gerealiseerde voordeel structureel meenemen in hun meerjarenbegroting. Naar verwachting wordt er over 2026 €191 miljoen teruggestort. Voor een gemiddelde gemeente van 40.000 inwoners betekent dit een eenmalig voordeel van bijna € 400.000.
Voor gemeenten die al een structurele stelpost in hun begroting hebben staan, betekent dit een kleine tegenvaller. Voor een gemeente van 40.000 inwoners komt deze tegenvaller uit op bijna € 50.000. De onderstaande tabel laat overigens zien dat de verwachte ruimte in het Btw-compensatiefonds afneemt. Dit heeft te maken met het feit dat gemeenten de laatste jaren meer zijn gaan investeren en dat de prijzen van de investeringen in bijvoorbeeld wegen, riolering en gebouwen sterk zijn gestegen. Hierdoor declareren ze ook meer btw.

Wet Versterking regie volkshuisvesting
De wet Versterking regie volkshuisvesting zorgt ervoor dat overheden kunnen sturen op hoeveel, waar en voor wie er wordt gebouwd. Rijk, provincies en gemeenten kunnen zo de regie hernemen op de volkshuisvesting en de woningbouwopgave in het bijzonder. Voor de uitvoering van de wet maken gemeenten en provincies kosten. Uit de septembercirculaire blijkt dat hiervoor jaarlijks € 56 miljoen aan het gemeentefonds wordt toegevoegd. Gemeenten ontvangen aanvullend € 10 miljoen in 2026 en vanaf 2027 € 3 miljoen voor hun taak om zorg te dragen voor een aanbod van wonen, zorg en ondersteuning.
Uitvoeringskosten inburgering
Onderzoek dat dit jaar is uitgevoerd door Cebeon laat zien dat gemeenten te weinig geld hebben voor de uitvoeringskosten op het gebied van inburgering. Dit is grotendeels te verklaren uit hogere aantallen inburgeringsplichtigen dan waar vooraf mee is gerekend. Om gemeenten hierin tegemoet te komen, stelt het ministerie van SZW in totaal € 93 miljoen beschikbaar voor de jaren 2026, 2027 en 2028. Dit komt neer op € 31 miljoen per jaar. De middelen moeten ervoor zorgen dat gemeenten hun wettelijke taken blijven uitvoeren. Naar verwachting worden de middelen voor de jaren 2027 en 2028 in het voorjaar van 2027 beschikbaar gesteld.
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Naast de algemene uitkering bevat het gemeentefonds ook een aantal decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Hierbij gaat het om uitkeringen die niet via de algemene verdeelmaatstaven kunnen worden verdeeld. Het bedrag dat hiermee is gemoeid, bedraagt ongeveer € 5 à € 6 miljard. De belangrijkste mutaties zetten we in de volgende tabel op een rij:

Vrouwenopvang
Binnen het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordt gewerkt aan een wijziging in cultuur, werkwijze en structuur op het gebied van vrouwenopvang. Om gemeenten de mogelijkheid te bieden om deze beweging samen met de regionale projectleiders verder te brengen, ontvangen de 35 centrumgemeenten € 18 miljoen in 2026 en € 17 miljoen in 2027. Om te voldoen aan voldoende en goed toegankelijke opvang voor slachtoffers van mensenhandel wordt in 2027 een bedrag van € 1,6 miljoen beschikbaar gesteld, dat oploopt tot € 6 miljoen in 2030.
Spreidingswet
Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten de nieuwe taak gekregen om opvangplekken te realiseren. Hiervoor is een totaalbedrag van in totaal € 15,3 miljoen beschikbaar. Elke gemeente ontvangt een vast bedrag van € 20.000. Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van de indicatieve verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente.
Openbare bibliotheken
Gemeenten hebben een zorgplicht om te voorzien in openbare bibliotheken. Ze ontvangen hiervoor een bijdrage van € 62 miljoen in 2027. Dit wordt verdeeld naar rato van het aantal inwoners, met een minimumbedrag van € 105.000.
Problematische schulden
Voor het beter inrichten van de vroegsignalering van problematische schulden, wordt vanaf 2027 € 19,7 miljoen beschikbaar gesteld.
Accrestranches beschermd wonen
Vanaf 2027 vindt de indexatie van de integratie-uitkering (IU) Beschermd wonen plaats conform de accressystematiek van het gemeentefonds (in plaats van de VWS-begroting). Het gaat om een overboeking van € 94,9 miljoen in 2027, oplopend tot € 475 miljoen in 2031. Deze bedragen worden verdeeld over de centrumgemeenten naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering.
Geen financiële impuls voor invulling ambities coalitieakkoorden
Concluderend kunnen we stellen dat de bijstellingen in de septembercirculaire beperkt zijn. Gemeenten die op dit moment nog worstelen met de financiële vertaling van de ambities van de dit voorjaar gesloten coalitieakkoorden staan voor een lastige opgave. In een binnenkort te publiceren BMC-analyse laten we zien dat het eigen vermogen van de Nederlandse gemeenten het afgelopen jaar weliswaar is toegenomen, maar dat een groot deel daarvan is terug te voeren op incidentele factoren, waaronder de extra middelen in het gemeentefonds. Die zorgen zien we ook terug in de BMC-analyse van de kadernota’s die de gemeenteraden net voor de zomervakantie hebben vastgesteld. Ook deze analyse verschijnt binnenkort op de BMC-website. Een tipje van de sluier: het financieel perspectief van gemeenten ten opzichte van de meerjarenbegrotingen die vorig najaar zijn vastgesteld, is verder teruggelopen. Dit alles betekent dat gemeenten hun takenpakket nog nadrukkelijker moeten heroverwegen of hun inkomsten verder moeten verhogen om invulling te kunnen geven aan de ambities in hun coalitieakkoorden.
Meer informatie
Wilt u meer weten over deze analyse of informatie over hoe we gemeenten begeleiden bij hun financiële strategie? Neem voor meer informatie of een vrijblijvend gesprek contact op met Erwin Ormel.
Meer weten?
Neem contact met mij op