15 mei 2026

Gemeenschapskracht als katalysator van ordentelijk bestuur

Over de kracht van de kleine(re) gemeenten

De K80, het platform van gemeenten tot ongeveer 25.000 inwoners, bepleit ‘de kracht van klein’. BMC onderzoekt hoe dit er in de dagelijkse praktijk uitziet. Wat zijn de succesfactoren van kleine gemeenten? En wat zijn de zorgen? Hans Vroomen (inmiddels oud-burgemeester van Ommen, 19.368 inwoners) en Jan ten Kate (burgemeester van Staphorst, 18.220 inwoners) laten hier hun licht over schijnen.

vlnr: Hans Vroomen, oud-burgemeester Ommen, Jan ten Kate, burgemeester Staphorst  

Volgens de K80 is de kracht van klein nodig. Door de nabijheid van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners zijn kleinere gemeenten bij uitstek in staat om snel stappen te zetten en vertrouwen te geven aan initiatieven die de grote vraagstukken van deze tijd – klimaat, woningbouw, leefbaarheid – kunnen oplossen. Kleinere gemeenten zijn van toegevoegde waarde in het lokaal openbaar bestuur van Nederland, aldus de K80. Hoe zien Hans Vroomen en Jan ten Kate dit?

 

Waar betrokkenheid en brede welvaart hand in hand gaan

Burgemeester Vroomen, inmiddels oud- burgemeester van Ommen, trapt af: “Ik heb het liever over een kleine samenleving, in plaats van een kleine gemeente. In Ommen zit behulpzaamheid ‘in de grond’. Dat merkten we tijdens de Corona pandemie op een indringende manier. Wij hadden als gemeente een telefoonlijn opengezet voor inwoners met hulpvragen. Na twee weken bleek dit nummer nog nul  keer gebeld! Onze inwoners waren gewoon zelf en met elkaar aan de slag gegaan. Noaberschap is de basis van onze gemeenschappen. Dat zie je ook terug in onze economie met veel familiebedrijven, waar langetermijn, Rijnlands denken gemeengoed is.

Ten Kate haakt aan: “Wij hadden bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen een opkomst van meer dan 80%,  het hoogste cijfer landelijk gezien.” Ook de brede welvaart in Staphorst behoort tot de hoogste van het land. Dat heeft te maken met ruimtelijk-economische mogelijkheden en gemeenschapskracht.” Ten Kate vervolgt: ““Bij de start van de Oekraïne oorlog liet de samenleving zich direct van de goede kant zien. Er werd in de kerk gecollecteerd. De inzameling werd door het kerkbestuur gewaardeerd door het te verdubbelen. Hiermee kon de opvang van Oekrainse vluchelingen direct van start. Schouder aan schouder, om te helpen, namens en in Staphorst. Deze samenredzaamheid  is wat Staphorst krachtig maakt: de gemeente heeft vaak ‘slechts’ een ondersteunende rol.” Waar klein dus groot en krachtig in kan zijn.

 

Twee verschillende organisatiemodellen, overheidsparticipatie als gedeeld vertrekpunt

Interessant is dat beide gemeenten op verschillende manieren inspelen op de kracht van de lokale gemeenschappen. Ommen is te schetsen als een regiegemeente waar veel uitvoerende taken zijn uitbesteed. Staphorst is een ‘complete’ gemeente waar nagenoeg alle taken in eigen beheer plaatsvinden. 

Vroomen blikt terug op de ontstaansgeschiedenis van het regiemodel. “In 2017 kwam een einde aan de ambtelijke fusie met Hardenberg. Ommen wilde bestuurlijk zelfstandig blijven. "We hadden al snel door dat het wederopbouwen van een traditionele organisatie geen optie was door onze schaal, maat en positie op de arbeidsmarkt.” Ommen heeft daarom gekozen voor het model van de regiegemeente. “ Inmiddels zijn wij behoorlijk bedreven in het opereren in dit model. We accepteren dat enige afstand van de dienstverlening erbij hoort, en zien tegelijkertijd dat de samenleving instapt. Een groot feest voor 750 jaar stadsrechten, of een Sinterklaasintocht, daar doen wij als gemeente nauwelijks iets aan: inwoners dragen dit. Toen we als gemeente een rondje gingen maken om met onze gemeenschappen te praten over maatschappelijke weerbaarheid - 72 uur ‘overleven’ op eigen kracht - merkten we dat die gemeenschappen dat zelf al hadden opgepakt. Dat maakt je als bestuurder bescheiden en ontzettend trots tegelijk.” 

De organisatie van burgemeester Ten Kate is op een andere leest geschoeid: “Staphorst doet alles zelf, behalve afval. Als gemeente pakken we de regie in het creëren van de randvoorwaarden waarmee onze gemeenschappen kunnen functioneren."  Staphorst werkt daaraan door een bepaald type medewerker aan te trekken. De gemeente zet meer en meer in op starters en zij-instromers. Ondernemende types, het liefst uit de eigen omgeving. "We werken steeds vaker met mensen die de overstap maken uit het bedrijfsleven. Vaak jonge ouders die in de buurt van huis willen werken en maatschappelijke impact willen hebben op de eigen leefomgeving. Bijkomend voordeel van die zij-instromers, zeker als ze uit Staphorst zelf komen,  is dat ze de cultuur van Staphorst snappen en de doe-mentaliteit kennen die in onze gemeenschappen zit. Dat maakt dat gemeente en gemeenschappen elkaar begrijpen en snappen hoe ze samen verder kunnen komen.”

 

De gemeente als excellente uitvoeringsorganisatie?

In Ommen lopen de repeterende uitvoerende taken goed. "We scoren een mooi cijfer op onze dienstverlening en we zijn financieel gezond”. Het oppakken van meer complexe opgaven is lastiger. “We moeten hard werken om niet te verworden tot een pure uitvoeringsorganisatie.” Ten Kate vult aan dat een sterke uitvoering een mooie basis biedt, zeker ook gelet op de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen. “We moeten iets met ombudspolitiek. De winst van de lokale partijen, die in weten te spelen op de behoeften van onze inwoners, geeft aan dat het belang van de uitvoering niet kan worden onderschat. Inwoners verwachten dat we als overheid leveren. Soms door zelf uit te voeren, soms door vooral ruimte te bieden.”

Het bestuurlijk-ambtelijk samenspel moet ondersteunend zijn aan het werken met de gemeenschappen. Korte lijnen - tussen samenleving en politiek en tussen organisatie, bestuur en politiek - kunnen daar zeker bij helpen. Zolang iedereen zich maar aan de eigen rol houdt en het grotere plaatje in het oog blijft houden. In Ommen is het in het regiemodel soms zoeken naar de strategisch grote lijn. Gemeenteraadsleden zoeken naar grip en gaan soms op in details en procedures.“Daar hebben we in het ambtelijk-bestuurlijk samenspel nog wel wat te winnen”, aldus Vroomen. 

Ten Kate: “Ordentelijk professioneel bestuur is van wezenlijk belang om gemeenschappen de ruimte te geven.” In Staphorst hebben ze in een traject over toekomstbestendige personeelsinzet bewust ervoor gekozen om medewerkers en raadsleden samen te brengen in werksessies. “Dat leverde veel wederzijds begrip op. Voor de omvang van het gemeentelijk takenpakket en de politieke dimensie van het afwegen van belangen. Het is goed om die werelden, waar normaal gesproken professionele afstand de norm moet zijn, af en toe bij elkaar te brengen ” 

 

Een grotere financiële koek in plaats van SPUKs

Vorige jaar kopte Binnenlands Bestuur “Mogelijk nieuwe herindelingsgolf bij gemeenten door ravijnjaar”. De twee Overijsselse burgemeesters zijn het snel met elkaar eens: grotere gemeenten lossen financiële tekorten niet op. Grotere gemeenten zijn immers veel duurder dan kleinere, zo blijkt uit onderzoek. Beiden ervaren een debat over ‘herindelen’  als een veel te makkelijke snelle stap. Beter financieel faciliteren van gemeenten  hoort daar sowieso aan vooraf te gaan. 

De burgemeesters zijn overigens realistisch genoeg om te erkennen dat er financieel wel wat moet gebeuren. En hebben daar ook wel een beeld bij: stop met specifieke uitkeringen (SPUKs) en vergroot de financiële koek. SPUKs zijn geoormerkte geldbedragen die het Rijk verstrekt aan gemeenten en provincies voor de uitvoering van specifiek beleid, zoals sport, gezondheid, preventie en sociale projecten. Ze zijn bedoeld om lokaal maatwerk mogelijk te maken. Mooi op papier maar in de praktijk een gruwel aldus de burgemeesters van Ommen en Staphorst Er zijn veel obstakels: onzekerheid over het verkrijgen, de tijdelijkheid van de regeling en de verantwoordingslast die ermee gepaard gaat. Voor kleine gemeente vergt dat extra en specifieke capaciteit die beter voor andere dingen kan worden ingezet.

Beide burgemeesters pleiten voor een meer structurele oplossing. De opgaven waar gemeenten als eerste  overheid aan werken zijn de afgelopen decennia in omvang en complexiteit toegenomen. Dat moet ook tot uiting komen in de omvang van het Gemeentefonds. Bovendien zou het deel van de koek dat naar kleinere gemeenten gaat hun bijzondere positie en toegevoegde waarde in het bestel moeten reflecteren. 

Burgemeester  Vroomen: "Het idee van maatwerk is natuurlijk goed. De uitvoeringskracht van de overheid zou er baat bij hebben om steeds aan te sluiten op de lokale context. Soms doe je als gemeenschap iets meer omdat het kan, soms iets minder omdat het niet past.” Departementen en uitvoeringsorganisaties van het Rijk hebben daar moeite mee. “Wij konden als kleine gemeente veel meer doen aan opvang van Oekraïense vluchtelingen, deden dat - vanzelfsprekend met de inzet van het betreffende dorp - in een tijdsbestek van twee dagen, en lieten onze mogelijkheden leidend zijn. Draai het eens om, of laat de kaders los, als je ziet dat het dan meer gaat stromen!” 

 

Meer informatie?

Wilt u met BMC in gesprek over de bestuurskracht in uw organisatie of gemeente? U leest hier meer over onze dienstverlening. U kunt ook contact opnemen met Saskia Jansen, managing consultant bestuurskracht, of Nathan Stukker, partner Politiek en Bestuur.

PUBLICATIE BESTUUR-EN-BEDRIJFSVOERING BESTUUR-EN-SAMENWERKING

Saskia Jansen managing consultant 06 - 83 08 89 72
Nathan Stukker partner Politiek & Bestuur 06 - 83 49 66 24