7 mei 2026

De oplossing voor onbegrepen gedrag begint met wonen

Door Marco van Driel

 

Als managing consultant op het snijvlak van wonen, welzijn en zorg zie ik de uitdagingen in het sociaal domein dagelijks groter worden. Mijn collega’s hebben jullie daar in onze vorige blogs al uitgebreid in meegenomen. In dit blog belicht ik de problematiek rondom personen met onbegrepen gedrag vanuit het perspectief wonen.  De afgelopen jaren zijn we er met z’n allen trots op dat mensen langer zelfstandig thuis wonen. Maar wat als 'zelfstandig wonen' de bron wordt van stress, onbegrip of zelfs overlast, zowel voor de persoon in kwestie als voor de buurt?

De signalen zijn duidelijk. Het aantal meldingen van personen met onbegrepen gedrag stijgt. Ik hoor verhalen van vastlopende hulpverleners en zie dat de overlast in wijken blijft bestaan, met het risico op escalatie. Recente toezichtonderzoeken door instanties als TSD, IGJ en Inspectie JenV bevestigen dit: de hulp móet veel beter, en een passende woonplek is hierbij cruciaal.

 

Meer dan alleen bakstenen

Wonen is de basis. Voor een groeiende groep mensen, vaak met psychische kwetsbaarheden of meervoudige problematiek, is wonen in een reguliere omgeving echter niet altijd mogelijk. Het kan leiden tot onbegrip, irritatie en een neerwaartse spiraal.

Daarom is passende huisvesting zo ontzettend belangrijk. Denk aan woonvormen op afstand, in een rustige, prikkelarme omgeving waar de bewoner de broodnodige begeleiding krijgt om grip op het leven te krijgen. Dit helpt de persoon zelf, en het voorkomt overlast voor de omwonenden.

De meest bekende vormen, zoals Skaeve Huse en Paradijsvogelwoningen, bieden zo’n broodnodige tussenweg tussen intramurale zorg en zelfstandig wonen. Het is een oplossing die écht werkt.

 

De muur van weerstand

En hier wringt de schoen. Hoewel de noodzaak evident is, is het voor gemeenten een enorme klus om geschikte locaties te vinden. Het gaat hier om een specifieke, kwetsbare doelgroep die, eerlijk is eerlijk, vaak ‘minder knuffelbaar’ is. De weerstand vanuit omliggende buurten is groot. Het is lastig om maatschappelijk draagvlak te vinden voor deze ‘woonvormen op afstand’.

Daarbij komt: deze doelgroep is niet groot, maar vraagt wel om zeer specifieke ondersteuning en expertise die niet in elke gemeente voorhanden is. Hierdoor landen deze opgaven vaak bij centrumgemeenten, waar de specialistische voorzieningen al zijn geconcentreerd. De uitdaging is echter regionaal.

 

Zo pak ik het aan

In mijn dagelijkse werk richt ik mij er vol op om deze patstelling te doorbreken. 

Dit doe ik op twee manieren:

  1. Via afzonderlijke, concrete projecten. Zoals bijvoorbeeld de Skaeve Huse in Bergen op Zoom, waarbij ik gemeenten ondersteun bij het realiseren van de huisvesting in samenwerking met zorgpartijen.

  2. Via bredere, regionale trajecten. Ik ben al betrokken bij opdrachten in onder andere de regio Haaglanden en de regio Stedendriehoek. Uit de analyses die we daar maken, blijkt een duidelijke behoefte aan geschikte woonplekken. De volgende stap is om samen met de gemeenten en partners de locaties en wooneenheden te vinden.

 

De sleutel is van apart naar samen

Waar het uiteindelijk op neerkomt, is de integrale aanpak. Te lang werden vraagstukken over wonen en zorg apart van elkaar opgepakt. De nieuwe wetgeving, zoals de Wet versterking regio volkshuisvesting en het programma ‘Een Thuis voor Iedereen’, dwingen en stimuleren ons om deze opgaven in samenhang en regionaal te organiseren. En dat is een goede ontwikkeling.

Ik zie dagelijks in mijn werk dat dit werkt. Door integraal beleid te maken en dit om te zetten in de uitvoering, samen met alle relevante partners (Rijk, gemeenten, politie, zorg en welzijn), ontstaat er breed draagvlak en een gedeelde verantwoordelijkheid.

En daar ligt de winst: duurzame oplossingen komen niet voort uit eilandjes, maar uit verbinding. Want de complexe samenleving vraagt om een gezamenlijke inspanning om te zorgen dat ook de groep die moeilijk mee kan komen, een passende woonvorm én de juiste ondersteuning krijgt. Dat is de essentie van een humane samenleving en een veilige woonomgeving voor iedereen.

Over twee weken neemt mijn collega Minke Poppens jullie verder mee in deze samenwerking. In alle voorgaande blogs van collega’s komt het terug; werk meer samen. Maar in de praktijk blijkt ook dat dat nog niet zo simpel is. Minke bespreekt enkele succesfactoren van een goede netwerksamenwerking. 

 

Persoonlijke noot

Vanuit mijn dagelijkse werk op het snijvlak van wonen, welzijn en zorg, zie ik dat duurzame oplossingen altijd voortkomen uit verbinding, en nooit uit eilandjes. Deze blog is dan ook een persoonlijke reflectie op mijn drijfveer en mijn werk. Ik ben ervan overtuigd dat onze rol als BMC cruciaal is in het leggen van de verbinding tussen de formele systemen (zoals gemeenten en zorg) en de leefwereld van de buurtbewoners. Door deze kloof te dichten, kunnen we de regie en het vertrouwen teruggeven aan de inwoner met onbegrepen gedrag, en tegelijkertijd werken aan een humane en veilige woonomgeving voor iedereen.

Contact

Minke Poppens managing consultant Sociaal Domein & Partner wonen-zorg-veiligheid 06 - 53 64 54 78 Bekijk profiel
BLOG ZORG-EN-VEILIGHEID VEILIGHEID