2 apr. 2026
De gesloten jeugdzorg: Hoe afbouw zonder opbouw opnieuw tot systeemfalen leidt
Afgelopen donderdag was een dag van uitersten. Overdag woonde ik de oratie bij van Karin Nijhof, getiteld Het hart van de specialistische jeugdhulp. Een pleidooi voor herstel, nabijheid en onvoorwaardelijke verbinding. ’s Avonds keek ik naar de Zembla-uitzending ‘Kinderen die niemand wil’. De rauwe werkelijkheid van die uitzending stond in schril contrast met de visie van Nijhof.
Het kastje en de muur
In de documentaire zagen we hoe de begeleiding voor jongeren met zware psychische- of agressieproblematiek vaak vastloopt. Bestuurders wijzen naar de markt die het niet oppakt; wethouders geven aan dat zij, ondanks hun verantwoordelijkheid voor een toereikend aanbod, buitenspel staan omdat de rechter of de gecertificeerde instelling (GI) beslist.
Het resultaat? Een patstelling waarbij partijen elkaar de bal lijken toe te spelen, terwijl deze jongeren de dupe zijn. Hoewel we de gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus) terecht willen afbouwen, lijken we vergeten te zijn een volwaardig alternatief op te bouwen. Hierdoor ontstaan er - zoals Peer van de Helm zegt - 'mini-gesloten jeugdzorgjes' op vakantieparken of in caravans: plekken zonder onderwijs, zonder behandeling en zonder perspectief.
Lex wil worden gezien en gehoord
Het verhaal van de 17-jarige Lex is hierin exemplarisch. Een jongen die door professionals een ‘monster’ werd genoemd en wiens vlogs over ‘kartonman’ – iemand die simpelweg normaal gevonden wil worden – hartverscheurend zijn.
Het falen zit niet in de onwil van de individuele jeugdbeschermer of gedragswetenschapper. Het zit enerzijds in de onmacht die breed wordt gevoeld, bij de gezinnen zelf, bij de betrokken professionals, maar ook bij de verantwoordelijke beleidsmakers en bestuurders. De verantwoordelijkheid voor goede cliëntgerichte, integrale, vakbekwame hulp voor de (beperkte) groep kinderen als Lex en zijn moeder is zo versplinterd dat niemand er ‘echt’ van is. En we het perspectief van Lex uit het oog verliezen.
Het zit anderzijds in te veel wensdenken. De afbouw van de gesloten jeugdzorg gaat gepaard met de wens om problemen van kinderen of gezinnen vóór te zijn, of hen in elk geval zo goed te begeleiden dat een uithuisplaatsing kan worden voorkomen. Dit is vaak te verkiezen, maar ook als je het de jongeren en hun ouders vraagt niet altijd. Het is daarnaast nog geen realiteit en zal voor een deel van deze kinderen ook geen realiteit worden. Juist dan is de overheid aan zet om een bijzondere verantwoordelijkheid te nemen en zorg te dragen voor passende hulp.
Wat we wél weten: Het hart van de zorg
Peter Dijkshoorn stelt in de Zembla-uitzending dat we de tijd (misschien zelfs decennia) moeten nemen om te weten wat werkt. We weten inderdaad niet alles, maar we weten wel genoeg om het ook in het hier en nu anders te doen. De oratie van Karin Nijhof biedt de contouren van het alternatief voor deze jongeren:
-
Relationeel werken: Hulp is geen reeks interventies, maar mensgerichte zorg waarin de verbinding tussen jongere, ouder en professional centraal staat.
-
Kleinschaligheid: Een veilige omgeving die lijkt op een normale leefsituatie is essentieel voor herstel.
-
Trauma-sensitief werken: Begrijpen wat iemand heeft meegemaakt is belangrijker dan het labelen van wat er 'mis' is.
-
Steun voor de professional: Professionele ruimte en reflectie zijn nodig voor hulpverleners die onder hoge spanning intensieve zorg leveren.
Op weg naar een handelingsperspectief
Om te komen tot een passend alternatief is nodig dat er meer zicht komt, consensus over de norm en de vorm van het alternatief.
Wat is er nu nodig?
-
Data en duiding: Laten we een beter beeld krijgen van het aantal kinderen waarvoor een aandachtsvol en kleinschalig alternatief nodig is. In gelijkwaardige samenwerking tussen gemeenten, aanbieders en verwijzers moet het mogelijk zijn om dit beeld scherper te krijgen.
-
Consensus over de norm en de vorm: Overeenstemming is nodig over wat passende hulp is voor jongeren, die zonder behandeling een gevaar voor zichzelf of voor anderen vormen en waar het (ook volgens henzelf en/of hun ouders) in de thuissituatie onvoldoende lukt.
-
Gezamenlijke (geen getrapte!) besluitvorming: Gezamenlijke besluitvorming op basis van consensus over de norm, de vorm en een goede analyse van wat de jongere nodig heeft. Gezamenlijk betekent: met de jongere, met ouders, met het wijkteam e/o de jeugdbeschermer, met de aanbieder, met de gemeente.
Daarbij zijn harde noten te kraken, zoals het voorkomen van perverse prikkels (bijvoorbeeld de schaarste aan lichter aanbod en de beschikbaarheid van het aanbod, die beide de vraag kunnen creëren). Maar we mogen kinderen als Lex niet opgeven. Het is tijd dat we de transformatie niet alleen met woorden, maar vooral ook met een toereikend, concreet en menswaardig alternatief vormgeven.
Bent u als gemeente op zoek naar hoe u de regie op deze complexe af- en ombouw kunt hernemen? Ik denk graag met u mee over een data-gestuurde en mensgerichte aanpak.
Deze blog is mede geschreven op basis van mijn jarenlange praktijkonderzoek naar de jeugdbescherming en jeugdhulp en mijn ervaring als programmamanager Jeugd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.