2 jul. 2026
Grip op de energietransitie: durf minder te doen
Veel gemeenten geven aan dat ze te weinig capaciteit hebben om de energietransitie verder te brengen. Tegelijkertijd doen gemeenten wel al heel veel. Maar die inzet staat vaak niet in verhouding tot wat er daadwerkelijk wordt bereikt. De grote vraag is dan ook: hoe krijgen gemeenten grip op de energietransitie? In dit artikel laten we zien dit niet begint bij meer capaciteit voor álles, maar bij kiezen voor wat het verschil maakt.
In veel gemeenten klinkt hetzelfde geluid: ‘We komen tijd en handjes tekort’. Dat is niet verrassend. Uit recent onderzoek van BMC in opdracht van de VNG blijkt namelijk dat 82 procent van de gemeenten de huidige personele bezetting onvoldoende vindt om alle energietransitietaken goed uit te voeren. Ook geven gemeenten aan dat ze binnen twee jaar minstens 60 procent meer uitvoeringscapaciteit nodig hebben.
Gebrek aan grip
De afgelopen jaren heeft BMC bij veel gemeenten meegedraaid in de ‘machinekamer’ van de energietransitie. Van korte informele gesprekken tot wekenlang werken aan een doel-inspanningennetwerk, steeds viel ons één ding op: hoewel gemeenten veel doen, staat die inzet niet in verhouding tot de resultaten. Zo wist een van onze opdrachtgevers bijvoorbeeld dat er te weinig capaciteit was, maar niet welke capaciteit nodig was om de doelstellingen te halen en waar de bestaande uren naartoe gingen. Een herkenbaar probleem in een domein waar opgaven groeien, randvoorwaarden achterlopen en de politiek zelden consistent is.
Achter deze constatering schuilt een fundamentelere kwestie: er is onvoldoende zicht op hoe activiteiten bijdragen aan de energietransitiedoelen en hoe ze zich tot elkaar en tot andere beleidsterreinen verhouden. Er gebeurt veel, maar niemand kan precies zeggen wát het oplevert of soms zelfs waarom er ooit aan begonnen is. Het gaat dus niet om een gebrek aan ambitie, maar om het ontbreken van grip op sturing en impact. Het abstracte doel van klimaatneutraal in 2050 zal weinig raadsleden, wethouders of programmamanagers uit hun slaap houden; het ontbreken van overzicht vandaag des te meer.
De oorzaken zijn bekend: de waan van de dag, bestuurlijk activisme, gebrek aan inzicht en overzicht, spontane opdrachten en organisatorische onduidelijkheid. Dit betekent ook dat projecten makkelijk worden opgestart, maar zelden duidelijk en naar tevredenheid worden afgerond, dat andere afdelingen niet weten wat ze van het energieteam mogen verwachten, omwonenden wisselende signalen krijgen, bestuurders uit onzekerheid gaan sturen op details én dat medewerkers vroeg of laat afhaken.
Kortom, het gaat slechts deels om een kwantitatief en kwalitatief capaciteitstekort, het is voornamelijk een keuzeprobleem.
Soorten activiteiten
Natuurlijk zijn er activiteiten waar gemeenten in het kader van de energietransitie niet omheen kunnen. Denk aan deelname aan de Regionale Energiestrategieën (RES) of aan activiteiten die wettelijk verplicht zijn zoals het opstellen van een warmteprogramma of het nemen van regie op de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Verder zijn er thema’s waar u als gemeente niet per se iets mee hoeft, maar die zich, mits slim opgepakt, juist lenen voor strategisch voordeel. Neem netcongestie. Hoewel de formele verantwoordelijkheid bij de netbeheerder ligt, raakt dit thema wel alle andere stedelijke opgaven. Wie hier als gemeente stil blijft zitten, wordt vanzelf geraakt. Tot slot zijn er activiteiten die goed scoren op de schaal van voorbeeldgedrag, maar zelden echt het verschil maken. Tegelijkertijd vragen ze wel ambtelijke capaciteit en bestuurlijke aandacht én kosten ze vaak geld.
Als gemeente dient u zich te realiseren dat niet élke activiteit bijdraagt aan het oplossen van de energietransitie. Niet iedere werkgroep is relevant en niet elke overlegtafel vereist actieve deelname. Goed inzicht en strategische keuzes zijn cruciaal. Het gaat erom dat gemeenten bewust een rol kiezen in de energietransitie.
Minder doen, meer bereiken
Bij sommige kleine gemeenten zien we soms meer dan dertig verschillende energietransitieprocessen, -projecten of -initiatieven op slechts een handjevol formatie, met een dunne flexibele schil. Dan is er dus voor niets echt genoeg tijd, laat staan voldoende kennis. Dat kan simpelweg niet goed gaan. Ons pleidooi is dan ook: minder doen kan meer opleveren. Schrap wat niet hoeft en nauwelijks bijdraagt. En wees standvastig bij alles wat overblijft. Concreet gaat het dan om:
Focus op invloed: sturen begint met weten wat er speelt en wat u als gemeente kunt veranderen. Bij veel gemeenten ontbreekt het aan inzicht in de herkomst van hun broeikasgassen, in het verbruik van energie, aan zicht op de dynamiek van de transitie en op de (mogelijke) rollen van de diverse overheden en andere partijen. Deze kennis is noodzakelijk om scherp te hebben waar u als gemeente invloed op kunt uitoefenen en waar niet of nauwelijks.
Focus op impact: wie verschil wil maken, moet durven kiezen. Dat betekent: minder ludieke acties, meer serieuze onderbouwing en meer durf en lef. Zorg ervoor dat uw data op orde zijn en investeer in een goede monitoringstructuur. Alleen dan is het mogelijk om onderbouwd en snel bij te sturen in een dynamisch speelveld. Investeer tijd, capaciteit, kennis en bestuurlijke aandacht in de activiteiten waarmee u als gemeente een wezenlijke bijdrage kunt leveren aan het bereiken van de energietransitiedoelen. Schuw daarbij ook het risico niet. In een transitie gaan dingen nu eenmaal af en toe anders dan gedacht.
Focus op echte inspiratie: inspiratie komt niet uit het plaatsen van energiezuinige lampen in het gemeentehuis, maar uit moedige besluiten en bestuurlijke ruggengraat. Natuurlijk is het goede voorbeeld geven belangrijk, maar symbolische maatregelen als de verwarming een graadje lager zetten, hebben hun glans inmiddels verloren en diegenen die daarvoor vatbaar zijn hebben de verwarming al lager staan. Twijfelende inwoners inspireer je met consistent en koersvast beleid, niet meer met halve of symbolische maatregelen.
De oplossing van BMC
Bij BMC geloven we dat de oplossing begint bij een pas op de plaats. Pas wanneer duidelijk is wat uw energieteam doet, waarom het dat doet, hoe het bijdraagt aan de doelen en hoeveel tijd dit kost, kunt u echte keuzes maken. Wat moet, wat kan en wat doen we voorlopig even niet?
Daarom heeft BMC voor gemeenten een doel-inspanningsnetwerk ontwikkeld: een overzicht van activiteiten, doelen, verantwoordelijkheden en uren. Door dit overzicht te spiegelen aan bestuurlijke ambities en wettelijke verplichtingen ontstaat een scherp beeld van de prioriteiten. Op basis daarvan kunnen we activiteiten logisch clusteren, in kaart brengen waarmee u beter kunt stoppen of pauzeren én welke activiteiten juist om intensivering vragen. Geen nieuw beleid of reorganisatie, maar keuzes die direct meer uitvoeringskracht opleveren.
Deze werkwijze is geschikt voor alle gemeenten. We doorlopen hierbij steeds dezelfde stappen: eerst inzicht krijgen in wat er feitelijk gebeurt, daarna activiteiten prioriteren en keuzes maken, de keuzes vertalen naar de organisatie én tot slot monitoring. Daarbij hebben we ook oog voor borging van de gemaakte keuzes in rollen, werkprocessen en bestuurlijke besluitvorming.
Ja maar …
En ja, dat is lastig. Voor bestuurders omdat zichtbare, tastbare acties verleidelijk zijn, vooral als er een fotomoment aan vastzit. Helaas zijn dat vaak juist de acties met de minste impact. Voor ambtenaren omdat veel van hen gedreven en leergierig zijn. Maar niet ieder webinar bevat nieuwe inzichten. Niet elk overleg is noodzakelijk. En niet elke inzet van het ambtelijk apparaat versnelt iets wezenlijks.
Bewuste keuzes leiden uiteindelijk tot meer rust en helderheid in het team, dossiers die daadwerkelijk worden afgerond en vooral tot impact, sterkere strategische sturing en minder meegezogen worden in de waan van de dag. Overzicht blijkt de meest rendabele investering. Of zoals een medewerker van een gemeente laatst tegen ons zei: ‘We doen minder, maar bereiken meer.’
Meer weten?
Wilt u verkennen hoe u meer grip op de energietransitie krijgt? Neem dan gerust contact op met de auteurs van dit artikel: Ruben Zondervan, Rosalie Bedijn, Manouk Stadhouders en Tim Veenman. Wij denken graag met u mee.
Meer weten?
Neem contact met ons op