17 jun. 2026

Financieel herstel in de jeugdzorg begint bij de menselijke maat, niet bij de rekenmachine

Terwijl gemeenten worstelen met exploderende jeugdzorguitgaven, is de reflex bij rode cijfers steevast hetzelfde: de toegang verscherpen en extra controlemaatregelen invoeren. Volgens Hèlen Heskes en Tobias Hendriks van BMC werkt symptoombestrijding averechts. Juist door te investeren in de menselijke maat en echt te luisteren, krijgen gemeenten weer grip op de kosten. ‘Dat is geen soft moreel pleidooi, maar een keiharde bedrijfskundige noodzaak.’ 

 

Waarom is de situatie in de jeugdzorg zo lastig voor gemeenten?

Hèlen Heskes: “Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Het idee was dat zij dichter bij de inwoners staan en sneller hulp kunnen bieden. Die verwachting is deels uitgekomen: veel meer gezinnen krijgen nu jeugdhulp. Tegelijkertijd is de instroom is veel groter dan verwacht. Begin deze eeuw kreeg ongeveer 1 op de 27 kinderen jeugdhulp, inmiddels is dat 1 op de 7. Dat maakt het systeem moeilijk beheersbaar.”

 

Is het niet juist goed dat we meer kinderen helpen?

Tobias Hendriks:“Het is goed dat we meer kinderen helpen, maar we moeten terug naar de bedoeling van de wet: er zijn voor de relatief kleine groep die écht specialistische hulp nodig heeft. Worden deze meest kwetsbare jongeren nu wel beter geholpen? Dat is precies het dilemma voor gemeenten: hoe bied je passende hulp aan de zwaarste doelgroep, terwijl je de kosten beheersbaar houdt en onnodige instroom voorkomt?” 

 

De eerste reactie bij rode cijfers is vaak de toegang verscherpen. Waarom werkt dat niet?

Tobias Hendriks: “Als je de toegang strenger maakt zonder de oorzaak van de instroom te begrijpen, zorg je alleen voor meer administratieve druk en afvinklijsten. Bovendien zitten gemeenten vast aan langjarige contracten en een open-einde regeling, waardoor zij nauwelijks direct kunnen sturen op de kosten van specialistische hulp. De bezuinigingen vallen daardoor nu vaak op de plekken waar de gemeente wél direct invloed heeft: de lokale teams en de sociale basis. Door op deze manier gaten te dichten, dreigen gemeenten hun eigen preventieve basis weg te bezuinigen.”

 

Wat moeten gemeenten dan wel doen?

Tobias Hendriks: “Maatregelen nemen op basis van een gecombineerde inhoudelijke en financiële analyse. Vaak leunen ingrepen nu alleen op de cijfers: de uitgaven vallen hoger uit dan begroot. Of ze zijn puur gebaseerd op de theorie dat een sterker voorveld automatisch leidt tot minder specialistische hulp. Het is essentieel om in deze analyses de verschillende niveaus van samenwerking (lokaal, regionaal en bovenregionaal) met elkaar te verbinden. Een stevige analyse biedt de mogelijkheid om passende interventies in te zetten en constant te reflecteren: doen we het goede?”

Hèlen Heskes: "Onderdeel van inhoudelijke analyse is echt stilstaan bij de vraag: geven we de zorg en ondersteuning voldoende vorm in samenwerking met kinderen en ouders?" 

 

Waarom is investeren in het contact met ouders en kinderen zo belangrijk?

Hèlen Heskes: “Door hoge werkdruk of handelingsverlegenheid zetten lokale teams bij wachtlijsten vaak alvast ‘iets’ in. Dat gebeurt dan zonder dat het gezin écht is gehoord. Als die hulp vervolgens niet aansluit, blijven de problemen bestaan. In het ergste geval haakt een gezin af en komen ze pas na een escalatie weer in beeld. Voor de gemeente leidt dit tot een stapeling van zorgtrajecten, onnodige instroom in zwaardere hulp en dus hogere kosten. Om dit te voorkomen, moeten we kritisch naar onze eigen organisatie kijken: bieden we professionals wel de ruimte om samen met het gezin uit te zoeken wat écht werkt? Dat is de kern. Echt luisteren is overigens geen ‘u vraagt, wij draaien’. Als een ouder vraagt om specialistische zorg, maar na een goed gesprek blijkt dat lichte ondersteuning effectiever is, voorkom je de duurste hulp én help je het gezin beter. Dat vraagt om vakmanschap.”


Is dat ook jouw ervaring vanuit de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)?

Hèlen Heskes: “Ja. Uit onderzoeken van de inspecties blijkt dat kinderen en jongeren onvoldoende worden gehoord. In een onderzoek naar zwaardere trajecten gaf 20 procent van de ouders aan dat er niet eens met hun kind apart was gesproken. Vaak zie je achteraf dat er in een traject momenten waren waarop je het anders had kunnen doen. Als we beter naar het gezin hadden geluisterd, was die zware en dure hulp misschien niet nodig geweest. Dat we te weinig samen beslissen, is in ons stelsel geslopen. Zorg dat je de beste mensen in de regie hebt zitten en geef hen de tijd en ruimte voor dit contact. Het liefst zo vroeg mogelijk.”
 

Dat klinkt logisch, maar hoe helpt dit om de kosten te drukken?

Hèlen Heskes: “Als een professional in het begin écht luistert naar de onderliggende vraag, kun je passende ondersteuning bieden die escalatie voorkomt. Of direct de juiste specialistische hulp inzetten als dat echt nodig is. Dat voorkomt dat een gezin van het ene naar het andere traject verhuist. Dat bespaart direct kosten.”
 

Heb je een praktijkvoorbeeld waarin een gemeente meer doet met data?

Tobias Hendriks: “Ik hielp een gemeente waar lokale teams, data-analisten en beleidsmakers periodiek samen de cijfers duiden. Aan de hand van vaste indicatoren bespreken ze wat er in de praktijk gebeurt, zetten gerichte interventies in en passen de indicatoren aan waar nodig. Door deze cyclus te herhalen, maak je op basis van data veel beter onderbouwde keuzes in de jeugdhulp.”
 

Wat kunnen gemeenten morgen al doen om dit te veranderen?

Hèlen Heskes: “Laten we durven investeren in de kwaliteit van de verbinding. Elke euro die je uitgeeft aan vakbekwaamheid en het écht zien van het gezin, verdient zich meervoudig terug in het voorkomen van zwaardere zorg.” 

Tobias Hendriks: “En een inhoudelijk goed stelsel kan alleen bestaan als er financiële rust is. Als je die twee werelden los van elkaar ziet, blijf je symptomen bestrijden. Het is een en-en-benadering. Kijk naar het jeugdstelsel als geheel en analyseer de regionale en lokale situatie goed. Financiële houdbaarheid is geen doel op zich, maar het resultaat van een stelsel dat simpelweg doet wat het moet doen: passende hulp bieden aan kinderen en gezinnen.”
 

Kader 

Financiële houdbaarheid is nodig om passende hulp te kunnen bieden aan kinderen en hun ouders. BMC helpt u om inhoud en financiën bij elkaar te brengen. Wij brengen de inhoudelijke en financiële oorzaken van uw kostenontwikkeling in beeld, stellen maatregelen op of rekenen uw bestaande aanpak door. 

contactperson Image
Hèlen Heskes Partner Jeugd 06-21348741
Tobias Hendriks managing consultant 06 - 10 46 47 80
PUBLICATIE JEUGDHULP SOCIAAL-DOMEIN