22 okt. 2026
Tip 8: realiseer de 'fair share': van afspraak naar uitvoering
De regiewet brengt ingrijpende verplichtingen met zich mee voor gemeenten, woningcorporaties en zorg- en welzijnspartners. Eén daarvan is het maken van regionale ‘fair share’-afspraken. Deze afspraken zijn essentieel voor een betere verdeling van de huisvestingsopgave voor kwetsbare aandachtsgroepen in de regio's.
Op dit moment dragen vooral de centrumgemeenten en de grotere steden de zorg voor het huisvesten van aandachtsgroepen en kwetsbare woningzoekenden. Dit is deels een logisch (en historisch) gevolg van het feit dat op deze plekken ook veel zorg- en welzijnsorganisaties zijn gevestigd en er vaak meer voorzieningen zijn. Hierdoor stroomt deze groep vaker uit naar zelfstandige woonruimte. Centrumsteden krijgen hierdoor in toenemende mate te maken met leefbaarheidsvraagstukken. Daarnaast stokt de uitstroom uit maatschappelijke instellingen, omdat er geen geschikte woningen beschikbaar zijn. Dit leidt ertoe dat iemand die klaar is om weer zelfstandig het leven op te pakken langer in de opvang moet verblijven en deze plek – onbedoeld en ongewenst – bezet houdt.
Meer solidariteit
De zogenoemde fair share-afspraken moeten zorgen voor meer solidariteit tussen de gemeenten. Het idee is dat er door deze afspraken een evenwichtigere verdeling ontstaat van mensen die vanuit een vaak lastige situatie de kans krijgen hun leven verder op te bouwen. Belangrijke randvoorwaarde is de opbouw van voorzieningen in de regio, zodat instroom in de voorzieningen in de centrumgemeenten wordt beperkt of voorkomen en uitstroom uit de instellingen wordt bevorderd.
Wettelijke kaders, termijnen en de urgentieverordening
De regiewet vraagt gemeenten binnen een regio om concrete afspraken te maken over de huisvesting van en passende zorg en ondersteuning voor aandachtsgroepen. Het is aan gemeenten om deze afspraken kwantitatief en kwalitatief door te vertalen in hun volkshuisvestingsprogramma (VHP; uiterlijk 1 juli 2027 gereed) en in hun Wmo-beleidsplan (ook wel het beleidskader Sociaal Domein genoemd). De fair share-afspraken worden vastgelegd in een afsprakenkader (gekoppeld aan de woondealafspraken), waarvoor gemeenten regionaal een urgentieregeling en urgentieverordening moeten vaststellen. Lokaal leggen zij deze afspraken vast in de gemeentelijke huisvestingsverordening (uiterlijk op 1 januari 2028).
Komt een regio er onderling niet uit, dan treedt er een terugvalnorm in werking. Hiermee kan het Rijk dwingend een vast percentage voorschrijven. Waar de fair share-afspraken zich specifiek richten op de wettelijk verplichte urgentiecategorieën, behouden gemeenten en regio’s daarbuiten beleidsvrijheid voor eventuele aanvullende lokale categorieën.
Regionaal versus lokaal
Een belangrijke vraag bij het uitwerken van de fair share-afspraken is de organisatorische inrichting. Dit zal voor veel gemeenten draaien om een goede balans tussen efficiëntie en lokale kennis. Het toetsen en verlenen van urgentie laat zich bijvoorbeeld vaak prima centraal organiseren via een regionaal urgentieloket. Dit garandeert dat er met één maat wordt gemeten, borgt de rechtsgelijkheid, voorkomt shoppen tussen gemeenten en zorgt voor een onafhankelijke beoordeling volgens eenduidige criteria. De toewijzing gebeurt bij voorkeur ook regionaal. Daarentegen kan de daadwerkelijke bemiddeling van een woning het beste in overleg met of door lokale organisaties plaatsvinden. Lokale corporaties, wijkteams en zorgpartners weten immers beter welke buurt of straat geschikt is, welke ondersteuning aanwezig is en wat de draagkracht is van een wijk.
Overgangsperiode, monitoring en sturing
Direct omschakelen naar een volledig nieuwe verdeling zal in de praktijk voor veel gemeenten een te grote stap zijn. Een overgangsperiode met een ingroeimodel biedt dan uitkomst. Het Rijk gaat hier ook van uit, met een ingroeipad tot 2036. Hiermee krijgen (kleinere) gemeenten de tijd om begeleiding en voorzieningen lokaal in te richten, terwijl centrumgemeenten de garantie krijgen dat de druk stapsgewijs wordt afgebouwd. Daarnaast zijn fair share-afspraken geen statisch gegeven. De afspraken vragen om continue sturing en monitoring. Door middel van periodieke evaluaties van realisaties, doorstroomcijfers en wachttijden kunnen gemeenten de regionale verdeling onderling tijdig bijsturen of kunnen ze besluiten om extra ondersteunende middelen in te zetten als een gemeente achterblijft.
Tot slot
Er bestaat geen universele blauwdruk voor het realiseren van de fair share-afspraken onder de regiewet. Voor welke variant u als gemeente ook kiest, het vraagt hoe dan ook om een zorgvuldige afweging tussen rechtmatigheid, efficiëntie en lokaal maatwerk. Het is voor gemeenten en hun maatschappelijke partners dan ook van cruciaal belang om niet af te wachten, maar nu al gezamenlijk scenario's te verkennen, keuzes te maken en een duurzame regionale samenwerking op of uit te bouwen.
In de dagelijkse praktijk zien we bij BMC vaak dat het realiseren van ambities niet eenvoudig is. Niet een van de partners heeft de sleutel en niet een van de partners is verantwoordelijk voor het geheel. Het is de optelsom van de inspanningen van álle partners in het veld van wonen, welzijn en zorg. Die som leidt uiteindelijk tot resultaten. Dit vraagt om een lange en consistente adem. En om een andere manier van samenwerken: om netwerksamenwerking vanuit het grotere doel. Lees meer over onze visie op netwerksamenwerking op onze website.
Meer weten?
Wilt u aan de slag met het opstellen van fair share-afspraken? Neem voor meer informatie of een vrijblijvend gesprek contact op met Marco van Driel. Neem voor meer informatie over het VHP contact op met Keetie Langerak.
Meer informatie?
Neem contact op.