25 sep. 2026
Analyse jaarrekening 2025: vermogen gemeenten groeit bijna € 3 miljard
De meeste Nederlandse gemeenten schreven in 2025 opnieuw zwarte cijfers. Dat blijkt uit de voorlopige jaarrekeningcijfers over 2025 die het CBS eind juli 2026 publiceerde. Hun eigen vermogen was op 31 december hoger dan aan het begin van het jaar. Toch blijven de zorgen over de financiële situatie op lange termijn bestaan.
Eigen vermogen stijgt naar € 46 miljard
Uit de voorlopige CBS-cijfers blijkt dat gemeenten op 31 december 2025 zo’n € 2,5 miljard in de plus stonden. Deze cijfers hebben betrekking op 94 procent van de Nederlandse gemeenten; daarmee geven ze een betrouwbaar beeld. Als we ook de ontbrekende gemeenten zouden meenemen, komt de vermogensgroei in 2025 naar verwachting uit op ongeveer € 2,8 miljard. Het eigen vermogen van de Nederlandse gemeenten in 2025 stijgt hiermee naar ongeveer € 46 miljard, zoals ook onderstaande grafiek laat zien. Deze toont het verloop van het eigen vermogen in de afgelopen negentien jaar. Zo is duidelijk te zien dat het vermogen van gemeenten nu al voor het zevende achtereenvolgende jaar toeneemt.

Gemeenten hebben meer geïnvesteerd
Gemeenten hebben het afgelopen jaar ongeveer € 7,5 miljard geïnvesteerd. Daartegenover staat bijna € 3 miljard aan reguliere afschrijvingen op eerdere investeringen. Per saldo hebben de gemeenten € 4,5 miljard meer geïnvesteerd dan ze hebben afgeschreven. Dit komt neer op ongeveer 5 procent van de totale baten. Dat is relatief hoog: in de jaren voor 2023 kwam dit percentage niet boven de 2,5 procent uit. Het is overigens normaal dat de uitgaven aan investeringen hoger zijn dan de afschrijvingslasten. Dit komt niet alleen doordat de investeringen duurder uitvallen door de inflatie. Het heeft ook te maken met een toenemend aantal inwoners en economische groei. Daardoor zijn elk jaar meer en hoogwaardigere publieke investeringen nodig, zoals wegen en scholen. Gemeenten hebben vooral geïnvesteerd in gebouwen (onderwijshuisvesting), maatschappelijke voorzieningen (sportaccommadaties) en infrastructuur (grond-, weg- en waterbouw). Onderstaand diagram laat zien hoe die investeringen verdeeld zijn. De totale boekwaarde van de materiële vaste activa bedroeg per 31 december ruim € 80 miljard.

Gemeenten moesten het afgelopen jaar bijna € 2 miljard bijlenen
Investeringen moeten natuurlijk ook betaald worden. De stijging van het eigen vermogen van € 2,8 miljard was onvoldoende om de investeringen te kunnen financieren. De netto schuld (na aftrek van verstrekte geldleningen) is toegenomen met € 1,9 miljard. Sinds de coronaperiode neemt de schuld van de gemeenten bij de banken weer toe. Onderstaande grafiek laat dat goed zien.

De solvabiliteit blijft gelijk
De solvabiliteit, de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen (de schuld bij de bank) blijft de afgelopen jaren nagenoeg gelijk. Met andere woorden: het eigen vermogen groeit wel, maar tegelijk lenen gemeenten evenveel bij om nieuwe investeringen te betalen. Het solvabiliteitspercentage (het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal) is nagenoeg gelijk gebleven en bedraagt 39%. De schuld aan de bank is wel toegenomen, maar omdat ook de jaarlijkse inkomsten van de gemeenten zijn gestegen, is de verhouding tussen die twee grootheden gelijk gebleven. De netto gecorrigeerde schuldquote is licht gestegen van 41% naar 42%.

Zwarte cijfers
De meeste gemeenten hebben in 2025 zwarte cijfers laten zien. Hun eigen vermogen op 31 december 2025 was hoger dan aan het begin van dat jaar. Onderstaande tabel laat zien dat de vermogenstoename bij kleinere gemeenten achterblijft bij die van de grotere gemeenten. Gemiddeld lieten de Nederlandse gemeenten een vermogenstoename zien van € 153 per inwoner. De toename is het grootst bij gemeenten in de categorie 50.000 tot 100.000 inwoners.

Overzicht per gemeente
Vooral bij Zeeuwse gemeenten is het vermogen flink toegenomen, zo blijkt uit de onderstaande figuur. Kijken we naar de solvabiliteit – de verhouding tussen het eigen vermogen en de schulden – dan zien we dat gemeenten met verhoudingsgewijs de minste buffers te vinden zijn in het noorden en het zuiden van het land.


Overall beeld
Het overzicht hieronder geeft het overall beeld van de verlies- en winstrekening van de Nederlandse gemeenten.
Overzicht saldo van baten en lasten van de Nederlandse gemeenten
(Bedragen x € 1 miljard)

Van 15 gemeenten waren de gegevens nog niet bekend. De cijfers zijn op basis van inwonersaantallen geëxtrapoleerd naar het totaal van alle Nederlandse gemeenten.
Extra middelen van het Rijk
Ten opzichte van de primitieve begrotingscijfers uit november 2024 valt de hogere algemene uitkering op. Sindsdien is het accres (de jaarlijkse groei) voor 2025 toegenomen met ongeveer € 0,5 miljard. Daarnaast hebben de gemeenten een positieve afrekening ontvangen van het BTW-compensatiefonds van € 0,4 miljard. Daarnaast hebben de gemeenten in 2025 extra middelen ontvangen voor de jeugdzorg: € 0,4 miljard vanuit de voorjaarsnota en € 0,7 miljard vanwege de tekorten in eerdere jaren. Dit is een belangrijke factor in het positieve saldo in 2025. Het is goed om te beseffen dat deze middelen de komende jaren niet vanzelfsprekend terugkeren. De toevoeging van de jeugdzorgmiddelen is in 2028 grotendeels verdwenen en het is nog maar de vraag of gemeenten ook in die jaren kunnen rekenen op een teruggave vanuit het BTW-compensatiefonds.
Opvang vluchtelingen uit Oekraïne
De netto-kosten bij het taakveld Samenkracht en Burgerparticipatie (welzijnswerk, opvang vluchtelingen; taakveld 6.1) liggen voor het vierde achtereenvolgende jaar lager dan in de begroting. Dit komt met name door de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. De vergoeding die het Rijk hiervoor beschikbaar heeft gesteld, was ruim toereikend om de door de gemeenten gemaakte kosten te dekken. Daardoor ontstaat er een positief verschil ten opzichte van de primitieve begroting 2025. Het gaat om een indicatief bedrag van ongeveer € 400 miljoen op dit taakveld (zie ook de tabel hieronder).
Overzicht verloop taakveld Samenkracht en Burgerparticipatie
(Bedragen x € 1 miljard)

Sociaal domein: nog steeds een sterke stijging bij de jeugdzorg
De coronajaren, waarin niet alleen bij de WMO, maar ook bij jeugdzorguitgaven een afvlakking te zien was, liggen alweer een tijd achter ons. De kostenstijging bij de jeugdzorg zette ook in 2025 door, al laat de onderstaande grafiek zien dat de stijging minder sterk is dan in de jaren daarvoor. De stijging van de WMO-uitgaven lijkt wel meer af te vlakken.
Investeringen in wegen: kapitaallasten blijven achter
Ondanks het feit dat de gemeenten het afgelopen jaar relatief veel hebben geïnvesteerd, blijven de investeringen in wegen verder achter ten opzichte van de primitieve begroting. Dat wordt duidelijk als we een uitsplitsing maken van taakveld 2.1 (Wegen, straten en pleinen). In de jaarrekening 2023 bleven de kapitaallasten in de rekening met ongeveer € 90 miljoen achter bij de begroting. In 2024 was die achterstand opgelopen tot ongeveer € 120 miljoen. In het afgelopen jaar is de achterstand gegroeid tot € 150 miljoen. Dat betekent dat de investeringen in de infrastructuur van gemeenten al gauw zo’n € 1,5 miljard achterlopen bij de planning.
Overzicht verloop taakveld Wegen, straten en pleinen
(Bedragen x € 1 miljard)

Hogere inflatie en rentestijging drukt saldi op grondexploitaties
Tot een paar jaar geleden noteerden de gemeenten steevast een batig saldo op de grondexploitaties. Gemiddeld ging het om een bedrag van € 800 miljoen per jaar. De afgelopen jaren ligt het batig saldo op een aanmerkelijk lager niveau. Hoewel dit niet verder is onderzocht, ligt het voor de hand om te veronderstellen dat de hogere rente en de hoge inflatie hieraan bijdragen. Uit een eerdere analyse bleek na een rondgang langs concerncontrollers dat ook stikstofproblematiek, netcongestie en sociale doelstellingen de resultaten van de grondexploitaties drukken.
De grafiek hieronder toont de ontwikkeling van het saldo op de grondexploitaties. De cijfers geven aan dat er de laatste jaren relatief weinig middelen beschikbaar zijn om te investeren in nieuwe grondexploitaties. Het saldo ligt in 2025 nog weer wat lager dan in 2024.

Boekwaarde grondexploitatie daalt verder
De boekwaarde van de grondexploitatie, uitgedrukt in een percentage van de jaarlijkse inkomsten, daalt opnieuw. De absolute boekwaarde van de grondexploitatie blijft wel op hetzelfde niveau, maar omdat de jaarlijkse inkomsten zijn gestegen, daalt ook het verhoudingsgetal. Het risico voor gemeenten neemt daardoor af, maar dat geldt net zo goed voor de winst- en ontwikkelkansen. De boekwaarde bedraagt op dit moment ongeveer 5 procent. Tijdens de economische crisis van tien jaar geleden lag dit percentage nog op 25 procent.

Mooie cijfers aan de oppervlakte, maar een zorgelijke onderstroom
Het positieve saldo in 2025 heeft een aantal grote incidentele oorzaken. De hogere gemeentefondsuitkering voor circa € 1 á € 1,5 miljard is in principe incidenteel. Dat geldt ook voor de winsten uit de grondexploitatie en het batig saldo op de opvang van vluchtelingen. Daar staat tegenover dat de kostenstijging in de jeugdzorg verder doorwerkt naar volgende jaren. Dat betekent dat ook met deze jaarrekeningcijfers de meerjarenbegrotingen van de gemeenten nog steeds onder druk staan.
Een eerste analyse van BMC van ongeveer een kwart van de uitgebrachte kadernota’s en voorjaarsnota’s van gemeenten bevestigt dit beeld. De analyse laat zien dat het financiële perspectief ten opzichte van de begroting is verslechterd. De periode waarin gemeenten nog financiële ademruimte hebben, verschilt. Veel gemeenten bereiden zich op voor zwaar weer in 2028 of 2029, maar er zijn ook gemeenten die al moeite hebben om hun begroting voor 2027 sluitend te krijgen. Daar komt nog bij dat in de meeste kadernota’s nog geen doorrekening is opgenomen van de coalitieakkoorden, die zijn opgesteld na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart. BMC is bezig met een analyse van al deze documenten. Binnenkort publiceren we de definitieve uitkomsten op bmc.nl.
Meer informatie
Wilt u meer weten over deze analyse of hoe wij gemeenten begeleiden bij hun financiële strategie? Neem voor meer informatie of een vrijblijvend gesprek contact op met Erwin Ormel.
Meer weten?
Neem contact met mij op