Artikel: Cliëntondersteuning

Slechts een kwart van de Wmo-cliënten is bekend met de mogelijkheid tot cliëntondersteuning, zo blijkt uit de resultaten van het Cliëntervaringsonderzoek Wmo dat BMC Onderzoek voor tal van gemeenten heeft uitgevoerd. Een nog kleiner deel daarvan maakt daadwerkelijk gebruik van deze mogelijkheid. Over de geboden ondersteuning zijn deze cliënten tevreden.

Het belang van cliëntondersteuning
Door de nieuwe vormgeving van de Wmo is het (keukentafel)gesprek een essentieel onderdeel geworden voor het vinden van de juiste ondersteuning. Daar waar de Wmo eerst berustte op het compensatiebeginsel hebben gemeenten nu een resultaatverplichting. Gemeenten zijn verplicht te komen tot een passend resultaat vanuit het perspectief van de cliënt. Om dit resultaat te bereiken voeren gemeenten zogenoemde keukentafelgesprekken (in juridische termen ‘het onderzoek’). Het gesprek heeft daarmee een centrale positie gekregen in de zoektocht naar passende ondersteuning.

Cliëntondersteuning kan bijdragen aan een zorgvuldig gesprek en een goede positie van de cliënt. Niet alle cliënten zijn zelf in staat om dit gesprek goed te voeren en/of hebben geen netwerk dat hen hierin kan bijstaan. De helft van de cliënten geeft bijvoorbeeld aan een beperking of aandoening te hebben van psychologische aard, zoals geheugen- en oriëntatieproblemen (23%), problemen bij het psychisch functioneren (15%), een verstandelijke beperking (8%) of gedragsproblemen (4%).

Vanuit de nieuwe Wmo zijn gemeenten verplicht om cliëntondersteuning aan te bieden. De ondersteuning moet onafhankelijk, levensbreed, gratis en in het belang van de cliënt zijn. Gemeenten geven op verschillende manieren vorm aan deze verplichting. Veelal bieden zij cliëntondersteuning via Stichting MEE of een lokale welzijnsorganisatie.

Aanwezigen bij het gesprek
19% van de cliënten geeft aan dat er een cliëntondersteuner aanwezig was bij het gesprek. Behalve een cliëntondersteuner kunnen ook andere aanwezigen de cliënt ondersteunen in zijn of haar belang, bijvoorbeeld een naaste of een hulpverlener. Uit de cliëntervaringsonderzoeken komt naar voren dat bij 43% van de cliënten een naaste aanwezig was bij het keukentafelgesprek. Bij 31% van de cliënten was er (behalve de cliënt en de consulent) niemand aanwezig bij het gesprek. Naasten en hulpverleners spelen daarmee in de praktijk een belangrijker rol dan de onafhankelijke cliëntondersteuning.

Ervaringen met cliëntondersteuning
De ervaringen met cliëntondersteuning zijn positief. Een grote meerderheid van de cliënten die gebruikgemaakt heeft van deze mogelijkheid is hierover (zeer) tevreden, namelijk 84%. Cliënten bij wie een cliëntondersteuner aanwezig was bij het keukentafelgesprek, waren vaker van mening dat de medewerker hen serieus nam tijdens het gesprek. Ook vinden zij dat er vaker samen naar oplossingen is gezocht. Wanneer er een cliëntondersteuner aanwezig was bij het gesprek, geven cliënten vaker aan dat de ondersteuning aan hun behoeften voldeed, namelijk 87% (ten opzichte van 80% bij cliënten bij wie geen cliëntondersteuner aanwezig was).

Een meerwaarde die nog te weinig wordt ingezet
De meerwaarde van cliëntondersteuning kan hiermee worden aangetoond. Echter, uit de resultaten van het cliëntervaringsonderzoek blijkt ook dat de mogelijkheid tot cliëntondersteuning maar bij weinig cliënten bekend is. Slechts 26% van de cliënten geeft aan dat zij op de hoogte waren van de mogelijkheid tot cliëntondersteuning. Bijna driekwart van de cliënten is hierover dus onwetend.

Het verbeteren van de positie van cliëntondersteuning is belangrijk, omdat:

  • een aanzienlijk aandeel van de cliënten beperkingen of aandoeningen heeft van psychische aard;
  • cliëntondersteuning effectief en op maat blijkt te zijn: het gesprek en de oplossing worden positiever gewaardeerd en de ondersteuning voldeed vaker aan de behoefte van de cliënt;
  • goed functionerende cliëntondersteuning kan leiden tot dejuridisering en minder klachten en bezwaren.

Cliëntondersteuning is duidelijk van meerwaarde, maar de geringe bekendheid ermee is hierbij wel een punt van zorg. Bij het organiseren van cliëntondersteuning is het zorg dragen voor de bekendheid van deze voorziening een belangrijke factor. Werken aan goede en toegankelijke cliëntondersteuning is een van de grote aandachtspunten voor gemeenten voor de komende tijd.

Achtergrond van het onderzoek
BMC Onderzoek heeft voor 100 gemeenten een cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd onder Wmo-cliënten. Hiermee zijn ruim 35.000 cliënten bereikt.

Wilt u meer weten over de (on)bekendheid van cliëntondersteuning in uw gemeente en wat u daaraan kunt doen? Kies dan voor een kwalitatief onderzoek waardoor we in gesprek gaan met uw inwoners en/of cliënten – als aanvulling op het verplichte cliëntervaringsonderzoek of als losstaand onderzoek. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met Anouk Olsthoorn (06 – 53 32 05 45 of anoukolsthoorn@bmc.nl).

cliëntondersteuning