11 apr 2017

Blog: Toezicht druk(te) in het sociaal domein

door Arjen Keers, voormalig senior adviseur BMC

Wie let erop dat de hulp, zorg en begeleiding die in het sociaal domein wordt geboden goed is en dat hulpverleners goed werk afleveren aan de inwoners van uw gemeente? En wat te doen als er bijvoorbeeld een gezinsdrama plaatsvindt in een gezin dat hulp krijgt vanuit het sociaal domein binnen uw gemeente? Het zijn vragen die steeds vaker worden gesteld nu gemeenten het sociaal domein hebben georganiseerd en er ook weleens iets misgaat.

Gemeenten kunnen erop letten of de hulp goed is door afspraken te maken bij de inkoop en contractering van instellingen en hulpverleners, bijvoorbeeld door na te gaan of er gewerkt wordt met geregistreerde hulpverleners. Voor gemeenten is echter niet altijd duidelijk hoe er toezicht gehouden kan worden op de kwaliteit en naleving van wet- en regeling bij de uitvoering van hulp, zorg en ondersteuning.

Gemeentelijk toezicht Wmo

De praktijk van het toezicht op de hulp, zorg en ondersteuning in het Sociaal Domein is vaak ingewikkeld. Binnen een zorgboerderij kunnen bijvoorbeeld cliënten zitten met ondersteuning vanuit de Wmo en hulp vanuit de Jeugdwet en de Wet langdurige zorg. Welke kwaliteit van zorg mag er dan verwacht worden? Waar moet op gelet worden bij de inrichting van een gebouw? Wat zijn de regels voor de omgang met medicijnen? Hoe zit het met verblijf van cliënten ’s nachts? Hoe ga je om met jeugd en volwassenen door elkaar? En wat als er een calamiteit plaatsvindt in het Sociaal Domein? Moet dit gemeld worden? En wat gebeurt er daarna? Een deel van de antwoorden komt van de landelijke rijksinspecties.

Landelijke inspecties

Al van voor de decentralisaties bestaan er vijf rijksinspecties: de Inspectie Jeugdzorg, de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Onderwijsinspectie, de Inspectie Veiligheid en Justitie en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze rijksinspecties houden vanuit verschillende wetten toezicht op de kwaliteit van de hulp, zorg en ondersteuning in het Sociaal Domein. De rijksinspecties komen in instellingen en bij hulpverleners bij wie gemeenten hulp en zorg hebben ingekocht en waarop de gemeenten ook zelf toezicht hebben vanuit de Wmo.

Hoe kan uw gemeente het beste het eigen toezicht inrichten en regie houden op het toezicht dat binnen de gemeentegrenzen plaatsvindt?

Afsprakenkader

Vanuit de VNG en de vijf rijksinspecties wordt er op dit moment een afsprakenkader opgesteld dat erop gericht is om de verschillende partijen goed te laten samenwerken met een zo laag mogelijke toezichtlast voor de instellingen in het Sociaal Domein.

Het is van belang dat gemeenten de afspraken vertalen naar hun praktijk om:

  • het toezicht optimaal te laten zijn;

  • te voorkomen dat toezicht en handhaving onbedoeld en onnodig overlappen of ten onrechte achterwege blijven;

  • de toezichtlast voor instellingen te beperken;

  • de noodzakelijke informatie uit te wisselen met inachtneming van de wettelijke beperkingen en voorschriften;

  • elkaars kennis te benutten.

Wat te doen? 

Dit vraagt enerzijds dat het toezicht lokaal verder vorm moet krijgen en dat toezichthouders verder gaan samenwerken. Anderzijds vraagt het van instellingen dat zij de kwaliteit op orde hebben, zodat zij voldoen aan de verwachtingen van de gemeenten en van de verschillende toezichthouders.

BMC beschikt over veel kennis inzake toezicht en het Sociaal Domein en kan gemeenten en instellingen helpen om dilemma’s rondom het organiseren van kwaliteit en het inrichten van toezicht op te lossen. Bijvoorbeeld met het ontwikkelen van een toezichtplan met gemeenten, waarbij risicogestuurd toezicht wordt uitgevoerd in samenspraak met de rijksinspecties. Maar ook wanneer een instelling vanuit een rijksinspectie verplicht wordt om verbeteringen door te voeren, kan BMC hierbij ondersteunen. En BMC kan helpen bij de uitvoering van het toezicht wanneer gemeenten hier te weinig menskracht voor hebben.

Onderzoek

Momenteel loopt er binnen BMC een inventariserend onderzoek hoe de invulling van de toezichttaak en de afstemming hierover op gemeentelijk niveau verloopt. De resultaten van dit onderzoek worden vóór juni 2017 gepubliceerd. Daarna zal er een bijeenkomst georganiseerd worden voor en met gemeenten om deze kennis en ervaring uit de praktijk met elkaar te delen.

Meer informatie

Voor meer informatie of een (vrijblijvende afspraak) kunt u contact met ons opnemen via telefoonnummer (033) 496 52 00.