Wilt u meer informatie?
Bel 033 - 496 52 00
of mail naar info@bmc.nl
Klik hier voor het contactformulier

WIJ-conferentie 31 maart van Divosa en BMC, een geslaagd vervolg!
Divosa en BMC hebben in februari dit jaar besloten om samen twee bijeenkomsten rondom de WIJ te organiseren op 31 maart en 21 april 2010. Doel van de samenwerking is om samen beter in te kunnen spelen op vragen van een brede doelgroep bestaande uit o.a. gemeenten, sociale diensten, sociale werkbedrijven, UWV-kantoren, ROC’s, Jongerenloketten, RMC’s en bureaus leerplicht.
Aanleiding was een eerste bijeenkomst van BMC op 3 februari 2010 over de brede ketensamenwerking rondom de WIJ, waarbij onder meer Divosa vertegenwoordigd was.
Centraal in de vervolgbijeenkomsten van Divosa en BMC rondom de WIJ staan de nieuwe mogelijkheden die de WIJ aan partijen, betrokken bij jeugd, biedt om samen te werken met het doel om jongeren duurzaam te laten werken of op andere wijze te laten participeren in de samenleving.
Hiermee wordt een belangrijke brug geslagen tussen het themagebied maatschappelijke ontwikkeling c.q. welzijn, jeugd en onderwijs en het themagebied sociale zekerheid in brede zin, wat van meerwaarde is voor alle partijen die betrokken zijn bij de WIJ en jongeren.
Bijeenkomst 31 maart 2010
Op 31 maart 2010 vond de eerste vervolgbijeenkomst plaats in het kantoorpand van BMC. Thema’s waren de Aanpassingswet WIJ en cliëntparticipatie. Circa 45 genodigden waren aanwezig, variërend van senior beleidsmedewerkers jeugd, RMC en sociale zaken tot directeuren en managers binnen de sociale zekerheid en ROC’s. Ook waren jongerenloketmedewerkers aanwezig die veel praktijkervaring inbrachten.
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid was aanwezig om uitleg te geven over de Aanpassingswet. Tevens heeft Ali Dekker, adviseur bij BMC, een pakkende workshop gegeven over cliëntparticipatie. Zij heeft een ruime ervaring met dit thema binnen de Wmo en was in staat om in het oog springende parallellen te schetsen. Op basis van deze ervaring heeft zij de verschillende mogelijkheden aangegeven om de cliëntparticipatie, verplicht binnen de WIJ, vorm te geven.
Aanpassingswet WIJ
Antoinette de Ruijter gaf een toelichting op de stand van zaken qua invoering van de WIJ in den lande en over de te verwachten ontwikkelingen. Ook gaf zij aan wat de belangrijkste wijzigingen zijn binnen de Aanpassingswet: enkele technische wijzigingen, de omzetting van WWB-ers naar de WIJ uiterlijk voor 1 juli 2010.
Als gevolg van een motie van de Kamer vindt binnen twee jaar een evaluatie van de WIJ plaats. Dit gebeurt zowel kwantitatief via de pilot WIJ-monitor als via een kwalitatief onderzoek. Doel is om de best practises in beeld te brengen. Onderdeel van de evaluatie vormt tevens een onderzoek naar niet-melders.
De vraag van de Kamer is tevens of met de inwerkingtreding van de WIJ er meer jongeren buiten beeld raken. Via een pilot-samenwerking met de IB-Groep zijn gegevens rondom schoolinschrijvingen van jongeren, werkgeversgegevens van het UWV WERKbedrijf en RMC-gegevens aan elkaar gekoppeld. Hieruit komt de lijst van jongeren waarover zorgen bestaan. Binnenkort zal er een landelijke applicatie beschikbaar zijn waarin gemeenten op dezelfde wijze gegevens naast elkaar kunnen leggen.
De aanwezigheid van SZW bleek voor de aanwezigen een handig moment om vragen te stellen. Met name de vraag wat nu wel en niet een echt ‘werkleeraanbod’ is, wanneer dit wel en niet ingezet moet worden en voor welke doelgroepen. Ook de vraag of een duur re-integratie aanbod wel echt bijdraagt aan het duurzaam participeren van de jongeren kwam vaak naar voren. Voor welk type jongere en in welke situatie zet je dit wel in en wanneer niet? En verder bleek de omzetting van WWB-ers naar de WIJ een knelpunt. Ook werd de vraag gesteld hoe WIJ-ers op hun 27ste omgezet kunnen worden naar de WWB.
De bekostiging van werkleertrajecten wordt als problematisch ervaren met de bezuinigingen op het Participatiebudget. Een directeur van een ROC drong aan op nauwe samenwerking met ROC’s. De uiteindelijke boodschap: er is meer mogelijk dan je denkt! Veel ROC’s zijn bereid om afspraken te maken over flexibele instroomtrajecten voor jongeren, zodat zij op meer dan twee momenten per jaar kunnen instromen. Ook contractonderwijs kan handvatten bieden. Niet alle jongeren binnen de WIJ zijn echter nog geschikt om naar het onderwijs terug te worden geleid. Vrijwilligerswerk of het aangaan van een maatschappelijke stage is dan een optie.
De administratieve belasting van het vernieuwen van een werkleeraanbod, afgeven van een nieuwe beschikking en controle op de afspraken die met de jongere zijn gemaakt, vormen een knelpunt bij afdelingen sociale zaken, sociale diensten en jongerenloketten gezien de grote toestroom van jeugdige werklozen. Dit roept de nodige weerstand op om actief met de WIJ aan de slag te gaan. De wens om zaken efficiënter aan te pakken en niet te moeilijk te maken is aanwezig. Aan de andere kant ligt steeds de vraag ‘wat mag wel en wat mag niet in het kader van de WIJ?’ op de loer.
Een pragmatische aanpak kan en mag volgens de WIJ volgens Antoinette de Ruijter, maar de geest van de WIJ moet niet uit het oog verloren worden. Iedere jongere met onvoldoende inkomen uit werk heeft recht op een werkleeraanbod. Dit hoeft geen duur re-integratieproject te zijn, maar wel een aanbod dat de jongere één stap verder brengt naar duurzame participatie. Van belang is dat de jongere niet doelloos op de bank komt te zitten, maar dat hij of zij blijft meedoen.
De niet-melders vormen een groep die moeilijk in beeld te krijgen is. Hoe deze groep in de toekomst in beeld te krijgen is, en welke instrumenten hiervoor ingezet zouden kunnen worden vormt nog een dilemma. Aangegeven wordt dat met de eerdere Work First-aanpak ook vaak juist doelbewust bereikt werd dat jongeren afgeschrikt werden van de WWB. Sommige gemeenten ervaren dat met de invoering van de WIJ meer jongeren daadwerkelijk een beroep doen op een werkleeraanbod en bijbehorende inkomensvoorziening.
Leerpunten uit deze discussie zijn:
1. Werk als ketenpartners samen om de WIJ effectief uit te voeren. Niet alle instrumenten hoeven door sociale zaken zelf bekostigd te worden. Er zijn al veel reguliere instrumenten voor handen, mits nadere afspraken gemaakt worden over doorverwijzing, maximale instroom e.d.
2. Benader de definiëring van een werkleeraanbod methodisch: bekijk voordat je een jongere in een traject plaatst wat zijn mogelijkheden zijn en waar zijn beperkingen liggen. Bepaal vervolgens samen met de jongere welke volgende stap er nodig is om toe te leiden naar duurzaam werk.
Cliëntparticipatie: omdat het kan!
Het belangrijkste dilemma met cliëntparticipatie van jongeren is dat jongeren moeilijk te bewegen zijn tot formele participatie. Dit beeld komt naar voren in alle vormen van participatie waarbij jongeren tot dusver betrokken worden: de Wmo-raden, jongerenraden, maar ook de vakbonden en de OR.
Tweede knelpunt bij de WIJ vormt het feit dat het gaat om de vaak minst mondige jongeren en om een vlottend bestand, wanneer het uitgangspunt is dat jongeren zo snel mogelijk uit de WIJ willen komen.
Binnen de Wmo zijn diverse ervaringen opgedaan met cliëntparticipatie. Belangrijkste boodschap is: maak er geen formele stap van die perse genomen moet worden, maar probeer cliënten en hun vertegenwoordigers zo actief mogelijk te betrekken. Dit kan op verschillende niveaus:
- Informeren
- Raadplegen
- Adviseren
- Coproduceren
- Beslissen
In de zaal kwam een levendige discussie op gang over de vraag of jongeren überhaupt nog wel langdurig willen participeren in een raad of formeel kader. Conclusie was dat het engagement zeker niet ontbreekt, maar de vorm waarin jongeren te bereiken zijn anders is dan voorheen. Jongeren willen actief meedenken en zien wat er met hun advies gebeurt.
Instrumenten die inzetbaar zijn om jongeren te bereiken en te laten participeren zijn:
1. De inzet van kortere en ad-hoc mogelijkheden tot meedenken en inspraak als Twitter, Hyves of een jongerenwebsite of digitaal inspraakforum.
2. Het betrekken van jongerenambassadeurs die zelf hun achterban informeren en raadplegen.
3. Betrek een aantal WIJ-ers die voldoende opgeleid zijn. Zij kunnen als werkleeraanbod de cliëntenparticipatie voor de gemeente opzetten en adviseren over de in te zetten instrumenten.
4. Betrek eventueel de bestaande jongerenraad en vertegenwoordigers van de brede groep jongeren en niet alleen cliënten. De WIJ gaat ten slotte alle jongeren aan.
5. Beloon jongeren wanneer zij inspreken of actief meedenken.
Verder zijn er nog de reguliere mogelijkheden om participatie te organiseren:
- Aanhaken op de bestaande Wmo-raad voor een breed perspectief.
- Aanhaken op de bestaande jongerenraad.
- Aanhaken op de bestaande cliëntparticipatie WWB.
- Een aparte cliëntenraad WIJ instellen.
Eindoordeel was dat cliëntparticipatie onder WIJ-ers niet heel eenvoudig is, maar wel mogelijk. Waarbij er nog wel wat vraagtekens bleven bestaan over de onder jongeren populaire instrumenten en of deze wel tot een gedegen advies aan de gemeente leiden. Dit is iets dat uit de praktijk zal moeten blijken!
Afsluiting
De bijeenkomst werd afgesloten met de mededeling dat vragen ook na de bijeenkomst nog gesteld mogen worden aan Divosa en BMC en met een borrel.
Op 21 april 2010 zal de tweede bijeenkomst plaatsvinden over ketensamenwerking, niet-melders en de aansluiting van het werkleeraanbod bij het onderwijs en jeugdzorg.
Wilt u meer informatie?
Bel 033 - 496 52 00
of mail naar info@bmc.nl
Klik hier voor het contactformulier