Start > Werkconferentie impuls onderwijs Almere
  • Home
  • Expertisegebieden
    • Cultuur
    • Financiën en Bedrijfsvoering
    • Informatie en dienstverlening
    • Maatschappelijke Ontwikkeling
    • Onderwijs
    • Onderzoek
    • Organisatie en HRM
    • Ruimte en Wonen
    • Sociale Zekerheid
    • Veiligheidsbeleid
    • Zorg
  • Over BMC
    • Missie
    • Kernactiviteiten
    • Organisatie
    • Opdrachtgevers
    • Betrokken ondernemen
    • BMC Groep
    • International
  • Werken bij BMC
    • Vacatures
    • Open sollicitatie
    • BMC Topwerkgever
  • Publicaties
    • Boeken
    • Artikelen
  • Contact
BMC International BMC Romania
BMC

Werkconferentie impuls onderwijs Almere

Werkconferentie impuls onderwijs Almere

“Iedereen die werkt op een school met achterstand zou daarvan wakker moeten liggen.” Dat zei René Peeters, wethouder van Onderwijs in Almere, aan het begin van de werkconferentie ‘Van achterstand naar voorsprong’. Centraal stond een plan van aanpak om het percentage zwakke scholen in het primair onderwijs dat momenteel dertig is, in 2014 tot nul te hebben teruggebracht. De gemeenteraad van Almere neemt binnenkort een besluit over een financiële impuls van 2,3 miljoen euro die dat – mede – mogelijk moet maken.

Alle zwakke scholen in Almere binnen drie jaar op peil brengen is een ambitieuze doelstelling. Dat realiseert Peeters zich terdege. De wethouder: “Ik weet dat sommigen het plan veel te ambitieus vinden, veel te idealistisch ook, maar dat soort denken is een cultuurelement. De deelnemers aan deze werkconferentie vertegenwoordigen telkens één school. Begin daar! In je eentje kun je veel doen.” Dat het doel nul zwakke scholen is en niet de als ‘aanvaardbaar’ geldende norm van zeven procent, verklaarde Peeters als volgt: “Zeven procent zwakke scholen in Almere betekent dat je tegen 1750 kinderen moet zeggen dat zij op een zwakke school zitten. Dat kan gewoon niet.” Als oorzaken voor de situatie in het Almeerse onderwijs voerde Peeters onder meer aan dat Almere een jonge stad is met een enorme groei. Het opleidingsniveau van de inwoners is lager dan gemiddeld in Nederland. Er zijn veel eenoudergezinnen en tweeverdieners. Taalproblemen spelen een rol en de zorgstructuur is (nog) niet op orde. Het differentiatievermogen is onvoldoende en de samenwerking met ketenpartners kan veel beter.

 

Onderwijsveld steunt de plannen

Het onderwijsveld in Amere heeft zich achter de plannen van de gemeente geschaard. John van der Vegt, bestuursvoorzitter van de Almeerse Scholen Groep, sprak namens de besture

n van zowel het primair als het voortgezet onderwijs steun uit voor de impuls. “Daarbij moeten we ook de 75 procent goed functionerende scholen niet vergeten,” aldus Van der Vegt. Hij waarschuwde voor te hoog gespannen verwachtingen die de blik op doel en middelen kunnen vertroebelen. Van der Vegt: “Het kan niet sneller dan snel en focus moet geen blinde ambitie worden.”

 

 

Meeslepend betoog
Peter Sleegers, hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Twente en partner van BMC, reflecteerde in een meeslepend betoog op het plan van aanpak om van zwakke scholen in Almere sterke scholen te maken. Zijn uitlatingen waren grotendeels gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Zo wees hij er op dat Nederland bij het inzetten van voor- en vroegschoolse educatie (vve) minder effectief te werk gaat dan de Verenigde Staten. Ook gaf hij aan dat niet alle middelen worden gericht op de leerlingen die vve echt nodig hebben en dat een goede afstemming van vve met het primair onderwijs ontbreekt. Volgens Sleegers moet in de aanpak van zwakke scholen niet alleen de kloof met de ‘sterke’ scholen worden geslecht, maar dient tegelijkertijd de lat hoger te worden gelegd. Hij huldigt het principe “hoge verwachtingen bevorderen kwaliteit” en pleit voor goede ondersteuning van de professionals die het beleid in de praktijk moeten uitvoeren. Het verhogen van de effectieve leertijd voor doelgroepleerlingen noemt hij cruciaal. “Dat betekent dus kortere vakanties voor deze leerlingen,” aldus Peter Sleegers. En: “Goed onderwijs staat en valt met de kwaliteit van de leraar. Maar er is meer nodig, zeg maar een Basis plus. Differentiatie is heel moeilijk te bewerkstelligen, maar ook dat is cruciaal.” De partner van BMC ziet een belangrijke rol voor de omgeving van de leerlingen, met name voor de ouders. Peter Sleegers: “Daarbij gaat het niet om inschakelingsperspectief, maar om partnerschap voor ouders.”

 

Onderwijs passie
De werkconferentie werd besloten met een presentatie van aanbevelingen die in de vorm van stellingen door zes werkgroepen waren geformuleerd. De sfeer van de bijeenkomst was al aan het begin door wethouder Peeters verwoord: “Onderwijs is passie. Iedereen die heeft gekozen voor het onderwijs, heeft dat met passie gedaan. En dat moeten we zo houden.”

Wilt u meer informatie?

Bel 033 - 496 52 00

of mail naar info@bmc.nl

Klik hier voor het contactformulier