Start > Rapport VWS ‘Periodieke meting geneeskundige ggz’ in 2008
  • Home
  • Expertisegebieden
    • Financiën en Bedrijfsvoering
    • Informatie en dienstverlening
    • Maatschappelijke Ontwikkeling
    • Onderwijs
    • Onderzoek
    • Organisatie en HRM
    • Ruimte en Wonen
    • Sociale Zekerheid
    • Veiligheidsbeleid
    • Zorg
  • Over BMC
    • Missie
    • Kernactiviteiten
    • Organisatie
    • Opdrachtgevers
    • Betrokken ondernemen
    • BMC Groep
    • Organogram
    • International
  • Werken bij BMC
    • Vacatures
    • Open sollicitatie
    • Profielen
    • Arbeidsvoorwaarden
    • BMC Academie
    • Young Professionals traineeship
    • BMC Topwerkgever
  • Publicaties
    • Boeken
    • Artikelen
  • Contact
BMC International
BMC

Rapport VWS ‘Periodieke meting geneeskundige ggz’ in 2008

Per 1 januari 2008 is de geneeskundige ggz overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw. Daarnaast is besloten om de eerstelijns psychologische zorg onder te brengen in het basispakket van de zorgverzekering en de DBC-systematiek voor het declaratieverkeer in te voeren. De ingevoerde veranderingen hebben tot doel de zorg klantgerichter en transparanter te maken en die zorg ook op de langere termijn betaalbaar te houden.

In opdracht van het Ministerie van VWS heeft BMC in 2008 een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van bovengenoemde ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) voor cliënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Dit onderzoek heeft geresulteerd in het rapport “Periodieke meting geneeskundige ggz” dat op 22 oktober jl. door minister Klink is aangeboden aan de Tweede Kamer.

De belangrijkste resultaten en conclusies
De onderzoeksresultaten wijzen er op dat er in 2008 duidelijk sprake is van een overgangsjaar. Van alle betrokken partijen ondervinden met name de zorgaanbieders de meeste gevolgen van de ingevoerde veranderingen en dan met name op het financiële vlak.

Hoewel de respons van de cliëntenenquête als niet representatief kan worden beschouwd zijn de respondenten overwegend positief over de ontvangen geneeskundige ggz en signaleren weinig negatieve gevolgen van de overheveling.

De gevolgen voor de zorgverzekeraars liggen naar eigen zeggen vooral op het vlak van de toegenomen administratieve kosten en beheerskosten. Zorgverzekeraars geven aan systematisch aandacht te hebben voor kwaliteit en geven aan vooral daarop te sturen. De ontevredenheid van de zorgaanbieders richt zich vooral op de toegenomen administratie, de overgangsperikelen, het lang op inkomsten moeten wachten en de handelwijze van zorgverzekeraars. Een derde van de ggz-instellingen stelt dat de financiële positie aan het eind van 2008 er slecht uit ziet. Er kan dan ook gesteld worden dat voor zowel de vrijgevestigde aanbieders als voor de ggz-instellingen er sprake is van een harde landing in de schoot van de Zvw.

Hoe nu verder?
De minister heeft bovengenoemd rapport tezamen met een tweetal andere rapporten waaronder de uitvoeringtoets over prestatiebekostiging in de ggz door de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) aan de Tweede Kamer aangeboden. Hij concludeert in de aanbiedingsbrief dat de overheveling van de curatieve ggz naar de Zvw en de invoering van de bijbehorende bekostigingssystematiek gekoppeld aan vrije prijzen waar dat kan, een complex proces is dat tijd vergt. Voor het te voeren beleid sluit hij aan bij de uitgangspunten die geformuleerd zijn in de uitvoeringstoets van de Nza, namelijk prestatiebekostiging (bekostiging op basis van DBC’s) en liberalisering (stapsgewijze invoering van vrije prijzen waar dit verantwoord is door bijvoorbeeld eerst te werken met bandbreedtetarieven en vervolgens vrije prijzen). Wel acht de minister de voorgestelde snelheid waarmee dit volgens de Nza dient te gebeuren te hoog. Zo constateert de minister dat de overheidsfinanciën zich in zwaar weer bevindt waardoor zorgvuldigheid geboden is. Hij wil daarom de huidige bekostigingsystematiek in 2010 handhaven, de inrichting mede laten afhangen van de uitkomsten van het Interdepartementaal Beleidsnderzoek (IBO) en de komende periode gebruiken om de volgende vijf punten nader uit te werken:

  • 1. de doorontwikkeling van de productstructuur; het nader verfijnen van de DBC ggz bekostigingsystematiek.
  • 2. het verder verbeteren van de dbc-registratie; hiertoe is o.a. een taskforce datakwaliteit opgezet.
  • 3. inkoop van zorg; van de inkoop door de twee zorgverzekeraars die marktleider zijn in de regio naar het toewerken van het eindmodel in 2011: landelijke inkoop door alle verzekeraars op basis van dbc’s en een zekere mate van risicodragendheid voor de verzekeraars.
  • 4. transparantie; het verder doorzetten van de activiteiten onder de vlag van Zichtbare Zorg zoals de CQ-index.
  • 5. liberalisering van de prijzen; vanaf 2010 zullen verzekeraars risico lopen over de uitvoering van de geneeskundige ggz voor verzekerden van 18 jaar en ouder.

Daarnaast zal ter voorbereiding van de gewenste invoering van prestatiebekostiging de NZa een aantal punten verder uitwerken zoals het (tijdelijk) vangnet, een hardheidsclausule, bekostiging van e-mental health en de bekostiging van crisisopvang en praktische knelpunten in de bekostiging rond (individuele) preventie en dienstverlening.

Hij stelt vast dat de voorziene tariefmaatregel de invoering van bandbreedtetarief in de weg staat, maar laat in het midden wat dit betekent voor de tariefmaatregel zelf.
De beleidsregels bevoorschotting/rentenormering wil hij handhaven in 2010 om liquiditeitenproblemen zoals geconstateerd in 2008 te voorkomen. Verder zal DBC Onderhoud worden gevraagd om een tussenscenario te ontwikkelen dat leidt tot een prestatievoorschottarief.

Tot slot constateert hij dat de betrokken partijen in de afgelopen jaren grote inspanningen hebben geleverd om prestatiebekostiging binnen de ggz tot een succes te maken. Hij spreekt dan ook zijn vertrouwen uit dat de daadwerkelijke invoering van prestatiebekostiging en liberalisering van de tarieven in goed overleg met het veld in 2011 gerealiseerd kan worden.

Voor vragen over de uitkomsten van dit rapport en wat BMC voor u kan betekenen kunt u contact opnemen met de heer drs. H.J. de Vos, senior adviseur bij BMC, via telefoonnummer (033) 496 52 00.

Klik hier om het rapport aan te vragen >>

Wilt u meer informatie?

Bel 033 - 496 52 00

of mail naar info@bmc.nl

Klik hier voor het contactformulier