Wilt u meer informatie?
Bel 033 - 496 52 00
of mail naar info@bmc.nl
Klik hier voor het contactformulier

Het is goed dat er duidelijkheid komt over de bestuurlijke positionering van de jeugdzorg. De discussie daarover komt de rust in de sector niet ten goede en die rust is nodig om belangrijke inhoudelijke vernieuwingen te kunnen realiseren. De grondslagen van de Wet op de Jeugdzorg hebben een ongebreidelde groei van het recht op jeugdzorg meegebracht, die overigens niet kon worden gehonoreerd, getuige de nog steeds voortdurende wachtlijsten. De zorg voor en de bescherming van jeugdigen is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van ouders of verzorgers. Een nieuw stelsel kan daaraan bijdragen, mits dat daadwerkelijk vertrekt vanuit de plicht en de verantwoordelijkheid van primair de ouders en vervolgens de sociale gemeenschap om voor een kind die veilige en stimulerende opvoedcontext te realiseren. Bij een dergelijk stelsel verandert het recht op jeugdzorg in een recht op ondersteuning om kinderen binnen de eigen sociale context te houden. Voorzieningen in de directe woon- en leefomgeving zijn daarbij als eerste verantwoordelijk voor het geven van de ondersteuning aan gezinnen en opvoeders.
In het overheidsbeleid ten aanzien van het opgroeien van kinderen tot volwassenen staan drie uitgangspunten centraal. Ten eerste zijn de ouders de eerstverantwoordelijken en eerstaangewezen personen voor de opvoeding van hun kinderen. Zij delen die taak met veel medeopvoeders, zoals leerkrachten, peuterspeelzaalleidsters en groepsleiders in de buitenschoolse opvang. Ten tweede moeten jeugdigen beschermd zijn tegen (de effecten van) slechte opvoeding, verwaarlozing en misbruik. Burgers en beroepsbeoefenaren melden het bij instanties als zij vermoeden dat jeugdigen met misstanden te maken hebben en de overheid is bevoegd om waar nodig in te grijpen. Ten derde moet de samenleving beschermd zijn tegen crimineel gedrag van jeugdigen.
Die uitgangspunten betekenen een belangrijke verschuiving. Het kind- en gezinssysteem staan daarbij centraal en er wordt toegewerkt naar het zo veel mogelijk (weer) in eigen kracht en regie zetten van ouders en kind – meelopen op eigen kracht dus. Kerngedachte is dat ouders/opvoeders en de maatschappij samen opvoeden. Alles met het doel om kinderen en jongeren kansen te geven, problemen te voorkomen en gemeenschapszin te ontwikkelen. Bij deze insteek komen vervolgens consultatiebureaus, kinderopvang, scholen, sportclubs en werk in beeld. Samenwerking – of beter nog: samengaan – van onderwijs, zorgvoorzieningen en opvoedingsondersteuning draagt daadwerkelijk bij aan het terugdringen van de versnippering binnen het onderwijs en de jeugdzorg.
Die versnippering staat een effectieve aanpak in de weg. Een sluitende aanpak vraagt om:
Feitelijk pleit dit voor een verantwoordelijke gezinsmanager voor de uitvoering van onderwijs, welzijn en zorg aan het kind vanuit het idee: 1 kind(systeem), 1 plan en 1 budget in plaats van zorg die vooral wordt bepaald door de institutionele logica van de zorgaanbieder of het beleidsdomein. De rol van de professionals zal, met andere woorden, ook een andere invulling moeten gaan krijgen.
In onze visie zal de nieuwe wet vooral het voertuig moeten zijn voor een dergelijke inhoudelijke vernieuwing van de jeugdzorg, met uiteraard een daarop aansluitend bestuurlijk en financieel kader dat die betere uitvoering ook mogelijk maakt.
Bekijk onderstaande film waarin mogelijkheden voor een integrale aanpak van de drie decentralisaties worden geschetst. In deze film-impressie delen vertegenwoordigers van gemeenten, experts van BMC én cliënten binnen jeugdzorg, AWBZ en Wwnv hun ervaringen uit de praktijk.
Wilt u meer informatie?
Bel 033 - 496 52 00
of mail naar info@bmc.nl
Klik hier voor het contactformulier