De transformatie

Jarenlang was de positie van de provincie op het terrein van de jeugdzorg punt van discussie. Na de evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg, waarvoor BMC werd ingeschakeld, heeft het nieuwe kabinet in zijn coalitieakkoord opgenomen dat de provinciale jeugdzorg – als onderdeel van een breder pakket waarin ook de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen en zorg voor jeugdige licht verstandelijk gehandicapten is opgenomen – gefaseerd wordt overgedragen naar gemeenten.

Nu de VNG het onderhandelingsresultaat van het bestuursakkoord gepresenteerd heeft aan de gemeenten, is de transformatie van de jeugdzorg verder uitgewerkt.

Gemeenten worden verantwoordelijk voor de uitvoering van de gehele zorg voor kinderen, jongeren en hun opvoeders. Doordat de verschillende onderdelen van de jeugdzorg bij elkaar worden gebracht op en rond plaatsen waar jeugdigen en gezinnen vaak komen en onder verantwoordelijkheid van de gemeenten worden gebracht zal integrale ondersteuning en zorg dicht bij huis makkelijker tot stand komen. Een omvangrijke transformatie, die in financiële zin maar liefst 3 miljard euro omvat en waarop de regering 300 miljoen euro wil korten. De toekomstige positionering van de jeugdzorg lijkt daarmee bepaald.

Het gaat daarbij niet alleen om het verleggen van verantwoordelijkheid, maar vooral ook om een nieuwe opbouw van een inhoudelijk fundament van de ondersteuning en zorg voor jeugdigen en/of hun opvoeders binnen hun sociale context, met waar nodig een integrale aanpak van de problematiek. Het systeem kan veel simpeler en moet prikkels bevatten om de nadruk te leggen op (collectieve) preventie en ondersteuning in een vroegtijdig stadium. Het is een uitdaging om aansluiting te zoeken bij de mogelijkheden en de kracht van jeugdigen en hun opvoeders en deze te helpen versterken. Dit betekent dus een andere werkwijze van alle betrokken partijen.

In het onderhandelingsakkoord is verder vastgesteld dat:

  • de transformatie uiterlijk in 2016 gerealiseerd dient te zijn: het Rijk, IPO en de VNG stellen hiervoor samen een transitieplan op;
  • de opdracht aan gemeenten wordt neergelegd in een nieuw wettelijk kader: de individuele aanspraken uit de huidige wet- en regelgeving zullen niet op gelijke wijze worden overgeheveld;
  • uitgangspunt is dat gemeenten minimaal één jaar voorbereidingstijd krijgen tussen de afronding van de wetgeving en de inwerkingtreding daarvan;
  • als uit onderzoek blijkt dat er ‘heel dwingende en zwaarwegende redenen’ zijn om in bepaalde gevallen de zorg niet bij gemeenten onder te brengen, afgezien kan worden van decentralisatie;
  • de door de gemeenten te realiseren besparing voor het jeugddomein een oplopende reeks in het regeerakkoord kent; deze bedraagt netto € 80 miljoen in 2015, oplopend tot € 300 miljoen vanaf 2017.

Gemeenten moeten zich gaan buigen over wat nu nog is opgeknipt in provinciale jeugdzorg, de jeugd-GGZ, de zorg aan licht verstandelijk beperkte jongeren, jeugdreclassering en jeugdbescherming en de gesloten jeugdzorg. En dan gaat het niet alleen om de jongere zelf. Ook wordt de gemeente verantwoordelijk voor de zorg aan en begeleiding van hun opvoeders. Bovendien staat de transformatie van de jeugdzorg niet op zich. Zij moet worden bezien in samenhang met omvangrijke decentralisatieoperaties rond de AWBZ, werken naar vermogen en de invoering van passend onderwijs. De Centra voor Jeugd en Gezin worden daarbij als spilvoorziening op lokaal niveau gezien. Samenwerking tussen jeugd-/onderwijs- en welzijnsvoorzieningen moet bijdragen aan beter sluitende ketens en veiligheidshuizen moeten bijdragen aan het bestrijden en terugdringen van criminaliteit.

In een aantal provincies en gemeenten levert BMC inmiddels al bijdragen aan trajecten om de taakoverdracht soepel te laten lopen. Wilt u meer informatie, neem dan contact op met een van onze experts.

Wilt u meer informatie?

Bel 033 - 496 52 00

of mail naar info@bmc.nl

Klik hier voor het contactformulier