Wilt u meer informatie?
Bel 033 - 496 52 00
of mail naar info@bmc.nl
Klik hier voor het contactformulier

Geld bestemd voor re-integratie, inburgering en educatie is allemaal in één budget terechtgekomen: het Participatiebudget. Het wordt tijd voor gemeenten om daarmee aan het werk te gaan en ‘in control’ te komen.
Gemeenten hebben per 1 januari 2009 de beschikking gekregen over een Participatiebudget. Hierin zijn de gemeentelijke middelen voor re-integratie, inburgering en (volwassenen)educatie gebundeld. Het wetsvoorstel is op de drempel van het nieuwe jaar in de Eerste Kamer goedgekeurd. Dat was rond Kerstmis 2008, dus veel voorbereidingstijd was er niet.
Wat waren de uitgangspunten van het participatiebudget ook al weer?
• Er moest een hogere participatiegraad komen van een veel ruimere doelgroep. Gemeenten dienden meer ruimte te krijgen om trajecten van re-integratie, inburgering en educatie te combineren.
• Individuele gemeenten kregen meer vrijheid om het participatiebeleid vorm te geven.
• De middelen waren volledig bedoeld voor participatievoorzieningen, niet voor uitvoeringskosten
De wet bood de ruimte om met andere doelgroepen dan voorheen aan de slag te gaan. Er is simpelweg één brede doelgroep geformuleerd: iedereen van 18 jaar en ouder kan gebruik maken van de voorzieningen op het gebied van re-integratie, inburgering en volwasseneneducatie. Maar ook 16- en 17-jarigen kunnen in bepaalde gevallen gebruik maken van deze participatievoorzieningen, bijvoorbeeld als ze hun startkwalificatie al op zak hebben of als ze ontheven zijn van de kwalificatieplicht.
Crisis
Na de invoering bleef het de eerste maanden rustig. De gemeentelijke aanbesteding/inkoop voor 2009 was al grotendeels geschied en van een Participatiebeleid was nog geen sprake. Maar in de loop van het jaar gingen er wel duizend bloemen bloeien: het ‘granieten bestand’ werd aangepakt, betaald werk werd minder heilig verklaard, et cetera.
Maar toen kwam de crisis. De focus kwam geheel te liggen op het: ‘van werk naar werk’. Er kwamen mobiliteitscentra en er werd intensief samengewerkt met grote werkgevers waar veel banen verloren gingen
Nu we de eerste klap van de crisis hebben geïncasseerd en de gemeenteraadsverkiezingen achter de rug zijn, komen de beoogde doelstellingen van het Participatiebudget weer in beeld. Zo hebben we inmiddels de eerste wethouders met een ‘Participatieportefeuille’ zien verschijnen.
Gemeente moet sturen en beheersen
Natuurlijk moet de gemeente allereerst een eigen visie op participatie formuleren. Vervolgens is het nodig dat specifieke SMART-doelstellingen (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) voor participatie worden geformuleerd. Tot slot dient men een concrete uitvoeringsstrategie op te stellen. Bij invoering van een complexe wet als deze is het vooral van belang dat iedereen op alle niveaus goed geïnformeerd is over de mogelijkheden en de effecten van de wet. In mijn dagelijkse praktijk zie ik dat dat nog niet overal plaatsvindt.
Het Participatiebudget biedt de mogelijkheid voor de gemeente om verschillende doelgroepen naar werk of maatschappelijke participatie te leiden. Dat kan solo door de gemeente gebeuren, maar er zijn juist ook diverse goede voorbeelden in het land waar die toeleiding gebeurt samen met andere partijen.
De gemeente kan als ‘regisseur in de regio’ de samenwerking en afstemming zoeken met de diverse ‘participatiepartners’, zoals: re-integratiebedrijven, welzijnsinstellingen, commerciële aanbieders van inburgeringscursussen, ROC’s en SW-bedrijven. Dit betekent ook dat de gemeente een sturende invloed heeft op uitvoering en prestaties van de partners. Dat zal in veel gevallen wennen zijn, want organisaties zijn gesteld op hun autonomie. Maar het is belangrijk dat de gemeente constant ‘in control’ blijft. Het geld kan immers maar één keer worden besteed.
De verantwoordelijkheid voor het participatiebudget vraagt van de gemeente dat deze de gestelde doelen ook behaalt en dat (tussentijdse) resultaten constant gemonitord worden. De gemeentelijke sturing en beheersing dienen dus op een dusdanig niveau te komen dat er betrouwbare cijfers kunnen worden gecommuniceerd en dat er binnen financiële kaders wordt gehandeld. Onvermijdelijk betekent dat meer beheersing van de samenwerkingspartners door de gemeente.
In deze periode van verkiezingen wachten velen af uit welke politieke hoek de wind gaat waaien. Maar het is zonde het momentum ongebruikt te laten passeren. Beter is het om uit de deze wet te halen wat er in zit.
Maarten Schoon is interim-manager en adviseur BMC
Wilt u meer informatie?
Bel 033 - 496 52 00
of mail naar info@bmc.nl
Klik hier voor het contactformulier