Wilt u meer informatie?
Bel 033 - 496 52 00
of mail naar info@bmc.nl
Klik hier voor het contactformulier

Het zal anders gaan, veel meer op basis van samenwerking dan volgens de traditionele lijn van opdrachtgever en opdrachtnemer en het zal nog wel even duren voordat de dip voorbij is, maar de overheid en externe bureaus zullen ook in de toekomst een sterke relatie onderhouden, omdat zij eenvoudigweg op elkaar zijn aangewezen.
Dat was één van de stellingen in´het debat over de toekomst´dat woensdag 12 oktober in het hoofdkantoor van BMC werd gehouden. De discussie ging over de toekomst van de publieke sector en de rol die externe bureaus daarin gaan spelen. De aanleiding was het onderzoek naar die toekomst dat in het kader van het 25-jarig bestaan van BMC branchebreed werd gehouden. De in de vorm van een discussiepaper gepubliceerde resultaten van dat onderzoek werden in het kader van het debat gepresenteerd. Opmerkelijke conclusie: in tegenstelling tot ons omringende landen staat de Nederlandse overheid terughoudend ten opzichte van vermarkting en privatisering van overheidstaken.
Samenwerking overheid en bureaus
De noodzaak van samenwerking tussen overheid en externe bureaus in nieuwe arrangementen werd breed onderschreven door een keur van deskundigen, die onder leiding van ‘mediavrouw’ Eva Kuit met elkaar en met de aanwezigen in discussie gingen. Rob Sterk, partner van Cordes en voorzitter van de Raad van Organisatie Adviesbureaus (ROA): “Als ROA bureaus zien we de behoefte en de vragen complexer, meer omvattend worden. Het is niet meer die ene opdracht en die ene opdrachtgever die de kritische rol goed kan spelen. Het is vaak een heel conglomeraat van vragen dat zich aandient. Daar moeten wij met elkaar op een goede manier antwoord
op kunnen geven. Als een gemeente bijvoorbeeld ketensamenwerking tot stand probeert te brengen, is dat enorm lastig. Als je dat met externen doet die snappen hoe het spel in elkaar zit en daar vanuit verschillende invalshoeken aan kunnen duwen en trekken, scheelt dat enorm. Dat is een andere vorm van traditioneel adviesaanbod dan we vanouds kennen.”
Koos van der Steenhoven, directeur van ABD TOP Consultants, verwacht herstel van de markt voor externe bureaus in de publieke sector, al denkt hij wel dat daar een aantal jaren mee gemoeid zal zijn. Van der Steenhoven: “Als alle taakstellingen zijn verwerkt en de ministeries kleiner zijn geworden, zal de spanning op de arbeidsmarkt toenemen. Die spanning zal rond de jaren 2017, 2018 groot worden, omdat dan de vergrijzing heeft doorgewerkt en de overheid problemen zal hebben om in een gespannen arbeidsmarkt mensen te werven. Dan zal er dus meer behoefte zijn aan capaciteitsaanvulling van externen.”
Aanbesteding ‘een mythisch juk’
Jacques Reijniers, hoogleraar inkoop management aan Nyenrode Business Universiteit, stelde dat de overheid met een organisatieconcept uit de twintigste eeuw zit dat niet is toegesneden op de eenentwintigste eeuw. Daarnaast noemde hij de regels rond aanbesteding “een mythisch juk”. Reijniers: “We zijn in een wereld gekomen waarin de dynamiek groter wordt, het woord flexibiliteit steeds vaker valt en we innovatiever moeten worden. Dat is niet meer te plannen. Ik pleit er voor dat we het niet meer hebben over aanbesteden, maar over de vraag hoe een leverancier mij als organisatie kan helpen om mijn beleidsdoelstelling te realiseren. Dat klinkt vriendelijker. Dan hebben we het niet alleen meer over de procedures of de prijs, maar over hoe kan ik mijn beleidsprioriteiten met behulp van een leverancier beter realiseren dan als ik dat zelf doe?”
Toegevoegde waarde
De stelling dat de overheid en externe bureaus op elkaar zijn aangewezen kwam van Ralph Pans, directievoorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). “Omdat we elkaar de komende jaren veel sneller dan menigeen denkt heel hard nodig zullen hebben, pleit ik voor het zoeken naar vormen om samen na te denken over vraagstukken die zich aandienen en de uitdagingen waar we mee te maken krijgen. Die dialoog moeten we met elkaar voeren,” aldus Pans. Hij voorziet een verschuiving van capaciteit naar toegevoegde waarde, deskundigheid. Ralph Pans: “Dat betekent voor de bureaus dat zij sterk moeten nadenken over het profiel van hun organisatie en de mensen die zij in dienst hebben.”
Tijdelijk grote klussen
Interessant was de inbreng van Jeroen Dijsselbloem, Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid en naamgever van de commissie die parlementair onderzoek deed naar onderwijsvernieuwingen. De parlementariër vertelde dat hij ooit bij het ministerie van Landbouw werkte waar hij één collega had die alles wist van de Natuurschoonwet. Jeroen Dijsselbloem: “Die kennis was daar belegd en dat was goed, maar er zijn grote velden, zeker de komende jaren, waar transities gaande zijn en waar kennis moet worden overgedragen. Jeugdzorg is daar een goed voorbeeld van. Veel gemeenten hebben nog geen benul van wat in dat kader op hen afkomt. Voor de begeleiding van die transities lijkt het mij dat veel gemeenten externe hulp kunnen gebruiken. Die kan heel goed komen uit de wereld van de adviesbureaus die de expertise in huis hebben. Het gaat om tijdelijk grote klussen waarvoor de inhuur van externen onmisbaar is. Maar ook daarvoor geldt dat gemeenten op termijn moeten zorgen dat ze de expertise en de capaciteiten ook weer zelf in huis halen. De adviesbureaus zullen voortdurend moeten switchen van thema’s. Zij moeten niet te veel gaan zitten op het vlak dat eigenlijk binnen gemeenten gewoon op orde hoort te zijn.”
Adviesbranche moet proactiever zijn
Albert Jansen, algemeen directeur BMC, onderschrijft de opvatting dat de adviesbranche met het oog op de toekomst proactiever zal moeten zijn. Samenwerking dus en onder bepaalde omstandigheden – ook financieel - actief deelnemen in projecten. Albert Jansen: “Een samenwerkingsrelatie vraagt om goed luisteren naar elkaar. Tegelijkertijd zit de branche als gevolg van het sentiment van nu in de hoek waar de klappen vallen. Helaas is dat niet nieuw. Ik ben wel blij dat we uit dat sentiment komen. Het is tijd voor de branche om te reflecteren op soberheid en het feit dat we niet alles kunnen. Het belangrijkste is dat we op een goede manier met elkaar in gesprek komen, de publieke sector, adviesbureaus en ook brancheverenigingen over de vraag waar we met die publieke sector naartoe gaan.“
Na afloop van de discussie konden de deelnemers tijdens een ‘walking dinner’ het debat over de toekomst op ongedwongen wijze voortzetten.
Kijk voor meer informatie op www.bmc.nl/25jaar
Wilt u meer informatie?
Bel 033 - 496 52 00
of mail naar info@bmc.nl
Klik hier voor het contactformulier