Dereguleren

Er leeft breed een gevoel dat de regels die we hebben niet altijd bijdragen aan een effectieve aanpak van urgente maatschappelijke vraagstukken of soms de oplossing daarvan zelfs in de weg lijken te staan. Dit leidt tot te veel handen 'aan het papier’ en te weinig ‘aan het bed’, ‘in de klas’ of ‘op straat’. Te veel of te complexe regels kosten burgers en bedrijven die ermee moeten werken ook gewoon veel geld. Dereguleren, oftewel het schrappen en vereenvoudigen van regels, wordt meestal als logische oplossing gezien voor deze problemen. Wie kan daar iets op tegen hebben?

Een moeilijke opgave
Zo wenselijk als deregulering wordt gevonden, zo moeilijk blijkt het om het daadwerkelijk te realiseren. Veel regels worden, bij nader inzien, vaak toch als noodzakelijk bestempeld vanuit het oogpunt van veiligheid, gelijkheid of zekerheid. Bovendien zijn we ook aan regels gehecht. De reacties bij recente incidenten laten zien dat de burger dan vaak roept om nieuwe regels en procedures. Dit is slechts een van de spanningsvelden waarin deregulering zich begeeft. Niet zelden vormt het resultaat van een dereguleringsoperatie daarom een teleurstelling.

Deregulering volgens BMC
Wat ons betreft is het de tijd om pas op de plaats te maken en na te denken over een meer integrale benadering. Deregulering zou volgens ons namelijk veel meer moeten zijn dan een technisch-juridische exercitie van het doorlichten van regelbestanden. Hoewel dit op zijn tijd ook nodig en nuttig is, vereist deregulering dat men afdaalt in de diepten van bestaande regels, de achtergronden en belangen daarvan, de belangen voor en van mensen en organisaties en niet in de laatste plaats de ‘cultuur’ omtrent regels en hun toepassing (wat verwachten we van regels, welk risico zijn we bereid te nemen, zijn regels het ultieme beleidsinstrument, waarom passen we ze toe zoals we dat doen?). Hiermee richt echte deregulering zich niet alleen op regels, maar op alle aspecten die daarmee verbonden zijn: een integrale benadering.

De BMC-aanpak: een gids voor doordachte deregulering
Als advies en managementorganisatie voor de publieke sector wil BMC bijdragen aan een deregulering die leidt tot een daadwerkelijk betere publieke dienstverlening.
In het verlengde van het recent gepubliceerde boek van BMC-adviseur mr.drs. Noor Lourens (Ontregeld!?) hebben wij onze inzichten vertaald naar een concrete ‘dereguleringsaanpak’. Deze aanpak is geen standaard blauwdruk voor deregulering. Wel biedt de aanpak (semi)publieke organisaties handvatten voor een succesvolle eigen invulling van deregulering. Deze handvatten bevorderen een gestructureerd en lerend proces van deregulering, met mogelijkheden tot visie en reflectie, betrokkenheid van alle actoren en aandacht voor (bekende) valkuilen.

De BMC-aanpak is multidisciplinair en beperkt zich niet tot ‘regeldeskundigen’. Daarnaast bouwt onze aanpak voort op onze kennis omtrent de verschillende karakters en vormen van deregulering, zoals bijvoorbeeld de ideologische en de non-ideologische invalshoek.

Een doordachte en integrale dereguleringsaanpak bestaat volgens ons uit de volgende stappen:

  1. Verkenning. Aan het begin van iedere verbetering staat een goede diagnose. Vragen die aan bod komen in deze fase zijn: Is er een ‘reguleringsprobleem’, wat is het probleem precies en voor wie is het een probleem: college, raad, ambtelijke organisatie, burger, bedrijf? De diverse actoren (intern en extern) worden hierbij betrokken.
  2. Verdieping en visie. Centrale vragen in deze fase zijn: Wat zijn de oorzaken achter het probleem, hoe is de houding van de organisatie ten aanzien van regels, wat is de achterliggende ‘beleidstheorie’? En vervolgens: Waar wil de organisatie in grote lijnen naartoe met deregulering? Het gaat om het stellen van heldere en haalbare doelen en het maken van consequente keuzes in karakter en wijze van deregulering, die zijn afgestemd op de specifieke situatie.
  3. Plan van aanpak. Na de verkenning en verdieping kan de vertaalslag worden gemaakt naar een concreet plan van aanpak. Daarin moet antwoord worden gegeven op de volgende vragen: Hoe gaan we het probleem en de oorzaken daarachter aanpakken, wat zijn de doelen, prioriteiten, het object en het karakter van het dereguleringstraject?
  4. Implementatie. Centrale aandachtspunten: Hoe zorgen we dat de geformuleerde doelen gerealiseerd worden, dat voldaan wordt aan de randvoorwaarden voor succesvolle deregulering en het traject goed verankerd is in de organisatie?
  5. Spiegelen. Deregulering is een leerproces; gedurende de uitvoering dienen continu belangrijke vragen te worden gesteld: Hoe verloopt de implementatie, wat kan gezegd worden over de voortgang, hoe werkt de aanpak, verloopt deze naar tevredenheid of is er behoefte aan meer inzicht of bijsturing?
  6. Evalueren. Tot slot is het tijd om een balans op te maken: Heeft de aanpak gewerkt? Wat is er daadwerkelijk gerealiseerd? Is het probleem opgelost of verminderd of is er een nieuw ontstaan? Stoppen of doorgaan?

Met de evaluatie zijn we terug bij de beginstap en is de cirkel rond.
BMC kan ondersteuning bieden in het doorlopen van de hiervoor genoemde stappen. Concreet kan deze ondersteuning bestaan uit het geheel of een deel van de onderstaande werkzaamheden, die aansluiten bij de zes stappen:

  1. Het uitvoeren van een verkenning, door een combinatie van rondetafel-gesprekken, workshops en individuele gesprekken met interne en externe actoren.
  2. Het opstellen van een visiedocument dat richting geeft aan de operationalisatie van het dereguleringstraject. Ten behoeve hiervan vinden diepte-interviews, groepssessies, casussimulatie, focusgroepen en analyse plaats.
  3. Het met de organisatie toewerken naar een plan van aanpak/beleidsplan door middel van analyse en workshops.
  4. Het begeleiden van de implementatie met als centrale aandachtspunten het aanwijzen van ‘ambassadeurs’ op politiek en bestuurlijk niveau, het zorgen voor betrokkenheid van de ambtelijke organisatie en het samenstellen en begeleiden van een multidisciplinair team dat verantwoordelijkheid krijgt voor het dereguleringstraject.
  5. Door middel van individuele en groepsgesprekken met betrokkenen op een aantal vaste momenten tussentijds de ‘temperatuur’ meten (spiegelen). Door middel van groepsbijeenkomsten en een atelier evalueren van het doorlopen dereguleringstraject en formuleren van eventueel noodzakelijke vervolgstappen.

Voor al deze activiteiten hebben wij een brede groep deskundige adviseurs ter beschikking staan.

Dereguleren is niet makkelijk, maar biedt wel perspectief op een duurzame verbetering van publieke dienstverlening. Met een doordachte aanpak en de moed om alle aspecten van regulering fundamenteel ter discussie te willen stellen kan dit perspectief werkelijkheid worden.