Bestuurskracht

Lokaal bestuur is als eerste overheid een belangrijke pijler in ons staatsbestel.
Met het verder voortschrijden van de decentralisatie zijn burger-nabije taken onder de verantwoordelijkheid van gemeentebesturen gebracht. Dat proces gaat de komende jaren naar verwachting door. "Voldoende bestuurskracht is de basisvoorwaarde voor de goede uitvoering van gemeentelijke taken en het toedelen van nieuwe taken", aldus KING. BMC gaat nog een stap verder door daarnaast het beleidsmatig vermogen van gemeenten te benadrukken. Sterke gemeenten hebben hun uitvoering op orde en worden tevens gekenmerkt door bestuurlijk leiderschap en actief burgerschap. Krachtig bestuur pakt samen met partners, bedrijven en burgers maatschappelijke vraagstukken aan en biedt de inwoners van de gemeente een ‘veilig thuis' Vanuit die insteek is BMC permanent actief met methodische ondersteuning van gemeenten om hun bestuurskracht te vergroten. We verwijzen in dat verband naar onze publicaties
100 Bestuurskrachtonderzoeken als basis voor een nieuwe methode', ‘Van visie tot maatschappelijk effect' en ‘Decentralisatie in Perspectief'.

Ondertussen doen we nog steeds ervaring op met onderzoeken en adviezen voor kleinere, middelgrote en grote gemeenten. We kijken naar omgevingsopgaven en maatschappelijke vraagstukken, brengen de onderlinge afhankelijkheden in het krachtenveld van gemeenten, maatschappelijke organisaties en marktpartijen in beeld, geven vervolgens aan wat dat kan gaan betekenen voor een agenda. Bij die agenda wordt aangegeven met welke betrokkenen oplossingen bereikt kunnen worden en welke maatregelen daarvoor nodig zijn (de arrangementen). Die agenda kan vervolgens de basis zijn voor een bestuursprogramma om met daadkracht en draagvlak van visie tot maatschappelijk effect te komen. Bij grote steden zijn stad en regio nauw aan elkaar verbonden. Regio's en stedelijke netwerken rukken op in onderlinge (internationale) concurrentie. Bereikbaarheid, attractiviteit en leefbaarheid zijn dan belangrijke verworvenheden en onderscheidende verkooppunten. Zo zijn we voor Zwolle druk doende (geweest) met de voorbereiding van een regionale agenda.

Bij kleinere en middelgrote steden spelen die vraagstukken op een andere schaal. We ervaren hier dat deze gemeenten druk bezig zijn het regievoerend vermogen te vergroten.

Kwalitatief hoogwaardige dienstverlening aan de burgers gaat dan gelijk op met ontwikkeling van beleid voor nieuwe vraagstukken. Krimpgemeenten staan daarbij voor andere opgaven dan groeigemeenten, plattelandsgemeenten met vele kernen hebben weer andere vraagstukken dan compacte steden. Vaak zijn deze gemeenten door hun schaal genoodzaakt om via samenwerking met andere gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven de bestuurs-kracht te vergroten. Dat brengt tevens een andere opstelling mee. De besluitvorming wordt veelal buiten de gemeentehuizen voorbereid en is onderdeel van dat samenwerkingstraject, waardoor zeggenschap moet worden gedeeld. Zelf doen naast samen werken en samen doen, geeft andere invullingen van de bestuurlijke rollen en heeft ook gevolgen voor de ambtelijke organisatie. Ook komt het voor dat gemeenten om hun bestuurskracht te vergroten kiezen voor het samengaan met andere gemeenten.

Dat zijn in kort bestek de speelvelden voor onze opdrachten. De ervaringen zijn beschreven in de eerder genoemde publicatie ‘100 Bestuurskrachtonderzoeken als basis voor een nieuwe methode'. Ondertussen hebben zich nieuwe gemeenten gemeld voor ondersteuning: Binnenmaas, Bernheze, Texel en Maasdonk.